Bert Verhoeff vertelt

Voor de 169e Fotografenavond van Aloys Ginjaar was Bert Verhoeff te gast, ‘de journalist onder de fotografen’  Er was een grote opkomst in café Kalkhoven.  We hoorden weer interessante verhalen.

Verhoeff’s vader was politieagent. Als jonge jongen wist hij een ding zeker: ik word geen politieagent.  Bert Verhoeff: ‘Ik ben van ’49. Ik had precies de leeftijd om de maatschappelijk-culturele strijd van de jaren zestig mee te maken. Het was ludiek tegen vastgeroest, jong tegen oud en links tegen rechts. Mijn vader – een echte autoriteit maar verder een aardige man – stond voor alles wat voor mij verkeerd was.  Hij las de Telegraaf en was tegen Provo.’ 

Ronnie Hertz

Een vriendje uit zijn schoolklas had een oom die fotograaf was, Wim van der Linden, een bekende fotograaf. Verhoeff’s eerste toestellen waren een Japanse Rollei en een namaak Leica. In Kattenburg gingen ze op straat foto’s maken. En daarnaast volgde hij keurig de HBS. Verhoeff: ‘Ik las wel de krant, maar ik had aanvankelijk helemaal niet in de gaten dat een foto in de krant door een fotograaf gemaakt zou kunnen zijn.’

Op Aloys’ vraag naar fotografen die hem toen inspireerden, zegt hij: ‘Anton Veldkamp,  Peter Zonneveld’ – niet toevallig Telegraaf fotografen. ‘Die laatste is bekend van de foto van een vermomde Prinses Beatrix die door nachtelijk Amsterdam loopt om met Leger des Heils-soldate majoor Bosshardt De Strijdkreet te verkopen. Dat vond ik wel bijzonder.’ Toen Verhoeff 17 was, was hij klaar met de HBS, maar hij wist nog niet precies wat hij wilde. Hij zwierf rond, maakte foto’s, onder andere van een optreden van de Rolling Stones in de Haagse Houtrust Hallen.

Op gegeven moment kwam hij Ronnie Hertz tegen. Ronnie was fotograaf bij Panorama en had een rijke vader. Al spoedig beschikte hij over een fotostudio aan de Singel in Amsterdam. Toen Bert de studio binnenstapte, zag hij hem in bed met beatdanseres Penney de Jager. Bert Verhoeff: ‘Hij woonde voornamelijk in hotels. We gingen naar Londen en fotografeerden zangers en popgroepen, met zijn vlotte babbel presteerde hij het om bij Donovan en The Who binnen te komen. Ronnie was ook heel goed in het uit de kleren praten van vrouwen. Maar van zakendoen had hij niet zoveel verstand. Ik kreeg bijna nooit betaald. In totaal ging hij zes keer failliet. Op gegeven moment heb ik spullen ter waarde van een maandloon uit de studio meegenomen en tabé gezegd.’  

Foto Persbureau Anefo

In de krant zag hij een advertentie ‘Foto Persbureau zoekt Leerling Fotojournalist’. Dat fotopersbureau was Anefo, dat in de oorlog Londen opgericht was voor het maken van foto’s en films ten behoeve van het Nederlands verzet. Er werkten 12 mensen. Verhoeff werd aangenomen – ondanks zijn jonge leeftijd had hij al de nodige ervaring  – en toen een paar andere fotografen ermee op hielden was hij er op 21 / 22 jarige leeftijd eerste fotograaf. Verhoeff: ‘Vanaf dat jaar reed ik dertig jaar lang 50.000 kilometer per jaar.’   

Hij stuurde hij zijn foto’s gemaakt met een Asahi Pentax en later een Leica camera per ‘treinbrief’ – een speciale envelop – naar diverse kranten. De Leica die ‘niet echt lekker’ werkte wisselde hij in voor een spiegelreflex camera.  Aloys: ‘Wat heb je daar bij Anefo opgestoken?’ ‘Op de eerste plaats weten wat klanten willen, en daarnaast: onderwerpen bedenken. Het Bureau moest immers draaiende blijven. Er kwamen heel veel uitnodigingen binnen, van de RVD, de gemeenten, allerlei organisaties en daar ging ik flink achteraan.’ Hij las heel goed de krant en volgde het nieuws verder op Radio 1 en Radio Stad. De foto’s die hij maakte stuurde hij per treinbrief op de bonnefooi naar diverse kranten, ook de ‘buitenkranten’ zoals Tubantia en het dagblad van het Noorden en eenmaal in de week ging hij in de Openbare Bibliotheek op de Prinsengracht de kranten doorbladeren of ze iets afgedrukt hadden.

