Internationaal doorgebroken, 5 – Miranda Karskens

Het atelier van Miranda Karskens bevindt zich op een uitgelezen plek. In IJsselstein in het rivierengebied van de provincie Utrecht heeft ze in het atelier de schilderachtige Hollandsche IJssel voor zich liggen.

Ze werkt soms buiten op het plaatsje voor het atelier, zegt ze. ‘Vooral in de zomer kun je hier heel goed werken. En van geluid als het hakken in de steen of het snerpen van de slijpzaag heeft niemand last.’

Opgaan in de steen

Miranda maakt beelden uit diverse soorten materiaal. Belgisch hardsteen, Franse kalksteen,  springstone, serpentijn, graniet en diverse soorten marmer. Ik loop met haar langs de verschillende beelden. Ik zie diverse torso’s, mooi, zwart, strak en rond, maar ook wit en slank. Ik zie ‘getande werken’, waarbij twee figuren tegenover of naast elkaar staan en met elkaar een bepaalde verhouding uitbeelden en in het midden op een bok een groot wit blok van mocca dat nog onbewerkt is.

‘Daar ga ik aan beginnen’, zegt Miranda. ‘Maar dat is altijd weer een hele stap. Het vergt de nodige voorbereiding. Het blok staat er soms weken of maanden.  Ik ga me concentreren, sluit me af van de buitenwereld en verdiep me in de steen. Ik werk intuïtief. De steen moet ik als het ware voelen. Ik ga op in de steen,  moet een idee krijgen en bedenken hoe te werk te gaan. Maak ik eerst een ontwerp in klei, of is het ‘taille direct’, dat ik meteen in de steen begin te hakken?’

‘Het beeld zit al in de steen, maar ik moet het er uit zien te halen. Bepaalde stenen die, als je ze krijgt van zichzelf al een bepaalde vorm hebben, ga je ‘afpellen’. Dan zie je de vorm van het werk langzaam ontstaan. Het is belangrijk op tijd te stoppen, afstand te nemen. Dat je met een objectieve blik naar het werk kijkt en het werk rust geeft. Soms duurt dat kort, een halve week, maar het kan ook maanden of zelfs een half jaar duren voordat je weer verder gaat.’

Ik zie op bepaalde werken kleine inkepingen, ruwe gaatjes. Miranda laat het instrument zien waarmee ze dat doet. ‘Ik gebruik daarvoor de boucharde hamer.’  Inderdaad, op de slakant van de hamer zitten kleine puntjes. Ik zie de andere instrumenten. De slijpzaag, voor het wegnemen van de grote stukken, de oorbeschermers, stofkapje, veiligheidsbril, beitels in vele soorten en maten, de ‘Job’, een beitel voor de grote stukken, en ‘kloppers’, om op de beitels te slaan. Vijlen, schuurstenen, polijstsponzen met diamantjes aan de onderkant. ‘Die zijn zo hard, die slijten bijna niet.’ Een waterslijper en schuurpapier. ‘Het schuren duurt soms  weken. Net zo lang tot de lijnen van het werk strak zijn en de steen glimmend gepolijst is’.

Abstracten en torsen

‘Het is “levend materiaal”, daar houdt je rekening mee.’  Ik zie een witte lijn over een torso. ‘Daar heeft vroeger een scheur in de steen gezeten en is weer keurig aan elkaar gegroeid, maar je ziet het wel. Dat was natuurlijk wel een proces van miljoenen jaren.' Miranda laat me ook kleine fossielen  zien in de steen. ‘Ik heb wel eens een steen doormidden geklieft, dat was dan een onbetrouwbare steen want daar zat dan al een barst in. Soms kun je nog wat met de delen die dan over zijn.'

Miranda maakt abstracte beelden  maar ook  vrouwelijke torsen,  rond en strak tegelijk. Ze hebben een draai, welke een beweging weergeeft maar hebben tegelijkertijd een bepaalde rust, zijn in zichzelf gekeerd. De torsen worden steeds abstracter. ‘Je moet het nog wel herkennen als een torso, een mensfiguur.’ Toen ze begon, waren de werken figuratiever. ‘Ik zie een duidelijke ontwikkeling in de vijftien jaar dat ik nu bezig ben.'

Haar voorbeelden? ‘Brancusi, André Vranken, die ook geïnspireerd is door het archetype van de vrouwelijke tors, Leo de Vries, die bijna abstract werkte, Adriaan Seelen en de Bosschenaar Gerard van Rooij, bij wie ik workshops volgde.' Ze gaat vaak naar het Schevenings ‘Beelden aan Zee’ om inspiratie op te doen en is bijzonder gecharmeerd van Het Depot in Wageningen. ‘En ze geven nog een heel mooi blad uit dat je gratis elk kwartaal krijgt.’  Ze laat me een paar laatste afleveringen zien.

Op de roze bank

Naast het beeldhouwen maakt Miranda Karskens ook schilderijen. Figuratief, met mensen in een bepaalde houding die emoties oproept. De serie met de bank is een groot succes. Op een roze bank zien we allerlei verschillende taferelen en stemmingen. Van uitgelaten tot diep in de put. Miranda: ‘Mijn schilderijen zijn expressief, ik schilder met een losse toets, met lichtwerking op de achtergrond, waardoor er diepte ontstaat. Schilderen is tweedimensionaal, door kleurverschillen en perspectief probeer je het driemensionaal te krijgen. Het is iedere keer weer een gevecht. Ik vind schilderen moeilijker dan beeldhouwen.’

Daarnaast maakt ze portretten in opdracht. Ik zie een aantal werken. Het karakter van personen weet ze goed te ‘pakken’. Het zijn geen staatsieportretten. Er gebéurt iets met de gezichten.

 

 

 

Circa:
Nee

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0