De Jezuïeten en het Haagse onderwijs

Bijna was er een eind gekomen aan het onderwijs van de Jezuïeten in Den Haag. Het Aloysius College in het chique Benoordenhout, opgericht in 1917, dreigde het honderd jarig bestaan net niet te halen. Het was een school met enorme reputatie. De leerlingen uit de gegoede kringen gingen de laatste jaren echter liever elders naar school.

‘Nu gebruiken ze de afkorting AC van Aloysius College voor Allochtonen College, aldus rector Kempink enige maanden geleden over de dreigende sluiting van de school.  Leerlingen en docenten organiseerden op 20 november 2014 een protestmars van de school naar het Haagse stadhuis. Oud-leerlingen en leden van de Club van 100 werden actief. Er kwam een nieuw onderwijsplan en extra financiën. Anonieme geldschieters doneerden vijf ton tot een miljoen euro. Op 3 december kwam het nieuws naar buiten dat het bestuur het plan omarmde. Het eeuwfeest zal in 2017 doorgang vinden. Maar een Jezuïet is er niet meer te vinden.

De intellectuelen van de katholieke kerk

De Jezuïeten stonden bekend als de intellectuelen van de katholieke kerk. Ze hielden zich vooral bezig met onderwijs. Begin 19e eeuw vormden de katholieken een schuchtere minderheid in Nederland. De protestanten en de liberalen maakten de dienst uit. In 1815 kregen de Jezuïeten het voor elkaar dat ze een onderwijstaak kregen.

In Culemborg stichtten ze in 1818 een seminarie en kort daarna College Sint Willebrord in Katwijk, de voorganger van het Aloysius College.  Elf jaar later namen de Jezuïeten het over. Het verhuisde begin 20e eeuw naar Den Haag en na de Tweede Wereldoorlog naar landgoed De Breul in Zeist.  

Op deze school werden vooraanstaande katholieken opgeleid, zoals premier Jan de Quay, Kamervoorzitter Frans-Josef van Thiel, hoogleraar en politicus Erik Jurgens en talloze telgen uit de families Brenninkmeijer, Houben, Ruys de Beerenbrouck, Van Lanschot en Michiels van Kessenich. De politici Ruud Lubbers en Hans van Mierlo zaten op het Canisiuscollege van de Jezuïeten in Nijmegen.

Geen dikke Jezuïeten

De paters Jezuïeten (SJ) wilden meer dan louter kennis doorgeven. De ‘jongens uit den beschaafden stand’ moesten worden gevormd tot persoonlijkheden. ‘Mensen met stijl, die representatief en sociaal vaardig waren’ aldus Thomas van den Beld, rector van het Aloysius College, die zelf op het Amsterdamse door Jezuïeten geleide St. Ignatius College had gezeten,  in zijn proefschrift over het oudste Jezuïetencollege van Nederland, Katwijk de Breul.

‘Ik herken een Jezuïet van grote afstand’ vertelde Van den Beld aan de Volkskrant. ’Ze hebben vaak iets afstandelijks, iets intellectueels, iets ascetisch ook. Ik ken eigenlijk geen dikke jezuïeten.’ In het onderwijs werd veel aandacht besteed aan eloquentia, welsprekendheid. Van den Beld: ‘Op mijn eigen middelbare school hadden we een academie – iets wat we tegenwoordig een debatingclub zouden noemen. Leerlingen hielden voordrachten, waarover volop werd gedebatteerd.’

De school aan de Oostduinlaan

In 1910 kocht een groep paters in Den Haag in het Benoordenhout een stuk grond aan de Oostduinlaan, maar het pand werd pas in 1927 betrokken.  Er meldden zich in 1917 49 potentiële leerlingen, jongens, van wie er na een toelatingsexamen 32 over bleven. De eerste klas was geboren.

Het aantal leerlingen groeide gestaag. In 1938 waren er al 704. Er kwam zelfs een dependance. In 1971 waren voor het eerst meisjes welkom. In de jaren zeventig zette de secularisering in en daalde het aantal paters Jezuïeten snel. De school werd bestuurlijk zelfstandig. In de jaren negentig vond een grootschalige renovatie plaats, er kwam een mediatheek, een vernieuwde aula, de modernste licht- en geluidsapparatuur. En tien jaar later een fitnesscentrum, en supersnelle glasvezelkabels voor een elektronische leeromgeving. Maar de schoolpopulatie veranderde ook, er kwamen meer en meer zonen en dochters van de ‘nieuwe Hagenaars’.  

Patershuis fini

 In 1988 was er nog een pater over, de rest was met pensioen. Margot Berends had toen – als niet katholiek- haar eerste baantje, bibliothecaris bij de paters Jezuïeten. ‘In het schoolgedeelte hadden ze een gigantische bibliotheek, die te groot was geworden voor het aantal paters dat nog was overgebleven. En klein gedeelte van de boekencollectie werd opnieuw gecatalogiseerd en vond een plekje in drie leegstaande paterskamers. De rest ging naar de enorme zolder van het gebouw.’ In 2004 viel het doek voor het patershuis van het Aloysius College. Tot dat jaar woonde een groot deel van de Haagse Jezuïeten in dit patershuis. Aan tienduizenden leerlingen hadden ze les gegeven.

Maar de school blijft

Zoals gezegd, de school is gered. Het bestuur van het Aloysius College ziet het helemaal zitten voor de komende decennia: ‘Vol vertrouwen kijken we naar de toekomst en vieren we binnenkort ons eeuwfeest! En zijn we vastbesloten ook het tweede eeuwfeest te halen’.

Tags

Reageren