Ambassadeur voor Cuypers' glasnegatieven

Eind 2016 vroeg 't Cuypershuis in Roermond me om toe te treden tot de ambassadeurs voor de reddingsactie van de glasnegatieven van de firma Cuypers (zie dit item op if then is now). Ik gebruik gemakshalve deze verzamelnaam, maar eigenlijk dekt die de lading niet. Want het gaat zowel om negatieven van het architectenbureau als die van de ateliers voor kerkelijke kunst: aanvankelijk Cuypers & Stoltzenberg, na 1894 Cuypers & Co en toen Joseph met zijn zoon Michael een vennootschap aanging werd de naam weer anders. Natuurlijk begint het verhaal over de glasnegatieven bij Pierre Cuypers senior, maar het gros van wat er nu nog is gaat over de tijd dat Joseph de leiding had. Veel van het materiaal dat nu in Roermond te zien is, is van na 1900. 

In de rubriek hierna geef ik gaandeweg een beeld van de meest interessante dingen die ik ontdekte, toen ik kleine stukjes schreef voor de sociale media (de collages hieronder met plaatjes en tekst).* Aan het slot van de serie heb ik een kort item geplaatst over hoe mijn interesse in de familie Cuypers is ontstaan. Toen ik als student in 1977 rondzwierf in de Maastrichtse Servaaskerk had ik niet kunnen bedenken dat dit het begin was van een relatie die al meer dan 40 jaar standhoudt. 

De glasnegatieven en de crowdfunding-campagne 'Breng Cuypers in beeld!' staan centraal in de tentoonstelling Cuypers’ glasnegatieven. Deze loopt tot en met 26 maart 2017. 

De crowdfunding is inmiddels een groot succes: het streefbedrag van 10.000 euro is bereikt, maar dat betekent niet dat het Cuypershuis op zijn lauweren gaat rusten. Voor de totale restauratie is immers het viervoudige nodig, dus donaties blijven welkom! De actie via bit.ly/Cuypersglasnegatieven op het platform voordekunst.nl is voorbij, maar de crowdfunding wordt voortgezet door het museum zelf. Help mee en geef je donatie door aan museum@roermond.nl onder vermelding van #CuypersinBeeld. 


Welke techniek paste Cuypers toe als hij fotografeerde?


Welke fototechniek gebruikte Cuypers (collage bvhh.nu 2017)

Dit raadseltje heb ik besproken toen ik zondag 12 maart in het Cuypershuis 'op zaal' stond. Het is vrij eenvoudig via Wikipedia op te lossen, ook al gaat het niet om een ondubbelzinnig antwoord. Maar met een beetje deduceren en combineren kom je een heel eind. Op Wikipedia vind je onder ‘Daguerre’ dat deze vader van de fotografie een systeem ontwikkelde, waarbij geen negatief als intermediair werd gebruikt (1839). Er was dus maar één afdruk. Bij calotypie was dat wel het geval, waardoor meer exemplaren mogelijk waren, ook al kon je het negatief niet bewerken (1839). Gelet op de contacten die Cuypers rond 1860 zowel in Frankrijk als Engeland had, was beide mogelijk geweest. Maar ik vermoed dat het om - een verbeterde versie van - de laatste methode ging, omdat die meer armslag bood. Dat blijkt ook uit het vervolg van dit verhaal.

De glasnegatieven maken in 1847 hun entree. Vanaf 1851 krijg je voor het eerst te maken met het analoge negatief/positiefsysteem, eerst in een natte vorm ('the collodion wet plate process') en later, vanaf 1871, droog. Nu is dit verschil een tikkeltje misleidend, want van de natte vorm bestond een droge variant die onder meer gebruikt werd om landschappen te fotograferen. Het ging om onderwerpen die een lange belichtingstijd konden hebben, wat uiteraard ook geldt voor monumenten. Vanaf dat moment was het eenvoudiger om op locatie te fotograferen. Wat Cuypers rond 1860 liet maken en later zelf maakte, zal de droge variant van dit ‘natte’ procedé zijn geweest. En dit was weer een verbetering van de calotypie van Talbot die nog met kwetsbare papieren negatieven werkte. Hierna was het glasnegatief tot ver in de twintigste eeuw niet meer weg te denken. Zo werd tussen 1925 en 1928 een reportage gemaakt van de bouw van de westtorens van de nieuwe Bavo - een coproductie van Joseph Cuypers en Pierre J.M.M. Cuypers junior -, waarvan een deel van de glasnegatieven behouden is.* Voor de collectie in Roermond wordt 1930 als einddatum gehanteerd.

