De wereld van de Haagse kunstenaar, 4 - Suze Robertson

Al vroeg in de 20e eeuw werd Suze Robertson (1855-1922) gezien als de vrouwelijke evenknie van Vincent van Gogh. Ze was eigenwijs en tegendraads. Een vrouwelijke kunstenaar, daar werd in die tijd vreemd tegen aan gekeken.

Net als Vincent van Gogh, zocht ze haar onderwerpen een tijd in Brabant, eerst in Dongen, daarna in Leur. Beide kunstenaars waren geboeid door het leven van de eenvoudige mens. Van Gogh tekende spitters, zaaiers, boeren en boerinnen. Robertson koos vrouwen en kinderen als model.

Al tijdens haar leven werd ze beschouwd als een zeer talentvolle kunstenares, hoewel haar werk meer door collega’s, kunstcritici en kunstverzamelaars werd gewaardeerd dan door het grote publiek. Charley Toorop noemde haar de belangrijkste kunstenares uit de 19e eeuw.

Pietje

De serie werken waarmee Suze Robertson de meeste bekendheid verwierf is die waar haar kindermeisje ‘Pietje’ model voor stond. Liesbeth Brandt Corstius, nomineerde het portret van Pietje op een boerenstoel in 2006 voor ‘het mooiste schilderij van Nederland’. Pietje was een eenvoudige boerenvrouw. Statig en sober zit zij op haar stoel, de achtergrond gedecoreerd met goud. Dankzij Pietje kon Suze Robertson een van de eerste vrouwelijke beroepskunstenaars van Nederland worden.

Suzanne Robertson werd op 17 maart 1855 in Den Haag geboren als jongste van negen kinderen in het gezin van de Haagse koopman John Robertson, telg uit een Schotse familie, en Maria Cornelia van der Vliet. Toen Suze twee jaar oud was stierf haar moeder. Zij werd met een zus opgevoed door haar oom en tante. De zusjes werden samen op de kostschool van Elize van Calcar in Wassenaar geplaatst. Suze was vooral geboeid door tekenen en pianospelen.

Elize, een zus van Geesje Mesdag-van Calcar, was een bekende progressieve pedagoge in die tijd. Twijfelend tussen een levensbestemming in de muziek of in de tekenkunst, koos Suze voor het laatste. In 1874 liet zij zich inschrijven op de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten. Zij bleek een getalenteerde leerling en al snel werden haar prestaties op de academie met verscheidene medailles bekroond.

Naaktklasse

Suze slaagde in 1877 voor de middelbare akte MO tekenen en ging daarna – tot 1882 – lesgeven aan de vijfjarige HBS voor meisjes in Rotterdam. In deze jaren begon ze ook te schilderen. Om zich verder te bekwamen, schreef ze zich in voor de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten. Zij veroorzaakte een schandaal toen zij eiste om, net als haar mannelijke collega’s, tot de ‘naaktklasse’ te willen worden toegelaten.

Een plaatselijke krant schreef er schande van. Robertson liet zich echter niet wegsturen en het resultaat is terug te zien in haar werk. Ze wist treffend menselijke figuren, vooral vrouwen, in hun dagelijkse leven weer te geven.

Amsterdamse Joffers

In 1882 aanvaardde Suze een baan aan de Gouden Meisjesschool aan de Herengracht in Amsterdam.  In haar vrije uren bezoekt ze de Rijksacademie, waar zij naar model werkte. Ze raakt bevriend met schilderessen zoals Lizzy Ansingh, Marie van Regteren-Altena en Jo Bauer-Stumpff. Samen vormden ze de groep van de Amsterdamse Joffers - de naam kwam van kunstcriticus Albert Plasschaert.  Het bleek steeds moeilijker haar baan met het schilderen te combineren. Ze gaf haar goedbetaalde baan als tekenlerares op en ging zich geheel aan de kunst wijden.

Pulchri Studio in Den Haag

In de herfst van 1884 verhuisde Suze Robertson naar Den Haag, waar ze lid werd van het schilderkundig genootschap ‘Pulchri Studio’. Ze zorgde ervoor dat vrouwen twee uur per week mogen plaatsnemen aan de leestafel van Pulchri, wat daarvoor niet was toegestaan. Ze kwam in contact met schilders als George Breitner, Van Gogh, Willem de Zwart en Richard Bisschop. Ze schilderde vooral portretten, naakten en stillevens.

