Internationaal doorgebroken, 7 - Carl Giskes

We spreken in de werkruimte van Carl Giskes in de Tierrafino fabriek in het Amsterdamse havengebied. De kamer is vrij leeg. Aan de wanden hangen vierkanten met verschillende tinten leemverf en ertussen een door Carl gemaakt werk van een bizon, in strakke lijnen en ook in leemverf.

Nog steeds hangen er vele bizons in de Tierrafino fabriek die tot eind september 2014 op afspraak voor groepen te bezichtigen.  De weekend tentoonstelling is op 22 juni gesloten.

De Bisoncaravan is een reizende tentoonstelling. In 2003 geïnitieerd door kunstenaar Hilarius Hofstede, die bij iedere halteplaats verder groeit. Er was een prachtige opening met een concert van de Malinese zanger / gitarist Samba Touré.   

Der Bonzenbunker

Carl Giskes is fabriekseigenaar en maakt een bijzonder product: leemstuc en leemverf. Daarnaast is hij kunstenaar. Op de vraag naar het centrale thema in zijn kunst zegt hij: ‘Dat heeft te maken met wat nog niet bestaat, althans wat ik denk dat nog niet bestaat. Soms hangt iets ‘in de lucht’, is er aan de andere kant van de aardbol iemand met hetzelfde bezig. Je ziet vaak dingen tegelijk ontstaan.’

Hij laat mij het plan voor zijn volgende kunstwerk zien. We lopen zijn kantoortje uit, de fabriekshal in en rechts achterin zie ik een vierkant gebouwtje van stampleem, (lagen op elkaar gestampte aarde van verschillende kleuren) met op de twee hoeken smalle langwerpige ramen met brede randen eromheen. Het lijkt wel een bunker, en het is ook een bunker. Der Bonzenbunker, geïnspireerd door de gelijknamige bunker van Joseph Beuys (1921 – 1986). 

Carl Giskes: ‘Ik pak de lelijkste hoek van een ruimte en daar ga ik iets maken. Het gaat op intuïtie. Ik ben betrokken bij de vormgeving van woningen en gebouwen, vooral utiliteitsbouw. Er is de 1% regeling, waarbij 1% van de bouwsom voor kunst bestemd is. Daar ben ik vaak van de partij. Zo heb ik het Belastingkantoor van Enschede en het gebouw van Rijkswaterstaat in Rhoon vormgegeven.’

Djenné (Mali)

Het door Giskes ontwikkelde nieuwe product, leemverf en leemstuc, is een natuurlijk product, gewonnen uit diepere aardlagen van Europese klei- en zandgronden. Leemverf en leemfinish bleken allerlei positieve effecten te hebben. Leemwanden stralen rust uit, ze zuiveren de lucht en verversen energie van mensen.   

‘Er zijn al 100 bedrijven die onze producten namaken. Onze klanten zijn vaak kunstenaars, maar we leveren ook aan vele winkels, een stuk of honderd, in binnen- en buitenland.’ In 1977 kwam Giskes terug van een zeven jaar durende reis door Afrika, waar hij de lemen huizen leerde kennen. De stad Djenné (Mali) aanschouwde hij in grote bewondering. In 1981 begon Giskes in Duitsland (hij is afkomstig uit Krefeld) huizen te stukadoren met leem afkomstig uit klei. ‘We hadden witte, gele en rode leem gemaakt.’ Er kwam meer vraag en hij startte een productiebedrijf in 1992.

Fries dorpje Hallum

In 1986 kwam hij in Nederland terecht. ‘Dat was vanwege Louwrien Wijers, ik leerde haar in 1981 in Duitsland kennen. Zij had boeken geschreven over Beuys, Andy Warhol, Dalai Lama en andere kunstenaars. ‘Kent u een goede handwerker?’ had ze aan Beuys gevraagd.  Zij wilde een huis verbouwen in de buurt van het Friese dorpje Hallum voor de Tibetaanse lama Geshela. Het huis moest in Tibetaanse stijl herbouwd worden, met Tibetaanse meubels en bedsteden. Twee jaar werkte Giskes eraan. ‘We hadden geen stroom en alle materiaal haalden we van de sloop.’   

Met Louwrien Wijers organiseerde Giskes eind jaren ’80 in het Stedelijk Museum en in het Fodor Museum het congres Art meets Science and Spirituality in a changing Economy. Het bestond uit een reeks discussies met panels van een wetenschapper, een econoom, een kunstenaar en een spiritueel persoon.