Treinkaping De Punt

Een van de grote gebeurtenissen was de Molukse treinkaping bij De Punt in de provincie Drenthe. Verhoeff: ‘Ik heb die hele kaping meegemaakt. Ik zat ergens bij De Punt in de buurt in een hotelletje. Als ik foto’s had, reed ik naar ’t Harde. Daar werden de foto’s voor Amsterdam opgehaald. Naast de gekaapte trein stond nog een trein. Die was helemaal leeg. Ik besloot op verkenningstocht te gaan vanuit een positie die helemaal buiten beeld was. Ik ging door velden, sprong over een sloot en na een tijdje weer een sloot en zag schimmen in de trein. Ik ontdekte dat het leger om mij heen in tijgersluipgang voortbewoog.  ‘Bukken’ hoorde ik ineens. Even later werd ik gearresteerd. Mijn spullen werden in beslag genomen. Ik heb nooit meer een film teruggezien. Later kwam ik te weten dat de man die mij arresteerde helemaal niet in dienst van het leger was.’  

In 1970 kwam hij voor het eerst in de Tweede Kamer. Voor fotografen was nog niet zoveel manoeuvreerruimte, ze moesten zeker achter het Groene Gordijn blijven. Maar beetje bij beetje werden barrières geslecht. Dolf Toussaint liep en rond en ook Han Singels. Beiden hadden in 1977 de zeer prestigieuze opdracht gekregen om foto’s van de Verkiezingen en de Kabinetsformatie 1977 voor het Rijksmuseum te maken. In die formatie kwam het Kabinet van Agt tot stand. Verhoeff: ‘Ik merkte dat zij niet zochten naar het echte nieuws, maar naar andere dingen, die soms scherper de situatie schetsten.’

Guerilla bij de Volkskrant

‘Dat wil ik ook’, dacht hij en in 1978 zegde hij Anefo vaarwel en begon hij voor zichzelf. Hij kreeg opdrachten van de Volkskrant, Trouw en AD. Vanaf begin jaren tachtig ging dit steeds beter. Bij de kranten kwam er meer aandacht voor beeld en druktechniek. Trouw, NRC-Handelsblad en Volkskrant liepen hierbij voorop. Verhoeff: ’Bij de Volkskrant waren Hans Aarsman en Taco Anema voorlopers, het fotobureau Hollandse Hoogte werd opgericht. Mijn schoonouders hadden een huisje op het Friese platteland. Ik organiseerde daar een bezinningsweekend voor zo’n 10 – 12 fotografen. Dat was heel inspirerend. De Volkskrant had in de jaren zeventig een hele brave fotochef, Piet van der Vliet. Hij had Nederland verdeeld in zo’n 20 rayons en voor elk rayon had hij een fotograaf. Naar kwaliteit werd niet gekeken, als er maar een foto was als het nodig was. Jongens bij de Volkskrant als Theo Audenaerd en Rolf Bos wilden iets anders.’

‘Van 1988-’89 begon bij de Volkskrant een soort guerilla die tien jaar aan zou houden. Het ging om een andere rol van het beeld. Het speelde ook bij andere kranten. Bij het Parool was Wubbo de Jong actief en bij NRC-Handelsblad Vincent Mentzel.  De komst van Aarsman bij de Volkskrant was al een revolutie, hij had de nodige wensen, maar kreeg die moeilijk gerealiseerd. Toen het hem niet lukte een kleurenfoto te plaatsen is hij naar Trouw gegaan. Die krant plaatste de eerste kleurenfoto van dat dagblad. De hoofdredactie van de Volkskrant besloot tot een eigen fotografische identiteit. Daartoe was er het plan een eigen fotografengroepje te creëren, die exclusief voor de krant zou werken en niet meer voor anderen. Een groepje van een man of vijf. Behalve ikzelf maakten daar deel van uit: Guus Dubbeldam, Marcel Molle, Daniel Koning en Wim Ruigrok. We mochten meepraten met de redactie.‘

Waar vroeger een foto een verhaal moest ‘bewijzen’, kreeg het in deze jaren zelfstandige zeggingskracht. ‘Wij eisten een foto per pagina, maar dan wel vijf kolommen in plaats van drie / vier kleine fotootjes. En we wilden ook meebepalen waar de foto op de pagina het best geplaatst kon worden.  Langzaam kregen de fotografen inderdaad meer te zeggen. Er kwam ook een fotorubriek met de titel Hollands Welvaren. ‘Met hele goede bijdragen van Marcel van den Bergh.’ In de jaren negentig was het pleit geslecht.  Het beeld was even belangrijk als de tekst.

