Internationaal doorgebroken, 11 - Nicole Carvajal

Nicole Carvajal woont in de Merenwijk in Leiden. Ze is al 36 jaar kunstenaar en komt oorspronkelijk uit Chili. Dat is te zien in haar werk. Het is geen plat realisme, maar taferelen met meer betekenissen. Carvajal: ‘Wat dat betreft pas ik eerder in België dan in Nederland.‘

Nicole Carvajal is altijd op zoek naar beelden uit heden en verleden. Een belangrijke bron is de kunstgeschiedenis. Het Melkmeisje van Vermeer, Japanse prenten of een landschap van De Chirico, het zijn bronnen van inspiratie. In haar composities verwijst zij naar zeventiende-eeuwse meesters als Gerard Dou, de fijnschilder. Veel van haar schilderijen zijn – als bij Dou – als doorkijkje opgebouwd. Je kunt een interieur net zien, omdat er een gordijn wordt opgelicht. Deze ‘coulissewerking’ zien we terug in het werk van Carvajal.

Rodolfo Opazo

Gevraagd naar haar centrale thema zegt Carvajal: ‘De man – vrouw relatie, het kind, de liefde, de dood, de droom, de schoonheid, het vreemde. Alles wat je in eerste instantie niet echt begrijpt. Eind jaren zestig ging Nicole Carvajal kunst studeren aan de Universiteit van Santiago de Chile. Die opleiding was heel breed. Er werd niet alleen kunst en kunstgeschiedenis gedoceerd, maar ook druktechnieken en meetkunde.

Een van de docenten waar ze nog vaak aan terugdenkt is Rodolfo Opazo: ‘Hij had in Parijs gestudeerd. Hij had zich de surrealistische beweging eigen gemaakt.  Hij was een groot inspirator, niet alleen voor mij, maar ook voor mijn medestudenten. Na de les nam hij ons mee naar zijn huis en liet hij ons zien hoe hij werkte. Het was gezellig. We kregen te eten, te drinken en Rodolfo vertelde over de betekenis van zijn werk. In de metro van Santiago zijn nog steeds  enorme schilderijen van Rodolfo te zien.’  

Haar opleiding werd ruw onderbroken door de Chileense coup van 1973. Ze wachtte twee jaar totdat de junta zou verdwijnen. Toen dat niet gebeurde besloot ze te vertrekken. Met een Italiaanse boot voer ze van Buenos Aires naar Genua. De boot was vol met Chilenen. In Milaan had ze vrienden wonen. Na een maand maakte ze een uitstapje naar Amsterdam om een goede vriendin over te halen ook in Milaan te komen wonen.

Jongeman

Maar de geschiedenis zou anders lopen. Haar vriendin had een kamer gekregen in de VU studentenflat, in Buitenveldert. Daar op bezoek kwam Nicole een jongeman tegen, een student sociale geografie aan de VU. Ze ging niet terug naar Milaan. En met die jongeman is ze nog steeds. Carvajal: ‘Toen mijn relatie duurzaam begon te worden, zei die jongeman tegen mij: “Je kunt beter naar de Kunstacademie hier gaan om je studie af te maken.” En de vriendin trouwde met een Fransman, ging naar Parijs en kreeg kinderen.’

Achterop de fiets van de jongeman ging ze naar een toelatingsgesprek op de Rietveld Academie. ‘Er zat een commissie van zes mensen aan een lange tafel. Ze kwamen tot de conclusie dat ik toegelaten mocht worden als derdejaars student. Ik had nog drie jaar te gaan.’ Een van haar favoriete docenten was Herman Gordijn. ‘Ik krijg nog elk jaar een kerstkaart van hem.’

In 1979 studeerde ze af en een maand later trouwde ze. Ondertussen sprak ze vloeiend Nederlands. Haar kunstcarrière kon beginnen. Ze ging naar de BKR (Beeldende Kunst Regeling) om te laten zien wat ze maakte.  ‘Ze lieten me toe in de BKR. Een wonder!’ Voor de BKR moesten kunstenaars een maal per maand een werk inleveren. Ze zag dat een grote variëteit kunstenaars eraan meedeed: ‘Ook jongens die aan de drugs waren met werk dat van ellende uit de lijst viel.’

D’Eendt

Ondernemend als ze was stapte ze af op een kunsthandelaar aan het Amsterdamse Rokin. De man had een goede negotie opgebouwd met het verkopen van Old Dutch taferelen aan Amerikanen.  Ze liet hem haar werken zien. ‘Wat u maakt verkoopt niet. U moet stilleventjes maken, bijvoorbeeld halve citroenen, zeventiende-eeuws.’ ‘Ga ik proberen.’ En inderdaad, haar schilderijen sloegen aan. Ze kreeg 300 gulden per schilderij dat de man voor 1000 of zelfs 2000 gulden verkocht.