Er deden bekende en beroemde personen aan mee, een aantal Nobelprijswinnaars en David Bohm, Ilya Prigogine, Fritjof Capra, de Dalai Lama, Robert Rauschenberg, John Cage, Marina Abramovic  en anderen. In het Fodor Museum, dat nu niet meer bestaat, bouwde Carl een paviljoen in de tuin, het Adobe paviljoen, gemaakt van leem. ‘Er zijn boeken geschreven over dat congres.’

Oibibio

Ondertussen had hij zijn latere vrouw leren kennen, Catherina,  die student geneeskunde was. Ze kregen samen vier kinderen.

Na het congres, het is inmiddels 1993, kwam hij in contact met Ronald Jan Heijn en hij bouwde met hem aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade het multiculturele spirituele centrum Oibibio. ‘Van iedere ruimte maakten we maquettes en vervolgens werd het beschilderd met leemstuc en leemverf. Het werd heel artistiek. Ik werkte veel samen met Jacobus Kloppenburg en Waldo Bien.  Het was een grote klus.‘ Het centrum draaide zeven jaar en ging toen failliet. ‘Wat wil je, 150 man personeel.’

Thomas Rau

Hierna kwam Giskes Thomas Rau tegen, een beroemde architect, ook van Duitse herkomst met een architectenbureau in Amsterdam. De samenwerking met Rau had al snel veel resultaat. ‘Je moet alleen utiliteitsbouw doen’ zei Rau. Vele gebouwen werden ingericht: drie stadhuizen, die van Culemborg, Middelburg en Zutphen, een belastingkantoor, een rechtbank, een gebouw van de Triodos bank.   

‘Altijd kunstzinnig, daarvoor was ik immers ingehuurd.’ De kers op de taart waarmee deze periode werd afgesloten was de vormgeving het paviljoen  van de World Expo 2000 in Hannover. ‘Een groot paviljoen. Het was het laatste bouwproject waar ik als Kunstenaar/uitvoerend bouwer bij betrokken was.’

Sinds 2001 richt Giskes zich volledig op de fabricage van kant-en-klare producten. Er kwamen vele nieuwe producten en verder laat hij zich bij projecten inhuren als adviseur. ‘Niet meer als uitvoerder. Dat is te intensief. Het kost veel energie, je moet constant alert zijn. Bij Oibibio maakte hij het mee dat een onderaannemer met gips ging werken aan de onderkant van het trappenhuis en hijzelf aan met medewerkers de bovenkant met leem was begonnen. ‘Het was het begin van de vakantie, ik heb het op afstand nog net kunnen corrigeren.’

Super-galerie

Zijn fabriekruimte is tevens ‘super-galerie’. Nu hangt het vol met bizons. De tentoonstelling Bisoncaravan ging in 2003 van start in het Museum voor Moderne Kunst in Aarhus. Na de aanslagen in 2001 op het World Trade Center in New York leek de wereld op slot te gaan. Een groep kunstenaars onder leiding van Hilarius Hofstede voelde noodzaak tot een krachtige beweging die culturen met elkaar zou verbinden.

Het beeld van de bizon ontstond als representant van onze eigen Europese oertijd en de wortels van de beeldende kunst: de paleolithische grot en de eerste schilderingen van menselijke hand. De combinatie van het oeroude bouwmateriaal in combinatie met de oeroude leemschilderingen in de grotten, en de bizon, een dier uit de oertijd, spraken Carl zeer aan en de beslissing om de tentoonstelling na Aarhus, Marseille, Vlissingen, Bamako/Mali en Polen ook in Amsterdam te houden was snel genomen.

100 kopietjes

De volgende grote expositie, aan het eind van dit jaar,  gaat over Joseph Beuys’ kunstwerk Der Bonzenbunker. ‘Beuys heeft dit werk voor mij gemaakt, ik was zijn assistent. Op een A4-tje tekende hij twee bergen.  In een van die bergen tekende hij een lift, die naar beneden diep in de berg ging. Daar tekende hij een grote kamer, een bunker. Die bunker bestaat in het echt, in de Eiffel.’

‘Vervolgens liet hij 100 kopietjes maken van die tekening. Bij iedere kopie schreef hij een zin, meestal iets politieks, bijvoorbeeld Genscher’s letzten Wohnort. Genscher was destijds minister van buitenlandse zaken.’ Deze tekeningen worden opgehangen in de tentoonstelling bij Tierrafino.