De val van Ceausescu

Op Aloys’ verzoek horen we het verhaal over de Bijlmerramp en de val van Ceausescu. ‘Het was 4 oktober 1992. Ik keek op Studio Sport naar PSV-Ajax. Om 20.30 kwam het nieuws door van de ramp. Een minuut later belde de Volkskrant. Ik woonde toen in de buurt van de rampplek. Ik ben toegesneld en was er als een van de eersten. Her en der lagen gewonden op straat . Het was geen tijd om creatief te fotograferen. Iets verder zag ik het El Al vliegtuig dat een gat had geboord in de flat. Uit het vliegtuig kwamen nog vlammen. Je gaat uit van honderden slachtoffers, maar het viel nog mee, het was een vrachtvliegtuig. Er waren zo’n vijftig slachtoffers.’

‘De val van Ceausescu was de laatste grote opstand in Midden- en Oost-Europa. Het sneeuwde, Ceausescu’s dagen waren geteld. Mijn foto’s gaf ik mee via het Rode Kruis en televisieploegen. Ik maakte een foto van het megalomane presidentiële Paleis met twee hondjes erop. De foto verscheen over de hele pagina in de krant. Tien jaar eerder zou dat nooit zo gekund hebben. Op die dag werd Ceausescu geëxecuteerd.  Die foto heeft grote impact gehad. Er kwamen veel nabestellingen.’

Aloys: ‘Ben je wel eens bang geweest?’ ‘Natuurlijk. Ik ben een paar keer onderschot gekomen, in Afghanistan, Ierland, Suriname, Israel. Begin jaren ’80 werd een Moluks kamp ontruimd in Vaassen. Ik ging naar een huis dat ontruimd werd en vroeg of ik een foto mocht maken. Dat was goed. Maar even later was de man die me toestemming had gegeven vertrokken en zat er een andere man. Die had duidelijk geen goede voornemens. In zijn hand had hij een hamer. Hij kwam op me af, ik begon te rennen en hij achter me aan. Ik was wel jonger dan hem maar had de camera om mijn schouder. Hij dook op de camera af en had die te pakken. Als een gek begon hij op de camera in te slaan. Net zo lang tot die in gruzelementen lag. Ik heb alles bij elkaar geraapt nadien, in elkaar gepast en als een herinnering op de schoorsteenmantel gezet. Twee agenten zagen alles gebeuren, maar durfden niet in te grijpen.’

Australië

Bert Verhoeff bleef tot 2004 bij de Volkskrant. Eind jaren negentig wilde hij even uit de tredmolen. Hij had het plan een boek te maken over Australië. Idealiter zou het met de krant te combineren zijn. In 2000 waren immers de Olympische Spelen. Hij legde het plan voor aan de hoofdredactie. Die gaf toestemming. Met August Willemsen, die toen in Australië woonde, maakte hij zes stukken voor Vrij Nederland en vervolgens het boek Van Tibooburra naar Packsaddle (Thomas Rap). En maakte hij foto’s van de Olympische Spelen. In totaal was hij er zo’n een / anderhalf jaar. ‘Heel leuk, ik heb niet overwogen me daar echt te vestigen.’

Op het eind van het Australische uitstapje belde Pieter Broertjes, de hoofdredacteur. ‘Heb je zin om Chef Foto te worden?’ Verhoeff had daar niet zo’n zin in. Maar Broertjes drong aan. Verhoeff eiste een dag om zelf foto’s te kunnen maken. Hij begon aan de baan, maar die ene dag schoot er meteen bij in. ‘Het was wel interessant. Ik kreeg opdrachten die ik ’t liefst zelf had willen uitvoeren, maar die moest ik nu verdelen.’

In 2001 – 2002 begon de digitalisering. Verhoeff: ‘Er kwamen 2000 foto’s per dag binnen. Die verdeelde ik over de vijf / zes fotoredacteuren. Digitaal heeft wel voordelen, het afwerkproces is anders, het is gezonder en je hebt meer mogelijkheden dan vroeger. Toen moest ik mijn films hangen en drogen in de hotelkamer. Maar het heeft ook nadelen, er zijn veel te veel foto’s. Er wordt geen selectie meer gemaakt. De prijzen zijn gekelderd. Bij Hollandse Hoogte is oppervlakkigheid troef.  

Le Bistroquet

In verlengde van de nu lopende tentoonstelling  in Museum Hilversum over Verhoeff en de dilemma’s in de fotografie krijgen nog een paar foto’s op de laptop te zien. Allereerst een foto op een zonnige stranddag in Zandvoort van een knappe jonge dame zonder bikinitopje hand in hand met een welgeschapen zwarte jongen. ‘Toen de foto in Elsevier had gestaan, kreeg ik bericht van de dame dat haar man (niet op de foto) vanwege deze foto van haar wilde scheiden. Elsevier had geen zin in een juridisch proces en heeft het afgekocht.’

