Een bezoek aan de Alisdair Gray overzichtstentoonstelling

De winterzon straalt op het prachtige rode zandsteen van het majestueuze en imposante gebouw van de Kelvingrove Art Gallery and Museum in Glasgow. Het ligt net voorbij Sauchiehall Street, daar waar de straat overgaat in de Argyle Street.  

Kelvingrove Art Gallery and Museum ligt precies op het ontmoetingspunt van de twee belangrijkste oost/west slagaders van Glasgow. Hier stroomt Glasgow’s levensbloed. Prachtige mensen, van allerlei slag, rijk en arm, met een verschillende achtergrond komen hier samen voor een eigen, persoonlijk avontuur in de wereld van kunst en oudheden.

Met de achterkant naar voren

Om bij de parkeerplaats te komen moeten we om het het gebouw heenrijden. Dan ontdekken we dat de achterkant van dit geweldige gebouw de voorzijde is. De bouwuitvoerder las de tekeningen van de architect foutief. Dit glorieuze gebouw staat met zijn achterkant naar voren!

Het gebouw is niet alleen aan de buitenkant imposant. Van binnen is het dat zelfs nog meer. Op de begane grond bevinden zich natuurhistorische en historische voorwerpen. Daarnaast kleine deeltentoonstellingen. Het cafeteria, waar je makkelijk plaats vindt, neemt het grootste gedeelte van de ruimte van het atrium in beslag. 

In de kelder is ere en restaurant en een expositieruimte. Daar is nu de Alisdair Gray overzichtstentoonstelling te zien. Alisdair Gray is de grootvader van de hedendaagse kunst in Schotland en deze tentoonstelling valt samen met zijn tachtigste verjaardag.

Lanark

De eerste keer dat Alisdair Gray mijn hart stal was op school. Ik had zijn eerste en meest bekende roman, Lanark gelezen. Iedereen die een boek in het midden begint en eindigt met het begin verdient speciale aandacht ...

Dit is een unieke gelegenheid om de hele variëteit van zijn werk te bekijken. Heel veel stukken zijn bruiklenen; vele ervan zijn zelden of nooit publiekelijk getoond.

Over 100 werken zou ik iets kunnen vertellen. Ik heb er drie gekozen en het lijkt me goed om Alisdair Gray zelf aan het woord te laten in een recent interview met The Guardian.

Alisdair Gray: Mijn leven in beelden

Afbeelding 1, De Stad, 1951-55-95

“Dit schilderde ik voor het eerst toen ik 15 was. Er maakte zich een opwinding van me meester bij het zien van dit bijeengepakte stukje Glasgow. De dubbele torens waren van de Theologische Hogeschool op Park Circus. Ze zijn omgebouwd tot luxe appartementen. De Synagoge ernaast staat in Hill Street. De huurkazernes, de kerk, de school, de spoorlijn en de openbare bibliotheek kon je overal zien.  De fabriek met hoge schoorstenen deed me denken aan de Blochairn ijzergieterij bij ons eigen huis. Toentertijd waren er in het westen van Schotland veel fabrieken, groot en klein, die op steenkool draaiden. Ze hadden allemaal een schoorsteen. Bij zacht weer was de lucht grijs van mist en roet. Nog voor de middag was de zon veranderd in een gloeiend rode schijf, helder, maar je werd er niet door verblind. Ik herinner uit de late jaren vijftig een zwarte plek op de zon. In koude winters zakte deze vervuilde wolk als een mist de straten in. 

Ik schilderde dit beeld in kinderkunstklassen die in het weekend werden gegeven in de Kelvingrove Art Gallery and Museum door Miss Jean Irwin. Zij was een hele goede leraar. Zij zorgde ervoor dat ik, in die tijd 11 – 17 jaar oud, die zaterdagen als de gelukkigste dagen van mijn leven beleefde.  Slechts een keer stelde ze me teleur. De reden was dit schilderij. Net voordat het gefotografeerd werd ten behoeve van de catalogus van 1951-52, vertelde een vriend van mij haar dat iemand niet van naastgelegen daken van onderen naar het dak van de gieterij kon kijken. Miss Irwin schilderde het dak opnieuw, in het conventionele perspectief. Maar daarmee bedierf zij de compositie. Die had de schuine dakhelling nodig om de zon te ‘pakken’. De mensen in de omringende straten voelden de gieterij boven hen uit torenen. Ik had geen hekel aan conventioneel perspectief, maar wist dat een schilderij verschillende gezichtpunten kon hebben, verschillende perspectieven. Wat je nu ziet is een nieuwe restauratie die jaar later werd uitgevoerd met gouache, pen en inkt.”   

Afbeelding 2, Het straatbeeld van Cowcaddens in de jaren vijftig, 1964

“Dit schilderij maakte ik zeven jaar na het verlaten van de Glasgow School of Art. Het is ontstaan uit de vele schetsen die ik maakte bij het vak muurschildering. Ik vond het kanaal tussen de Clyde and the Forth, dwars door Centraal Schotland, het meest opwindende kunstwerk dat ik kende. Het had een zijtak in de richting van de kolenmijnen van Lanarkshire dat vlak langs mijn huis in Riddrie kwam. Ik maakte veel schetsen voor een fries waarop het hele stuk van het Maryhill viaduct tot de sluizen van Blackhill te zien was. Het waren staaltjes ingenieurskunst die nu verwaarloosd en vergeten zijn. Ik vond het kanaal net zo opwindend als het oude Rome dat moet zijn geweest voor Piranesi, maar ik kon niet alle zes mijl in een schilderij onderbrengen. Dit olieverfschilderij toont een fragment van wat ik van plan was.    