Het verhaal dat Cuypers zelf fotografeerde komt uit het boeiende artikel van Loes van Harrevelt uit de oeuvrecatalogus van het Nai (tegenwoordig Nieuwe Instituut) uit 2007 (zie de bronnenlijst hieronder). Daarin wijst ze ook op de rol van Joseph Cuypers bij de opbouw van de collectie van het bureau en de kunstwerkplaatsen.

Nieuwe Bavo torenbouw glasnegatief 1928 (Fotograaf A. Peperkamp Haarlem)

Een van de glasnegatieven van de torenbouw van de nieuwe Bavo uit 1928 (fotograaf A. Peperkamp Haarlem). Met dank aan koster Stephan van Rijt.


Netwerken: August Falise en Joseph Cuypers


August Falise en de mal van zijn beeld van Jeroen Bosch tussen de glasnegatieven van @Cuypershuis. Herkomst Cuypershuis.

Eigenlijk weten we nog heel weinig van de netwerken van de firma Cuypers & Co. Maar daar gaat verandering in komen, nu Gert van Kleef met een promotieonderzoek is gestart naar Joseph Cuypers. Wie weet komen we dan ook meer te weten over de relatie met August Falise. Tot dusver was niet bekend dat het atelier in Roermond ook ruimte bood aan bevriende 'concullega's'. Werden daar de voorbereidende werkzaamheden weggezet, zoals de mal van het beeld van Jeroen Bosch suggereert? Of werd er ook de laatste hand gelegd, wat je zou kunnen afleiden uit de foto van het heilig Hartbeeld? Wat daarvan ook waar mag zijn, het is zeker apart, want Falise zat in Wageningen, dus niet direct naast de deur.

De samenwerking verklaart in ieder geval hoe opeens Falise tevoorschijn kwam, toen er in 1928 onvoldoende geld was om het ontwerp van Lambert Zijl voor het monument van Cuypers uit te voeren. Was dat wel het geval geweest dan had Roermond nu iets heel bijzonders gehad. Het uiteindelijk gerealiseerde beeld van de oude heer steekt daar behoorlijk scherp tegen af, ook al heeft dat zonder meer zijn eigen kwaliteiten. Falise bleef ook hierin zijn traditionalisme trouw; iets wat geldt voor het gehele oeuvre waarmee hij de publieke ruimte van Nederland heeft aangekleed. Om daar een indruk van te krijgen kun je het beste naar Wikipedia surfen.

Het belang van het behoud van de glasnegatieven in het Cuypershuis wordt steeds groter! Ook al is het streefbedrag van de crowdfunding bereikt, er is is nog steeds veel geld nodig om ze te restaureren en te digitaliseren. Help mee om dit te bereiken en surf naar http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven om te doneren.

Model Lambert Zijl monument Cuypers Roermond. Herkomst Cuypershuis Roermond.
Met dit ontwerp uit 1926 won Lambert Zijl de prijsvraag voor het monument voor Pierre J.H. Cuypers in Roermond. Jammer genoeg ontbraken de middelen om het uit te voeren. Herkomst Cuypershuis Roermond.


Portretfoto's voor de public relations


Glasnegatieven portretfoto 1858 Cuypershuis

Het wordt steeds interessanter met #CuypersinBeeld. Hoe vader en zoon het verhaal van het merk ‘Cuypers’ regisseerden met behulp van portretfoto’s. De eerste keer dat Cuypers zoiets van zichzelf liet maken was in Parijs (afb. 7 in de kop van dit verhaal). Lidwien Schiphorst vertelt daar in haar proefschrift het volgende over:

  • De wereldtentoonstelling in Parijs in 1855 liet volop de mogelijkheden van het inmiddels ruim vijftien jaar oude medium fotografie zien. Het was niet de eerste maal, ook in 1851 in Londen waren foto’s te zien geweest. In Parijs werden ze gemaakt, geëxposeerd en verkocht. Er waren fotografieën van Franse kathedralen en van de Keulse Dom. P. Cuypers liet een portretfoto maken (Schiphorst 2004).

