#Kerkverhalen | De spolia Ægyptiorum

Spolia? Waar hebben we het dan over? Over buit, meestal roofbuit die meegenomen werd na een oorlog. Het is bepaald geen alledaags woord dus ik was verrast dat er zowaar een lemma op Wikipedia was te vinden, een heel aardig lemma zelfs.* Waar ik hier de aandacht op wil vestigen is de betekenisverschuiving van buit naar hergebruikte onderdelen, sculptuur en bouwfragmenten in een later bouwwerk. Spoliatie heet dat in jargon. Het is de vraag of die verschuiving mogelijk was geweest, zonder een van de oudste, best gedocumenteerde en meest invloedrijke voorbeelden van spoliatie, namelijk de spolia Ægyptiorum, de schatten van Egypte.

Exodus — De episode waar ik het over ga hebben, is vrijwel bij iedereen bekend, alleen niet onder deze naam. Het gaat om de bouw van de ark van het verbond en de oprichting van de tent boven dit tabernakel, die - om het verwarrend te maken - zelf ook weer tabernakel genoemd werd. Nu slaat tabernakel of tabernaculum niet eens op het tentdoek, maar op de houten plankjes waaruit de ark was samengesteld, waarin de stenen tafelen met de Tien Geboden bewaard werden. Er is geen constructie - of combinatie van constructies - bekend waarover in de heilige boeken zo gedetailleerd is geschreven als over de ark en de heilige omheining met de tent die daarbinnen lag. Je zou bijna kunnen zeggen dat het dé bijbelse sleutelscène is, waarop architecten zich later hebben beroepen. In het Rijksmuseum was tussen de decoraties een Oud-Hollandse versie van deze tekst gekalligrafeerd:

  • ‘De heer sprak tot Mozes: Ik heb mijn keuze laten vallen op Besaleël, zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda. Ik heb hem een uitzonderlijke begaafdheid geschonken, vaardigheid, kennis en veelzijdige bekwaamheid. Hij kan ontwerpen maken, goud, zilver en brons smeden, stenen snijden en zetten en hout bewerken: in alle technieken is hij bedreven'.*

De architect van het Rijksmuseum, Pierre J.H. Cuypers, werd dan ook door een van zijn tijdgenoten betiteld als 'dezen Bezeleël', een tweede Bezaleël. Daarmee was hij in goed gezelschap, want deze eretitel ging nog terug op de architect van Karel de Grote, Einhard.*

Maar hoeveel talent en vakmanschap Bezaleël ook had, er was nog een actor nodig. Het was Mozes die van God een minutieus programma van eisen had gekregen hoe dit mobiele heiligdom moest worden samengesteld en uitgemonsterd. Van de tentdoeken tot de liturgische gewaden van de hogepriester, alles staat nauwkeurig beschreven in Exodus: de verven die zijn gebruikt, de bloemmotieven, de kleuren, noem maar op. De houten onderdelen, het vele goud, de cherubs ... er lijkt geen einde aan te komen. Het was een indrukwekkend bouwbedrijf daar midden in de woestijn.*

Rijkscollectie Mozes tabernakel Jacob de Later naar Gerard Hoet (1696-1709) Mozes voert de directie over de bouw van het tabernakel dat geconstrueerd wordt uit de schatten van Egypte, de spolia Ægyptiorum. Op de voorgrond liggen of allerlei schatten die nog omgesmolten moeten worden, of 'de schotels, de schalen, de kannen en kommen die nodig zijn voor de plengoffers, van zuiver goud'.* Vrijwel zeker zijn de figuren links Bezaleël en zijn assistent Oholiab die hun werk laten keuren. De man achter Mozes is zijn broer Aaron, herkenbaar aan het borstschild of de orkaletas die voorbehouden was aan de hogepriester. Prent van Jacob de Later naar Gerard Hoet (1696 - 1709). Rijkscollectie Rijksmuseum Amsterdam.
__________

Bouw- en siermaterialen — En daarmee komen we aan een cruciaal punt, want waar haalden de Joden daar in the middle of nowhere de grondstoffen vandaan om dit allemaal te maken? Het antwoord ligt besloten in de woorden spolia Ægyptiorum, de buit van de Egyptenaren. Iedereen kent het verhaal over de uittocht uit Egypte die de Joden hadden moeten bevechten, niet te vuur en te zwaard, maar met de hulp van God die de tien plagen over Egypte afriep en het leger van de farao liet verdrinken in de Rode Zee. Een wat minder bekend onderdeel van het verhaal is dat Mozes ook opdracht kreeg ervoor te zorgen dat Gods volk gecompenseerd werd voor alle slavenarbeid met goud en andere waardevolle materialen en voorwerpen.* Het was geen volk van armoedzaaiers dat op weg ging naar het beloofde land. En zoals nog steeds bij  vluchtelingen gebeurt, droeg men de kostbaarheden op het lichaam. Toch zal er ook materiaal op last- en trekdieren meegenomen zijn. Aan wat voor een omvang we moeten denken staat niet vast, maar het was voldoende om er een heiligdom van te bouwen. En dat was niet gering als we de interpretatie van kunstenaars als Jan Luyken (1649-1712) en Gerard Hoet (1648-1733) mogen geloven. De tabernakeltent vormt niet zomaar een opbouw van palen en stokken, waarover heen een tentdoek is gespannen, zoals te zien is bij de nomadentent in Museumpark Orientalis. Het is een mobiele tempel die opgebouwd is uit pijlers met – aardig detail – Griekse kapitelen, waarvan de ‘muren’ en de overdekking bekleed zijn met zwaar afhangende tapijten. Hierin stonden kostbare voorwerpen die uit het gesmolten goud uit Egypte waren gesmeed, zoals de menorah (zevenarmige kandelaar) en de ark van het verbond met de cherubijnen. Zo voldeed Mozes door de inzet van Bezaleël aan de opdracht van God: ‘Dan kan men voor Mij een heiligdom bouwen en zal Ik in hun midden wonen’.*
 
