Wassily Kandinsky

Wassily Kandinsky

Onlangs was ik op de persbijeenkomst van Hermitage Amsterdam ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Russische avant-garde – Revolutie in de kunst’. Ik zag er twee mooie schilderijen van Wassily Kandinsky, maar daarnaast ook zijn fantastische illustraties op theekopjes en borden.

De Russische avant-gardisten, met als bekendste kunstenaars Kazimir Malevitsj en Wassily Kandinsky, maakten naam met hun radicale vernieuwingen in de schilderkunst. Maar zij stortten zich ook op het ontwerp van interieurs en theaterdecors, gebruiksvoorwerpen en boeken. De meest verrassende drager voor de nieuwe artistieke beeldtaal was porselein, nota bene het favoriete materiaal van de tsaren. Het was ruim voorradig en geheel wit, reden voor veel kunstenaars om er mee te werken.

Kleuren

Kandinsky wordt in 1866 geboren in Moskou, als zoon van Lidia Ticheeva en Vasily Silvestrovich Kandinsky, een theehandelaar. Een van zijn overgrootmoeders is prinses Gantimurova, een Mongoolse prinses. Als kind is hij gefascineerd door kleur. Zijn belangstelling voor kleurensymboliek en -psychologie neemt toe als hij opgroeit. In 1889 maakt hij deel uit van een etnografische onderzoeksgroep die naar de regio Vologda ten noorden van Moskou reist. In Looks on the Past vertelt hij dat de huizen en kerken waren versierd met zulke glinsterende kleuren dat hij bij binnenkomst het gevoel had dat hij een schilderij binnen stapte. Hij vergeleek het schilderen een tijdje later met het componeren van muziek: "Kleur is het toetsenbord, de ogen zijn de hamers, de ziel is de piano met veel snaren. De artiest is de hand die speelt, die een of andere toets aanraakt, om trillingen in de ziel te veroorzaken.”

Via Odessa naar München

Kandinsky brengt zijn jeugd door in Odessa, waar hij afstudeert aan de Grekov Odessa Art school. In Moskou studeert hij vervolgens rechten en economie en is zo succesvol dat hij een hoogleraarschap krijgt aangeboden. Kandinsky kiest echter voor de kunst, op 30-jarige leeftijd gaat hij tekenen en schilderen, en hij begint met de anatomie.

In 1896 vestigt Kandinsky zich in München, waar hij eerst studeert aan de privéschool van Anton Azbe en daarna aan de Academie voor Schone Kunsten. In 1901 richt hij in München met Wilhelm Hüsgen en andere kunstenaars de Phalanx-kunstenaarsgroep op. Hij leidt de bijbehorende ‘School voor Schilderen en Levenstekenen’. Terwijl hij daar les gaf, ontmoet hij Gabriele Münter, die zijn partner wordt. In 1902 wordt het werk van Kandinsky voor het eerst tentoongesteld in de Berlijnse Secession. 

Der Blaue Reiter

In 1903 schildert hij Der Blaue Reiter, waarop een in het blauw gehulde figuur op een snel rijdend paard dat door een rotsachtige weide rent. Het schilderij wordt later, in 1911, symbool de kunstgroep Der Blaue Reiter, opgezet door Kandinsky en zijn geestverwant Franz Marc. Gabriele Münter, Alexej von Jawlensky, August Macke, Marianne von Werefkin en Heinrich Campendonck sluiten zich erbij aan.

In 1911/12 brengt hij met Franz Marc Der Blaue Reiter Almanac uit, met daarin twee gekleurde en gesigneerde houtsneden van Wassily Kandinsky en Franz Marc. Het bevat bijdragen van August Macke, Arnold Schönberg en anderen. De Almanak, uitgegeven door Reinhard Piper, is uitgegroeid tot een van de belangrijkste kunstboeken van de 20e eeuw. De almanak en de in 1910 uitgebrachte verhandeling van Kandinsky 'Über das Geistige in der Kunst', zijn een verdediging van de abstracte kunst en een bevestiging dat alle vormen van kunst in gelijke mate in staat zijn een niveau van spiritualiteit te bereiken.