Bijna alle gebouwen zijn nu gesloopt. In 1964 waren ze er nog. Ik heb in beeld gebracht hoe ze met elkaar in verband stonden, ondanks het feit dat de straat aan de rechterkant naar het kanaal en de afdaling aan de linkerkant een rechte helling was. Als je van de ene kant naar de andere kant kijkt  kun je 180 graden rondkijken van het Pinkston Energiestation in het noorden tot de toren van de Sint Aloysius kerk in het zuiden. Dit gebogen perspectief betekent dat de gaslantaarns in de verte rechts en een links verschillende weergaven zijn van hetzelfde. Het schilderij heeft ook een tijdsdimensie. De gezichten op de voorgrond behoren bij het echtpaar dat zich verderop links onderaan de heuvel bevindt. Ik heb geprobeerd om een aantal levensfasen te laten zien, van kindertijd tot hoge leeftijd. De drie jonge mannen heb ik gekopieerd van een krantenfoto waarbij ze de rechtbank van Glasgow verlieten. Zij dragen jaren vijftig kleding, ook de straatverlichting is jaren vijftig. Tien jaar later moesten de Victoriaanse gaslantaarns plaatsmaken voor elektrische lantaarnpalen. Lange tijd heb ik een voorkeur gehad voor locale kleuren in de schemering, waarbij het licht in de straten net aan was.”  

Afbeelding 3, London Road tussen Templeton’s Tapijtfabriek en Monaco Bar, 1977

Vanaf 1967 kreeg ik subsidie voor het maken van mijn schilderijen. Dat ging indirect via opdrachten voor het schrijven van radiohoorspelen en toneelstukken voor de tv. Dit hield om een aantal redenen op in 1976. Toen werd ik afhankelijk van de huur van kostgangers aan wie ik kamers had onderverhuurd. Ik had er een paar over omdat ik van mijn vrouw gescheiden was. Ik verdiende ook aan de decoratie van een muur van een naburig restaurant. Terwijl ik daarmee bezig was, kreeg ik een telefoontje van Elspeth King, curator van het locale historisch museum, The People’s Palace op Glasgow Green. Het was gebouwd in 1898 in het oosten van de stad als cultureel centrum als tegenhanger van Kelvingrove Art Gallery and Museum in het westen van de stad. Het had nog geen schilderijen van Glasgow en mensen uit Glasgow na het begin van de 20e eeuw. Kon ik in dienst komen van het Palace om Glasgow af te beelden?  Mijn straatbeeld van Cowcaddens had haar op het idee gebracht dat ik daar wel interesse voor zou hebben.

Dat was inderdaad het geval. Elspeth gaf me een goed verlichte studio-ruimte in de werkplaats van het Palace in Arcadia Street. Mijn grootouders hadden in Bridgeton gewoond, mijn vader had er tot de Tweede Wereldoorlog in een fabriek gewerkt en ik had mijn eerste grote muurschildering in een kerk in de buurt ervan gemaakt. Acht of negen jaar later werd die kerk gesloopt. Ik bracht schetsen naar de werkplaats van bekende en typische Glaswegans, waar mogelijk met hun dagelijkse achtergrond.  Ook nam ik schetsen mee van naburige straten, waarvan veel in staat van verval waren omdat fabrieken hun poorten gesloten hadden. Eens was het een krachtig arbeidersklasse bolwerk. Het was een ongewoon zonnige zomer, dus ik bracht veel tijd buiten door. Ik tekende wat ik zag met een potlood of een Rotring pen. De tekeningen werden vastgemaakt op planken en gelakt met een speciale verf zodat de zuren er niet onder konden. Vervolgens kleurde ik ze in met waterverf, krijt en op bepaalde plaatsen met acrylverf. Dat laatste gebruikte ik voornamelijk om de lucht op de achtergrond te schilderen. Met opzet hield ik de kleuren licht, om niet af te leiden van de centrale figuur. Zo maakte ik 33 schilderijen voordat ik – met tegenzin – van deze opdracht afscheid nam.      

De Museumdienst van Glasgow had het People’s Palace geen budget gegeven voor een kunstenaar, dus betaalde Elspeth mijn weeksalaris van het nieuwe Banenplan. Helaas was het salaris te laag om de kosten van de kostschool van mijn zoon te betalen, dus moest ik geld lenen. Daarom solliciteerde ik naar de functie van gastschrijver aan de Universiteit van Glasgow. Die betaalde mij aanzienlijk meer.  Maar het liefst was ik nog jaren doorgegaan met Elspeth King en Mike Donnelly, haar partner en assistent, die sinds ik ze kende mijn vrienden bleven."  

Alisdair Gray, een wijze man

Bij deze overzichtstentoonstelling van Alisdair Gray past het dat er een plan is om het werk onder te brengen. Het is een integraal onderdeel van de cultuur van Glasgow, hoewel Glasgow er inmiddels anders uitziet.  Alisdair Gray: een profetische schrijver, een ziener, een wijze man die invloed had op velen die zijn weg kruisten. Op sommigen had het effect, op anderen niet, maar niemand is er slechter van geworden.

Alisdair Gray’s schilderijen, tekeningen, prenten, boeken en toneelstukken zijn de wereld over gegaan, soms zonder dat de wereld zich ervan bewust was. Hij heeft zowel direct als indirect een nietvermoedend publiek beïnvloed, sommigen dankten hem, anderen deden dat niet. In ieder van ons zit een beetje Alisdair Gray. Als je voor 22 febrauri 2015 in Glasgow bent, kom dan even naar deze geweldige overzichtstentoonstelling. En wees niet verrast als je jezelf tegenkomt ...

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 1