Rijkscollectie Jan Luyken interieur tabernakel (1683) Het interieur van het tabernakel, c.q. de tent over het tabernakel met de menorah, het reukofferaltaar en de toonbroden. In deze interpretatie is dit 'bouwwerk' een soort voorfase van de Griekse tempel in steen. Kennelijk wist men toen nog niet dat er aparte Egyptische bladkapitelen bestaan, waar we inmiddels onder meer dankzij het werk van de historie-schilder Laurens Alma-Tadema vertrouwd zijn geraakt. Van de basementen wordt in Exodus verteld dat ze uit zilver en brons waren gegoten en de pijlers waren uit hout, bekleed met goud. De kapitelen zijn mogelijk het vroegste voorbeeld van spoliatie. Zij worden namelijk in Exodus niet genoemd.* Prent van Jan Luyken, 1683. Rijkscollectie Rijksmuseum Amsterdam.
__________

Figuurlijk — Je kunt er niet precies de vinger opleggen, maar in de dertiende eeuw al is de gedachte gemeengoed dat de spolia Ægyptiorum niet alleen een letterlijke betekenis hebben, maar ook een symbolische. Zoals de Joden uit het heidense, Egyptische goud dat voor een verwerpelijke eredienst van afgoden was gebruikt, de oudste christelijke gewijde voorwerpen maakten, zo mochten kerkelijke denkers het gedachtegoed van heidense geleerden inzetten voor de constructie van een christelijke filosofie. God zelf maakte geen onderscheid in de boodschappers om zijn openbaring de wereld in te sturen. Deze visie kreeg in de negentiende eeuw onder paus Leo XIII een centrale positie in de katholieke wetenschapsbeoefening. Om te laten zien dat het hem ernst was, plaatste Leo XIII de middeleeuwse denker Thomas van Aquino op de voorgrond. Hij had immers de filosofie van Aristoteles in de christelijke wijsbegeerte en theologie kunnen integreren, dankzij het voorwerk van de Arabische scholen. Waar dit voorbeeld in Nederland toe leidde, wordt in de kerkbouw hoogst waarschijnlijk tot uitdrukking gebracht door de oriëntaalse koepel van de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers.*

Schadeclaim — Wat is nu nog de actualiteitswaarde van dit gebruik van de eerste spolia in een heiligdom? Niets zou je toch zeggen? De Egyptische politicoloog Ammar Ali Hassan dacht daar anders over, want in 2014 hield hij een serieus pleidooi om de Joden te dwingen een schadevergoeding te betalen voor al de schatten en het goud dat ze bij hun vertrek uit Egypte hadden gestolen, ver voor de jaartelling.* Alleen al theoretisch zou dat een razend interessante casus zijn. Iemand nog een onderwerp nodig voor een filmscript? Laat het weten!

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * in de tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • De spolia Ægyptiorum vormen een subthema van Hubar, Bernadette van Hellenberg, De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016 (voor het register surf naar http://bit.ly/RKBavo-boekregister), pp. 24, 58-59, 81-82, 141, 153, 154, 296-301.
  • Wikiwand: https://www.wikiwand.com/nl/Spolia
  • Het citaat over Bezaleël is ontleend aan de willibrordbijbel.nl: Exodus 31, 1-11.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997, pp. 42, 195, 221, 236, 346, 384, 387 (Beseleël).
  • Voor het bouw- en kunstbedrijf in de woestijn zie de willibrordbijbel.nl: Exodus, hoofdstukken 25-40.
  • De spolia Ægyptiorum zijn direct gebaseerd op Exodus 3: 21-22: 'En Ik zal de Egyptenaren gunstig stemmen tegenover dit volk, zodat, als u dan weggaat, u niet met lege handen gaat. Laten alle vrouwen aan hun buren en huisgenoten vragen om gouden en zilveren sieraden en om kleding. Die moet u uw zonen en dochters aandoen, en er Egypte van beroven.’ Zo ook Exodus 11: 2 en 12: 35.
  • De opdracht van God aan Mozes is ontleend aan de willibrordbijbel.nl: Exodus 25:8.
  • Ogtrop, H.J. van, Hij wil bij ons wonen, Kerkenbouw en bijbelse verbeelding in het bisdom Haarlem-Amsterdam, Haarlem 2009, p. 172.
  • ‘Egyptische wetenschapper: Joden moeten het goud teruggeven dat ze meenamen tijdens de Exodus’, op: middenoostenandersbekeken.nl, http://bit.ly/2dzrL0W (2014).

