Den Haag – het Rabbijn Maarsenplein

Horizontal tabs

Beschrijving

Het Rabbijn Maarsenplein is een oud schoolplein, achter het plantsoen van de Nieuwe Kerk. Als onderdeel van China Town valt het niet meteen op, buiten misschien de grote plantanen die het plein omringen. Toch gaat er heel wat geschiedenis schuil achter die moderne nieuwbouw.

Vroeger lag het plein in het midden van een de joodse buurt van Den Haag. Meer welvarende joden trokken naar de modieuze woonadressen aan de Lange Voorhout, waardoor het gebied enigszins verpauperde. Toch bleef de buurt steeds het levendige hart vormen van de joodse gemeenschap in Den Haag. Na de Tweede Wereldoorlog stond de buurt grotendeels leeg en verkrotte. In plaats van renovatie, koos de gemeente Den Haag voor een verse start. In de jaren '70 werd de oude buurt met de grond gelijk gemaakt en volgde nieuwbouw. Naast nieuwe huizen, werd het oude schoolplein dat hier lag vergroot en hernoemd tot het Bezemplein. Het Bezemplein kreeg in 2006 wederom een nieuwe naam en werd vernoemd naar de meest welbelezen opperrabbijn van Den Haag, Isaac Maarsen (1892-1943).

Meester van het woord

Rabbijn Maarsen was een meester van het woord. Hij beheerste de Nederlandse taal op een zeer bijzondere manier en was dan ook een veelgevraagd spreker. Wanneer bekend was gemaakt dat de opperrabbijn zou spreken, was de Grote Synagoge in de Wagenstraat te klein voor alle belangstellenden, zeker in de eerste jaren na zijn ambtsaanvaarding in 1925, toen chazzan Lewinsky nog oppervoorzanger was. In die tijd stonden de toehoorders zelfs in de gangen van het sjoelgebouw en op het plein voor de synagoge.

Maarsen verzette zich fel in woord en geschrift tegen de opkomende Reformbeweging in het jodendom. Het Reformjodendom ziet de traditionele joodse wet, de halacha, als totaal niet bindend en ziet de Thora als een door mensen geschreven boek van verhalen die niet letterlijk genomen dienen te worden. Ter verdediging van het traditionele jodendom schreef Maarsen een brochure, verzond hij brieven aan gemeenteleden en schrijf hij geregeld bijdragen in het blad Ha’amoed (de Vuurzuil), hét orgaan van joods Den Haag van 5 juni 1931 tot 10 mei 1940.

Zending

Maarsen mengde zich in de discussie rond het gemengde huwelijk, dat steeds meer voorkwam, en waarschuwde indringend tegen de christelijke zending, die ook steeds sterker werd. Het centrum van waaruit de zending opereerde was de Nieuwe Kerk, midden in de joodse Buurt. En vlakbij het Joodse Tehuis op de Paviljoensgracht was een zendingslokaal gesticht waar dagelijks op warme chocolade en krentenbrood werd getrakteerd om daarmee joden naar de cathechisatie te krijgen. Daarom verbood de opperrabbijn zijn gemeenteleden om een zendingslokaal te betreden.

Boeken die Maarsen schreef over diverse aspecten van het jodendom kregen grote bekendheid in het Nederlandse taalgebied. Maarsen vertaalde ook middeleeuwse en moderne poëzie vanuit het Hebreeuws in het Nederlands en hield zich bezig met onderzoek naar de geschiedenis van het Nederlandse rabbinaat.

Parshandatha

Internationale bekendheid verwierf hij door zijn studies over rabbijnse literatuur, die in diverse Hebreeuwse periodieken werden gepubliceerd. Zo maakte hij in een van zijn boeken aantekeningen bij het bijbelcommentaar van Nachmanides, een middeleeuwse Spaanse rabbijn. En hij gaf in een ander werk een beschouwing over Rasjie’s commentaar vergeleken met de Talmoed. Zijn belangrijkste werk, Parshandatha, is een in het Hebreeuws geschreven kritische beschouwing van Rasjie’s commentaar op de Profeten en de Geschriften. Hoewel hij niets te maken wilde hebben met het Zionisme, liet hij zijn werken wel in Jeruzalem uitgeven. Over al die werken correspondeerde hij met hoogleraren en met rabbijnen, in het Hebreeuws en in moderne talen. Hij was ongetwijfeld de meest op de voorgrond tredende van de Nederlandse rabbijnen in de periode voor de Tweede Wereldoorlog. Maarsen was een echte kamergeleerde. Hij hield zich weliswaar bezig met wat zich in zijn gemeente op godsdienstig en cultureel gebied afspeelde, maar hij had geen contact met de gewone man-in-de-straat.

Joods kindermonument

In de buurt van het huidige Rabbijn Maarsenplein stond vroeger ook een joodse school. Vanaf 1942 mochten joodse kinderen niet meer naar de gewone lagere scholen in Den Haag, maar moesten verplicht naar de school in de jodenbuurt. In 1942 en 1943 zijn vele kinderen die hier op school zaten gedeporteerd. Ongeveer tweeduizend joodse kinderen uit Den Haag zijn in de Tweede Wereldoorlog omgekomen. Hun namen zijn op 19 april 2012 bij de Herdenking van de Holocaust, Jom Hashoa, voorgelezen.

Op het plein staat ook het  joods kindermonument, ter nagedachtenis aan de joodse kinderen die hier op school zaten en in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Het monument bestaat uit roestvrijstalen stoelen die als klimrek fungeren, het klimrek symboliseert een trap naar de hemel. Op deze stoelen staan namen gegraveerd van vierhonderd joodse kinderen uit Den Haag, die de oorlog niet overleefden.

Adres

Rabbijn Maarsenplein
2512 HJ gravenha

Telefoonnummer

070-3921230

Facilities

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0