Velázquez

Diego Rodriguez de Silva y Velázquez, of kortweg Velázquez, is de belangrijkste Spaanse schilder uit de 17e eeuw. Hij was de hofschilder van Filips IV en werd bekend door vele portretten en genretaferelen. Hij was de schilder van de barok.

Velázquez werkte veel voor opdrachtgevers, vaak hovelingen,  en schilderde hen zoals ze het graag wilden: trots en afstandelijk. Hij experimenteerde graag, onder andere met kleur- en lichteffecten. Hij werd geboren in Sevilla in 1599 uit  een Portugees geslacht.

Bodegones

Van Francisco Herrera kreeg hij als jongeling de eerste lessen. Van hem zou hij zijn caravaggistische neigingen (clair obscur, dramatisch licht-donker contrast) hebben opgepikt. Twaalf jaar oud kwam hij in de leer bij Francisco Pacheco, een maniërist, bij wie hij op zijn 17e zijn meestersexamen aflegde. Hij trouwt met zijn dochter. In de trant van Pacheco maakte hij een hele reeks religieuze werken met harde contouren en felle kleuren. De figuren waren nog wat stijf.

Daarnaast begon hij in genrestukken het leven van het eenvoudige volk uit te beelden. Hij had een voorkeur voor de bodegones, de gaarkeukens. In stillevens met veel fruit, groente en wild gaf hij een realistische weergave van het leven van de gewone man. Hij werd erg geïnspireerd door soortgelijke schilderijen van Nederlandse schilders (Jan Steen), maar hij bracht er daarnaast de schilderwijze van Caravaggio en vooral Titiaan in.

Hij mengt het sacrale en alledaagse door eenvoudige volksmensen in de geschiedenissen van heiligen mee te schilderen zoals Christus in het Huis van Martha en Maria uit 1620 dat in de National Gallery in Londen hangt. In dat jaar, 1620 heeft hij al een eigen atelier. In 1622 reist hij naar Madrid, praat daar ook met beambten van de koning en in 1624 neemt de koning, Filips IV, hem in dienst. Velázquez wordt Madrileen.

Dronkenlappen

In het Paleis bekijkt hij de Koninklijke Collectie, veel Titiaans, en neemt daarvan het een en ander over, helderder kleuren en lichtinval van opzij, waarbij de lichtbron niet zichtbaar is. In de jaren 1629/1630 maakt hij een eindeloze serie van de koning, zijn kinderen en de ministers. Hij raakt goed bevriend met de schilder-diplomaat Rubens die ook aan het hof werkte en wordt ook door hem beïnvloed, onder andere in ‘Borrachos’, dronkenlappen, te zien in het Prado in Madrid.

Op advies van Rubens reist hij naar Italië. Daar bestudeert hij de schilderijen van Titiaan en Tintoretto. Zijn schilderijen veranderen qua stijl. In plaats van zwarte schaduwen komt er een diffuus licht. De felle kleuren maken plaats voor een zilverachtig koloriet. Zie ‘De Smidse van Vulcanus’ in het Prado. Het gaat over mythologische waarden en de kunstenaar als kunstenaar én handwerksman.  

In 1631 is hij weer terug in Madrid. Een bijzonder productieve periode breekt aan, waarin hij vrijwel uitsluitend portretten van de Koninklijke Familie schildert. Het lukt hem om individuele trekken van de personen vast te leggen. Van Filips IV maakt hij een ruiterportret.

De overgave van Breda

Voor de troonzaal van het nieuwe Buen Retiro Paleis maakt hij in 1634/1635 het historiestuk ‘De overgave van Breda’. Hij kiest niet voor een veldslag, maar voor de feitelijke overgave van de belegerde vestingstad aan de Spaanse legerleider Ambrosio de Spinola in 1625. Het schilderij staat in het teken van ontmoeting en verzoening.

Velázquez raakt geïnteresseerd in afwijkingen en abnormaliteiten en schildert diverse schilderijen van dwergen, mismaakten en narren. In 1649 gaat hij voor de tweede keer naar Italië, om kunstwerken voor het Koninklijk Paleis aan te kopen. Hij spreekt Ribera, een Spaanse schilder die woont in Italië, ook bekend als Lo Spagnoletto (de kleine Spanjaard), die hij al kende van de eerste keer en daarnaast met Bernini en Poussin.

Hij schilderde zijn enige naakt, de ‘Rokeby Venus’, de Venus voor de spiegel. Het kon wel hier en niet in Spanje, vanwege de Inquisitie. Hij bezocht verschillende steden en stadjes en portretteerde Paus Innocentius X, een indrukwekkend portret. Ook de tuinen van de Villa de Medici werden vastgelegd. Nu te zien in het Prado.

Hofmaarschalk

Op verzoek van de koning keert hij in 1651 terug naar Spanje. De koning benoemt hem tot hofmaarschalk, hij moet zorgen voor de orde in het paleis. Een tijdje later wordt hij in de adelstand verheven als Ridder van Santiago.

 Voor schilderen heeft hij niet zo veel tijd meer. Maar hij maakt wel het beroemde ‘Las Meninas’ met de Infanta Margarita op de voorgrond. Het Koninklijk Paar is alleen in een spiegel te zien. Velázquez is er zelf ook op te zien in een schilderij in het schilderij, al schilderend. Ook zijn er een paar dwergen te zien. Zijn laatste werk, in 1660, is het tweede portret van de Infanta Margarita. Te zien in het Prado.  

Als hofmaarschalk ging Velázquez mee met de reizen van de koning. Hij was verantwoordelijk voor de hofstoet. Vaak gingen de reizen over slechte wegen met primitieve vervoersmiddelen. In 1660 moest hij het huwelijksfeest voor Lodewijk XIV en de Spaanse prinses Maria Theresia organiseren. Dat gebeurde bij Frankrijk in de buurt, in Irun. Hij kwam uitgeput terug van zijn reis en stierf op 61-jarige leeftijd in Madrid. Met grote praal werd hij begraven.

Het stempel van Spanje

Aanvankelijk werd Velázquez bewonderd om zijn stilistische kwaliteiten en de lichteffecten, maar langzamerhand kwam ook de waardering voor de thematiek met aandacht voor het eigen karakter van mensen. Het draagt het stempel van Spanje: wars van overdrijving, maar toch zit er spirit in.

Functie / titel:
schilder
Geboorte- en sterfdatum:
6 juni 1599 / 6 augustus 1660
Plaats geboorte:
Sevilla
Plaats sterven:
Madrid
Sekse:
Man
Woonplaatsen:
Sevilla, Madrid, Rome, Madrid, Rome, Madrid

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0