Internet Bubble

De internet bubble of dot-com bubble is de aanduiding voor een aandelenhausse aan het einde van de negentiger jaren van de twintigste eeuw. Tijdens deze hausse rezen de waarden op de aandelenmarkt razendsnel als gevolg van de groei van de internetsector. De zeepbel (bubble of bubbel) knapte in 2000 en veroorzaakte een wereldwijde recessie.

Door de introductie van een Amerikaanse webbrowser werd het internet in 1994 een massamedium. Het World Wide Web werd voor iedereen toegankelijk. Al snel zagen computerontwikkelaars en commerciële partijen de grote voordelen van het gemakkelijk, laagdrempelig en goedkoop bereiken van grote groepen mensen. Ondernemers kregen het gevoel dat er een ‘Nieuwe Economie’ was geboren, waarin bestaande zakelijke problemen niet meer bestonden.

Twee jaar later werd in Amerika een onderzoek gepubliceerd waarin werd gesteld dat het internetverkeer elke honderd dagen verdubbelde. Onderzoekers berekenden al gauw dat de internetmarkt zodoende een waarde zou krijgen van 300 miljoen dollar. Wereldwijd veroorzaakte dit soort voorspellingen een run op internetaandelen en het vrijkomen van grote sommen investeringsgeld.

Dot-com

Iedereen wilde een graantje meepikken en de duizenden zogeheten dot-combedrijfjes ontstonden vaak net zo snel als dat ze weer ten onder gingen. Door de snel stijgende aandelenkoersen, grootschalige beursspeculatie en grote sommen investeringsgeld ontwikkelde er een gevaarlijke situatie waarin bekende economische zekerheden zonder nadenken opzij werden geschoven. Het marktaandeel werd leidend en naar de netto inkomsten keek niemand meer om.

De bel klapt

Het kon niet lang meer duren voordat de hele internetmarkt instortte. Aandelen gingen steeds vaker en voor steeds hogere prijzen van de hand en speculanten rekenden daar ook op in de hoop winst te kunnen maken. Een riskante onderneming, omdat de meeste dot-combedrijven op deze manier overgewaardeerd werden. Toen het vertrouwen in de ondernemingen afnam, gebeurde er precies hetzelfde als bij de tulpenmanie. Mensen hadden geen geld meer over voor een product dat in feite niet zo bijzonder was. De dot-commers bleken op drijfzand gebouwd. Slechts enkelen hadden een niche in handen, de rest was onderdeel van de zeepbel. En die klapte. Koersen stortten in en de meeste bedrijven gingen failliet. Een typisch voorbeeld van wat ze op de financiële markten een aandelenhausse noemen.

Nederlandse bubbel

In Nederland gebeurde dit met de internetprovider World Online, in 1995 opgericht door zakenvrouw Nina Brink. Als een van de eersten zag zij het potentieel van internetproviders. De Nederlandse Spoorwegen, de TROS en Telfort investeerden grote bedragen in World Online, dat de ambitie had de grootste internetprovider van Europa te worden. Drie jaar later begon Nina Brink met de voorbereidingen van de beursgang van haar bedrijf. Geholpen door enorme mediacampagnes verdrongen aandeelhouders zich bij de beursgang van het bedrijf, op 17 maart 2000. Het aandeel World Online opende op 43 euro. Triomfantelijk stak Nina Brink haar beide duimen omhoog.

De val

Op die eerste beursdag verkochten de grote investeerders echter hun belang. Het aandeel World Online steeg die dag slechts met 20 cent. Argwanend deden de beleggers vervolgens hun aandeel massaal van de hand. Daarop werd al snel bekend dat Nina Brink een paar weken voor de beursgang haar eigen aandelen had verkocht voor maar zes euro, een schijntje in vergelijking met de introductiekoers. Brink kreeg een berg van kritiek over zich heen. Nog geen maand na de beursgang vertrok ze bij World Online en werd het bedrijf door de Italiaanse internetprovider Tiscali overgenomen voor een fractie van de 12 miljard die het bedrijf ten tijde van de beursgang waard was.

Enkele dot-combedrijven overleefden. Amazon.com en eBay kwamen de de internet bubble door en doen het ook nu nog steeds goed

Tags

Reageren