Ze schaamde zich er een beetje voor. Op een dag stapte ze naar een chique galerie, D’Eendt. ‘De oude meneer was er nog. Hij begreep mijn probleem. “Mevrouw, maakt u zich geen zorgen. Iedereen moet brood op de plank krijgen.” Een jaar lang kon ze haar werk aan deze galerie leveren. Ze merkte dat haar techniek door het maken van zeventiende-eeuwse schilderijtjes flink was verbeterd. In datzelfde jaar kreeg ze een tentoonstelling in de Spiegelzaal van het Amsterdamse Concertgebouw.

Toen kwamen de kinderen, twee meisjes. Het gezin verhuisde naar Zoetermeer. ‘Zoetermeer leek wel een soort strafkamp.’ Haar focus was op de kinderen. Ze bleef wel schilderen, met name kinderportretjes, die ze verkocht, maar het was niet het echte werk. Toen de kinderen op school konden overblijven begon ze weer serieus. Ze merkte hoeveel ze van Rodolfo Opazo had opgestoken, qua idee – ‘alles komt van een soort droomwereld’, maar ook qua materiaal. ‘Je kunt mijn hand niet herkennen op het schilderij. Ik zag het ook bij Margritte, de Belgische kunstenaar. Verf is een subtiel iets. Ik meng de kleuren. Mij schilderijen zijn bijna allemaal tekeningen die ingekleurd zijn.’     

Le Bertin kijkt dubbel

Gevraagd naar een sleutelwerk noemt ze twee werken: ‘L'âge de l'innocence’ en ‘Le Bertin kijkt dubbel’. Op het eerste werk, L'âge de l'innocence’ zien we een keurig meisje in een mooie jurk wat somber voor zich uit kijken. Op de achtergrond handen, een vogeltje en een open raam. ‘Het is een onschuldig kind die een strenge opvoeding heeft gehad. In haar nek zie je een wond die dichtgenaaid is. Op het eerste gezicht lijkt alles fantastisch en beschermd. Maar het kind wordt geslagen en mag dat niet tonen. Ze moet enorme pijn hebben. Die dichtgenaaide wond bevindt zich in het gebied van haar stem en haar mond. Het raampje rechts is een ontsnappingsmogelijkheid. De vogel is vrij, maar het meisje niet.’

Wat het tweede werk betreft, ‘Le Bertin kijkt dubbel’: ‘Louis-François Bertin was een journalist in de tijd van Napoleon. Politiek was hij rechts, koningsgezind georiënteerd. Hij zat voortdurend in de gevangenis. In het Louvre hangt een schilderij van hem, gemaakt door Ingres. In mijn schilderij is hij de archetype man. De vrouw achter hem is ontleend aan Otto Dix. Zij is zijn ‘trofeevrouw’.   

In 1975 kocht Museum de Lakenhal in Leiden twee werken van Carvajal aan, ‘Relaxed Vladimir’ en ‘De Pooier’, Museo de Artes Visuales in Chili heeft het werk ‘Max y la modelo’ aangekocht en in Aarhus, Denemarken, zijn er twee werken in particulier bezit, ‘De Weduwenaar’ – laatst nog in het Museum van Aarhus tentoongesteld, en  ‘La belle au bois dormant’.  M. Schultz,  de minister van infrastructuur en milieu, heeft enige schilderijen van haar. ‘Toen ze wethouder in Leiden was hingen enige schilderijen van mij jarenlang achter haar, onder andere ‘Posthumous present’, een afbeelding van F. Bacon met bloedende vrouw. Zij heeft nog een openingswoord gesproken bij een opening in Galerie Arte Sin Limites in Den Haag.’

Verlenging van de jeugd

In Leiden is Nicole Carvajal lid van Ars Aemula Naturae, een schilder- en tekengenootschap. Ze zit al een aantal jaar in de ballotagecommissie. Op dit moment zit ze ook bij Het Discours van het genootschap. Het Discours telt negen deelnemers. Het bestaat uit schilders, beeldhouwers en tekenaars. ‘We praten over elkaars werk . De groep is opgezet om de leden van Ars Aemula kennis met elkaar te laten maken. Het wordt begeleid door Michael Hoogenhuyze, een gepensioneerde historicus.’ Hoogenhuyze sprak ook de openingswoorden op een recente opening van haar werk in galerie Le Petit Port in Leiden. Zie het filmpje.

 

Tot slot, wat is Nicole’s filosofie? ‘De jeugd duurt te kort! Kunst is een soort weg om over de verlenging van de jeugd te dromen. Voor het eerst “iets” zie je iets.  Je herinnert de “versheid” van een “oud” moment. Die herinneringen haal je terug op het doek, en dan ontstaat een nieuw beeld, met zijn nieuwe kracht. Dat is de magie. Als kunstenaar wordt je weer een getuige van een nieuwe en niet altijd prettige beeltenis. Het komt uit je hoofd en uit je vingers. Geweldig voelt dat. De vormen en de kleuren dienen zich aan. De inhoud is een geheim. Je probeert het raadsel te lezen / te zien.’ 

 

 

 

Circa:
Nee

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0