We zien vervolgens een foto van Den Uyl en Wiegel die in huilen uitbarst. Het is een foto uit een tv-debat in ‘Avro’s Vragenvuur’. Verhoeff: ‘Er kwam een vraag over het weduwenaarspensioen. Wiegel was toen een paar maanden weduwenaar. Hij barstte in huilen uit. Twee fotografen waren aanwezig: Dolf Toussaint en Bert Verhoeff. Toussaint zei: ik laat het schieten, het is te privé. Ikzelf dacht: ik schiet wel en denk daarna wel wat ik ermee doe. Ik kreeg reacties van de redactie van het programma: als je ermee naar buiten gaat, ben je een hyena. Maar het was wel al te zien geweest op tv. Jaap van Meekeren heeft de (tv)film laten vernietigen. In deze tijd zal het niet meer gebeuren. Dit is de tijd van Emo-tv. Als Rutte bijvoorbeeld zou gaan huilen, zou dat gewoon naar buiten komen.’    

Dan een foto van Wiegel en Van Thijn in het Haagse restaurant Le Bistroquet. Het is 1981. Wiegel informeerde Van Thijn over het werken als minister op het Ministerie van Binnenlandse zaken . Eerder had Theo Meijer in 1977 de beroemde foto gemaakt in hetzelfde restaurant met Van Agt en Wiegel, het begin van het kabinet van Agt. Verhoeff: ‘Den Uyl had Van Agt alleen een broodjes kaas aangeboden. Dit was een rijke dis. Ik had toestemming gevraagd en gekregen. Wiegel vond het prachtig, Van Thijn duidelijk wat minder, maar hij wilde het ook niet verhinderen.  Tien jaar later is er, opnieuw in Le Bistroquet nog een foto met Wiegel en Bolkestein gemaakt, maar dat was een media-event.’

Ad Melkert

We zien de voorkaft van de foto van het boek ‘Langs het IJsselmeer’ met een echtpaar in een keurig Messerschmidt autootje.  ‘Ik zag ze voor de brug van Nijkerk. Ideale voorkaft, dacht ik. Maar het echtpaar wilde me aanklagen. Het boek was nog niet verschenen. Ik heb nog bij de NVJ geïnformeerd. Maar die zeiden dat ik kon fotograferen wat ik wilde. Ik ging met het echtpaar een paar keer praten. Op het laatst waren ze zelfs enthousiast.’ Vervolgens een foto met Maarten van Traa met een koffiekarretje door de trein lopend. Met een dame die niets van hem wil weten. Verhoeff: ‘Ik had een paar foto’s. Op gegeven moment is ze in geanimeerd gesprek met van Traa. Maar ik heb deze foto ingeleverd.  Dus eigenlijk is de lezer op het verkeerde been gezet.

Dan een foto van Ad Melkert die in gebogen houding aan een ronde tafel zit, de gordijnen achter hem gesloten. Verhoeff: ‘Het was een week na de moord op Fortuyn. De foto stond groot in de krant de dag voor de verkiezingsdag. Ik las later in het Parool dat de PvdA campagneleider dacht: oef, daar gaan drie zetels. Ik kwam Melkert de dag na de verkiezing tegen op het Binnenhof. Hij zei: ‘Mooie foto, heeft toch niet geholpen.’ Misschien hebben ze bij de PvdA gedacht: een sombere Melkert komt een beetje zielig over. Misschien dat dit juist meer stemmen trekt, om hem uit de put te halen.’

Nescio

Dan een foto van de krakersrellen begin jaren tachtig. Verhoeff: ‘Die rellen heb ik intensief gefotografeerd. Foto’s van bijvoorbeeld agenten die pistolen trekken. Ik ben nu van plan, met Rogier,  een boek te maken daarover. De oude krantenfoto’s vormen de basis, maar het gaat ook om hoe de krakers nu in het leven staan en wat de erfenis is van de kraakbeweging. Dat zijn bijvoorbeeld de broedplaatsen, het Handelsblad gebouw, het Tetterode gebouw, het NDSM gebouw. Die gebouwen zouden anders afgebroken zijn geweest.’ Hij wil ook terug naar Copsa Mica, de zwarte stad uit Roemenie, die helemaal onder het roet zat. De foto’s hebben in Noorderlicht gehangen. Hij wil nu de mensen die hij toen tegenkwam terugvinden en vastleggen.

Met de boeken begon hij eind jaren ’90. Zijn eerste boek was De boomgaard der gelukzaligen, gebaseerd op teksten van Nescio. Hij publiceert elke twee jaar een boek, soms met veel succes, soms met minder. Verhoeff: ‘Toen ik voor de krant werkte was ik constant aan het racen. Ik bleef ook aan de oppervlakte. In de boeken ga ik de diepte in. Je hebt wel een ander bereik, de boeken bereiken duizenden mensen, de krant bijna een miljoen. Maar het gaat wel dieper, denk ik.’

Foto: Michiel Wijnbergh

Tags

Reageren