Beeldmateriaal

  • J.H. Tonnaer laat het heilige vaatwerk zien van de Joodse liturgie, dat bestaat uit omgesmede spolia Ægyptiorum: de toonbroden, menorah en het reukaltaar geven aan dat men in het Heilige staat, vlak voor het voorhang dat de entree vormt naar het Heilige der Heilige. Ook dit wordt gemarkeerd door een klassieke zuilenorde. In dit tafereel betreedt de hogepriester het Heilige der Heilige wat alleen gebeurt op Grote Verzoendag, Jom Kipoer. Altaar van het heilig Bloedwonder in de Laurentiuskerk te Alkmaar (1906). Foto bvhh.nu 2016.
  • Mozes voert de directie over de bouw van het tabernakel dat geconstrueerd wordt uit de schatten van Egypte, de spolia Aegyptiorum. Op de voorgrond liggen allerlei schatten die nog omgesmolten moeten worden. Mogelijk is een van de figuren links Bezaleël die dit werk met zijn zonen uitvoerde. De man achter Mozes is zijn broer Aaron, herkenbaar aan het borstschild of de orkaletas die voorbehouden was aan de hogepriester. Prent van Jacob de Later naar Gerard Hoet (1696 - 1709). Rijkscollectie Rijksmuseum Amsterdam.
  • De priester met de toonbroden en de hogepriester met het borstschild op de tombe van het Sacramentsaltaar in de nieuwe Bavo, van de hand van F.W. Mengelberg (1896). Collage van foto's van de Beeldbank RCE-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2015).
  • De samenstelling van het tabernakel, c.q. de tent over het tabernakel. Prent van Jan Luyken, 1683. Rijkscollectie Rijksmuseum Amsterdam.
  • In Museumpark Orientalis staat een nomadentent die een beeld geeft van het verblijf van de zwervende volkeren in het Midden-Oosten. Foto bvhh.nu 2016.
  • Het interieur van het tabernakel, c.q. de tent over het tabernakel met de menorah, het reukofferaltaar en de toonbroden. In deze interpretatie is dit 'bouwwerk' een soort voorfase van de Griekse tempel in steen. Kennelijk wist men toen nog niet dat er aparte Egyptische bladkapitelen bestaan, die we inmiddels kennen uit het werk van de historie-schilder Laurens Alma-Tadema. Van de basementen wordt in Exodus verteld dat ze uit zilver en brons waren gegoten en de pijlers waren uit hout, bekleed met goud. Prent van Jan Luyken, 1683. Rijkscollectie Rijksmuseum Amsterdam.
  • Een van de meest bijzondere voorbeelden - zo niet het enige voorbeeld - van de spolia Ægyptiorum in de bouwkunst is vrijwel zeker de oriëntaals geïnspireerde koepel van de nieuwe Bavo naar ontwerp van Joseph Cuypers. Ontwerp Marjo Starink | Foto Beeldbank RCE- Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015.

Al het beeldmateriaal van het Rijksmuseum is reprovrij. De overige afbeeldingen zijn onder restricties vrij van reprorechten: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA.

De omslag van mijn boek over de nieuwe Bavo!

Bestel het boek over de nieuwe Bavo door te klikken op …

  • NieuweBavo@gmail.com, als je in of vlak bij Haarlem woont (vergeet niet je contactgegevens te vermelden). Na betaling kun je het boek bij de kathedraal ophalen. De opbrengst komt ten goede aan de restauratie van dit monument, waar op dit moment nog heel wat middelen voor nodig zijn.
  • http://bit.ly/WBOOKS-nBavo, als Haarlem buiten je horizon ligt. Zo kun je het boek voor dezelfde prijs rechtstreeks kopen bij de uitgever, inclusief verzendkosten.

Tot slot

Meer weten over wat ik geschreven heb voor if then is now? Voer dan mijn naam in het zoekscherm of gebruik de zoekterm #kerkverhalen. Je bent natuurlijk ook altijd welkom op vanhellenberghubar.org.

Benieuwd naar #kerkverhalen? Volg dan deze link. Interesse om mee te doen? Meld je dan aan bij menno@ifthenisnow.nl. Je kunt ons ook volgen op Twitter via @kerkverhalen.

Dit item kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘#Kerkverhalen | De spolia Ægyptiorum’, op: ifthenisnow.eu, http://bit.ly/2dRDXrt (2016).
Verkorte link van dit item:http://bit.ly/2dRDXrt

Reageren