‘Ik maak de expositieruimte klaar met leem. Ook de bunker is deel van de tentoonstelling. Beuys vond dat kunst plezier moest geven. Hij heeft kunst onder het volk gebracht. Hij leefde heel sober en hij wilde zijn werken ook goedkoop houden. Iedere tekening hoefde maar 50 mark te kosten. Maar nadat hij ze verkocht had hij wel 5000 mark in zijn broekzak. Nu zijn die A4-tjes 10 à 20.000 euro per stuk waard. Beuys werd beroemd en zijn werken zijn over de hele wereld verspreid. ‘

Zeven basalt kolommen

Carl leerde Beuys in 1977 kennen. ‘Ik was net terug van mijn zevenjarige wereldreis. Een vriend van mij die in een woongemeenschap woonde, Bernd Jansen, had zijn kamer in Düsseldorf / Krefeld in Beuys’stijl ingericht. Een half jaar later, ik werkte toen met natuursteen, deed beeldhouwwerk, had ik een fabriek gehuurd, en ik nodigde Beuys uit om er een lezing te geven. Hij kwam niet zelf, maar stuurde zijn secretaris, Johannes Stüttgen.’

‘Johannes vertelde Beuys waar ik mee bezig was. Niet veel later kreeg ik een uitnodiging om langs te komen op zijn bureau. Hij was bezig met een Skulpturenpark am Seestern, een groot park in Düsseldorf. Beuys woonde daar vlakbij. Hij vroeg me: ‘Kun je dingen voor me doen? Hij wilde 7000 eikenbomen in Kassel plaatsen. Bij die bomen wilde hij basalt kolommen plaatsen. Kon ik zeven basalt kolommen bij hem bezorgen?’

De volgende dag belde hij me. ‘Kun je 70 kolommen bezorgen?’ De dag erop belde hij weer. ‘Kun je 700 kolommen bezorgen?’  En de dag daarna ‘Kun je 7000 kolommen bezorgen?’ Het is er uiteindelijk allemaal gekomen.  Het duurde drie maanden. Het basalt, afkomstig uit de kern van oude vulkanen in de Eiffel en het Westerwald, kwam uit drie groeven. Iedere steen was 6 à 700 kilo, sommige waren wel 1000 kilo, werd met een kraan op een trailer geladen. ‘  

Symphytum officinale

'Toen kreeg ik het verzoek van Beuys om in 72 stenen een gat uit te boren ter grootte van en met de vorm van een flinke bloempot.' Carl haalt een boek en ik zie op de foto’s de uitboringen in de kolommen.  ‘Na het boren, moest het geslepen worden en dan ging het stuk steen weer terug in de kolom. Beuys had voortdurend kiespijn en als remedie gebruikte hij smeerwortel, Symphytum officinale. Voor iedere kolom maakte hij ook een Symphytum, een pasta dat in het uitgeboorde gat ging. Als vervolgens de steen weer werd terug gezet functioneerde dat als healing van de steen. Het hele project heeft de naam Das Ende des 20. Jahrhunderts gekregen.’

Naast ieder van de 7000 bomen werd een steen geplant. ‘Daarmee kon je de tijd laten zien. Kom je twintig jaar later, dan is de kolom klein geworden en de boom groot. Het staat er nu nog. De hele stad Kassel staat er vol van. Iedere derde boom in Kassel is een Beuys’ boom. In ’82 begon het en vijf jaar later, in ’87 werd de laatste boom geplant. Dat viel samen met de opening van Dokumenta 8 1987.’

Beuys’ studenten

‘Beuys was kunstprofessor aan de Kunstacademie van Düsseldorf. Hij was heel zijn leven docent, maar werd ontslagen. Hij mocht echter wel zijn ruimte op de Academie houden. Met Klaus Staeck richtte hij de Free International University (FIU) op.  Een paar jaar later, in 1986 is hij overleden.'   

Van Beuys heeft Carl veel geleerd. ‘Hij wilde voor anderen iets doen.  Hij bracht anderen naar succes. Dat is een sterk aspect van Beuys. Veel van zijn studenten zijn nu beroemde kunstenaars: Gerhard Richter, Waldo Bien, Walter Dahn, Blinky Palermo. Studenten van Beuys die groot zijn geworden.’

Circa:
Nee

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0