In 1892 trad zij in het huwelijk met Richard Bisschop (1849-1926), schilder van kerkinterieurs en in 1894 werd hun enige dochter Sara geboren, die later ook gaat tekenen en etsen. Tussen 1895 en 1898 verbleef het gezin in het Brabantse Leur. Suze gaf daar tekenles aan dokter Dolk in ruil voor gratis woonruimte.

Vinnig houtskool

De familie keerde terug naar den Haag in 1898, waar Suze zich weer met veel energie aan het schilderen zette. Er volgde een productieve periode. De bekroning van haar werk met gouden medailles op tentoonstellingen in Parijs en Londen in 1900 droeg ertoe bij dat zij de beslissing nam de zorg voor dochter Sara uit te besteden. Hele dagen werkte ze in haar atelier.

Ze concentreerde zich volledig op het onderwerp en tekende daarna in een roes in vinnig houtskool of krijtlijnen haar figuren. In de eerste plaats wilde ze haar sociale bewogenheid en innerlijke gevoelens op een spontane manier uitdrukken. Haar onderwerpen bleven traditioneel, maar de uitwerking was door haar techniek met krachtige brede verftoetsen expressief en modern. Ze is een van de eerste Nederlandse expressionisten.

Larensche Kunsthandel

In 1907 werd ze uitgenodigd haar werk te exposeren in het pasgeopende filiaal van de Larensche Kunsthandel in Amsterdam. Critici als G.H. Marius, Albert Plasschaert en C. Kikkert, kunstverzamelaars en collega’s waren zeer enthousiast over haar schilderijen. Ze verkoopt voor niet minder dan tienduizend gulden.

Meer dan dertig jaar was Robertson actief als schilderes. Ze had vooral oog voor het leven van vrouwen op het platteland. Keer op keer gaf ze hen weer tijdens huishoudelijke bezigheden of tijdens het productiewerk in onder meer de textielindustrie en de landbouw. Je ziet vrouwen: aardappelschillen, borden wassen, brood snijden, kleding wassen, breien, takken breken, schoven binden of spinnen.

Behalve in olieverf heeft zij ook in tekeningen en met pastel veel bezige vrouwen afgebeeld. In het bijzonder in de tekeningen valt op hoe zij geleerd heeft de menselijke figuren treffend af te beelden. De compositie werd zorgvuldig overwogen. De uitwerking op het doek ging daarna snel. Het leek alsof ze het in een vloek en een zucht klaar had. Maar er was veel voorbereiding aan vooraf gegaan.

Eretentoonstelling in Den Haag

De laatste zeven jaar van haar leven werkte ze vaak samen met haar dochter Sara Bisschop, met wie ze in 1917 ook een expositie had. Nadat ze in 1921 nog een eretentoonstelling in Pulchri Studio had, overleed ze op 18 oktober 1922 in Den Haag op 67-jarige leeftijd.

Na haar overlijden werd haar werk nog regelmatig geëxposeerd. Grote exposities waren er in 1955 in het Rijksmuseum in Amsterdam en in 1984 in het gemeentemuseum in Den Haag, in 2003/2004 in Museum Rijswijk en in 2008/2009 in Museum Kempenland in Eindhoven.

Werk van Robertson bevindt zich in de museale collecties van onder meer het Stedelijk Museum Amsterdam, het Gemeentemuseum Den Haag, het Groninger Museum, het Kröller-Müller Museum, het Museum Boijmans Van Beuningen, het Rijksmuseum Twenthe en het Centraal Museum Utrecht.

Overzichtstentoonstelling in Panorama Mesdag

Van 16 december 2013 t/m 23 maart 2014 presenteert Panorama Mesdag een overzicht van werken van Suze Robertson. Suze was bevriend met Geesje Mesdag-van Calcar en met Sientje Mesdag-van Houten. In de onlangs prachtig verbouwde zalen van Panorama Mesdag zijn olieverfschilderijen, rekeningen en pastels van Suze Robertson te zien, allen uit particuliere verzamelingen.

Panorama Mesdag is voor publiek geopend dagelijks van 10.00 – 17.00 uur. Op zon- en feestdagen van 12.00 - 17.00 uur.

De tentoonstelling is van 16 december 2013 t/m 23 maart 2014 te zien.

Afbeeldingen: 1) Oudenhedenstalletje, 2) kerk Batenburg, 3) Zelfportret, 4) Pietje, 5) melk schenken, 6) vrouw aan tafel, 7) Spinster, 8) Steegje, 9) Lezend meisje  

 

 

Circa:
Nee

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0