Muziek

Kandinsky's schilderijen uit deze periode zijn grote, expressieve gekleurde werken. De vormen en lijnen dienen niet langer om af te bakenen, maar overlappen vrijelijk om zo een buitengewone kracht te vormen. Muziek was belangrijk bij het ontstaan van dit werk. Muziek is van nature abstract, het drukt op een onmiddellijke manier de innerlijke gevoelens van de ziel uit. Kandinsky gebruikt soms muzikale termen om zijn werken te identificeren; hij noemde zijn meest spontane schilderijen 'improvisaties' en beschreef meer uitgebreide werken als 'composities'.

Kandinsky is ervan overtuigd dat kleur in een schilderij gebruikt kan worden als iets autonooms, los van de visuele beschrijving van een object of vorm. De belangstelling voor Kandinsky groeit snel toen Sadleir in 1914 een Engelse vertaling, ‘On the Spiritual in Art’ publiceerde. In dat jaar worden uittreksels uit het boek gepubliceerd in het tijdschrift Blast van Percy Wyndham Lewis en in de culturele wekelijkse krant The New Age van Alfred Orage.    

Moskou

In 1914 keert Kandinsky, na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, terug naar Moskou. Na de Russische Revolutie, 1917, wordt hij een insider in de culturele administratie van Anatoly Loenatsjarski en helpt hij bij de oprichting van het Museum van de Cultuur van de Schilderkunst. In 1916 ontmoet hij Nina Andreevskaya , met wie hij in 1917 trouwt.

Van 1918 tot 1921 is Kandinsky betrokken bij de culturele politiek van de Sovjet-Unie en werkt hij mee aan kunsteducatie en museumhervorming. Hij schildert in deze periode weinig, maar wijdt zijn tijd aan artistiek onderwijs, met een programma gebaseerd op vorm- en kleuranalyse. Hij helpt ook bij de organisatie van het Instituut voor Artistieke Cultuur in Moskou, waarvan hij de eerste directeur wordt. Zijn spirituele, expressionistische kijk op kunst wordt uiteindelijk door de radicale leden van het Instituut verworpen als te individualistisch en burgerlijk. In 1921 wordt Kandinsky door de oprichter, architect Walter Gropius, uitgenodigd om naar Duitsland te gaan om in Weimar mee te doen aan het het Bauhaus.  

Via Weimar naar Parijs

Zijn spirituele kijk blijkt te veraf te staan van het materialisme van de arbeidersstaat. Hij doceert aan de Bauhaus-school voor kunst en architectuur van 1922 totdat de nazi's het in 1933 sluiten. Daarna verhuist hij naar Frankrijk, waar hij de rest van zijn leven woont. In 1939 wordt hij Frans staatsburger en produceert hij zijn meest prominente kunst.

In zijn appartement in Parijs, schildert hij in een woonkamer atelier biomorfe vormen met soepele, niet-geometrische contouren - vormen die microscopisch kleine organismen suggereren, maar het innerlijke leven van de kunstenaar uitdrukken. Het zijn originele kleurcomposities, die doen denken aan Slavische populaire kunst. Hij mengt ook af en toe zand met verf om zijn schilderijen een korrelige, rustieke textuur te geven.

Kandinsky wordt een van de pioniers van de abstractie in de westerse kunst en daarbij vormen  zijn ervaringen van de Russische revolutie een bepalend element.

Geboorte- en sterfdatum:
16 december 1866 / 13 december 1944
Plaats geboorte:
Moskou
Plaats sterven:
Neuilly-sur-Seine
Sekse:
Man
Woonplaatsen:
Moskou, Odessa, München, Moskou, Weimar, Parijs

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0