Bij die gelegenheid werd ook het eerste product van atelier Cuypers & Stoltzenberg op de gevoelige plaat vastgelegd: een preekstoel die temidden van alle internationale inzendingen veel aandacht trok en positieve recensies kreeg. Het leverde de firma bovendien een bronzen medaille op (Bakker 1995). Ook daar had men het origineel nog van, waardoor het in 1930 eveneens in het Gedenkschrift gebruikt kon worden. Joseph Cuypers vertelde daarbij:

  • Zijn werk werd opgemerkt door Prins Bonaparte, later Napoleon III, de Eere Voorzitter, die de waarde van dit werk spoedig erkende en het een eereplaats liet geven (Gedenkboek 1930).

Het is duidelijk dat de firma Cuypers de fotografie niet kon missen. Maar hoe deed men het dan voor die tijd? Op de ouderwetse manier door middel van een geschilderd portret. Het exemplaar dat nog altijd in het museum hangt, waarin Cuypers zich met zijn eerste vrouw in de bibliotheek heeft afgebeeld, is bedoeld als een bedrijfsportret (afb. 8 in de kop van dit verhaal). Zijn broer Frans schilderde dit rond 1853 toen Cuypers zijn nieuwe complex van atelier en architectenbureau aan de Maastrichterweg had betrokken. De gedrukte spitsboog van de voorgevel krijgt een herhaling in de lijst van dit portret, waarin Cuypers zich met een kapiteel en zijn tekendoos en - niet te vergeten - de rijk gevulde boekenkast etaleert als een geleerde, academische architect (Hubar 1997). Wie het schilderij van dichtbij bekijkt ziet dat zijn vrouw en tweede dochtertje later zijn toegevoegd. Dat gebeurde waarschijnlijk in 1855, nadat Rosa onverwacht overleed juist toen Cuypers in Parijs zijn eerste triomf vierde. Hun dochtertje was eerder al heen gegaan. Het zou de eerste, maar zeker niet de laatste keer zijn dat Cuypers erkenning ondervond op een moment dat hij tegelijkertijd een zwaar persoonlijk verlies te betreuren kreeg. Het familiegraf op de Aaje kirkhoaf in Roermond draagt er de sporen van.*

Na dit verhaal kun je je voorstellen hoe belangrijk is om oude foto's en hun negatieven te behouden. Help dus mee met de crowdfunding en surf naar http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven om te doneren.

De preekstoel van Cuypers en Stoltzenberg op de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1855 #CuypersinBeeld
De preekstoel van Cuypers en Stoltzenberg op de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1855, ontleend aan het Gedenkschrift uit 1930.*


De maquettes van Kasteel de Haar


Glasnegatieven De Haar Cuypershuis #CuypersinBeeld Collage bvhh.nu 2017

Toen ik de foto links voor de eerste keer zag vond ik 't maar een rommeltje. Er zouden toch wel betere voorbeelden zijn, meende ik. Hadden ze hier nu twee glasnegatieven over elkaar heen gedrukt? Toen ik wat beter keek viel 't kwartje. Vanwege een optimale belichting hebben ze maquette naar buiten gebracht, vrijwel zeker aan de noordkant van het complex waar nu de entree van het museum zit. Je ziet nog net een arm met 'n gehandschoende hand en een been van de mannen die het schot - als neutrale achtergrond - en de stokken met de maquette vasthouden. Zo kon er een mooie dramatische foto gemaakt worden die later bij het vergroten van haar entourage werd ontdaan. Waar zou dat gebeurd zijn? Er was een fotokamer in het Cuypershuis, maar was er ook een donkere kamer?* 

Hoe dan ook, Pierre en Joseph Cuypers (laten we de rol van de zoon niet vergeten!) hebben er heel wat voor moeten doen om baron van Zuylen van kasteel De Haar er toe te bewegen om toch de keuze voor het houten tongewelf te maken. Helemaal van hout was dat niet, want de constructie bestond uit ijzeren spanten, bekleed met hout.* Het oproepen van historisch grootheid kreeg hier de voorrang boven het 'eerlijk' tonen van het materiaal van de constructie, waar Cuypers in zijn rationele bouwen prat op ging.

Ook dit glasnegatief moet gerestaureerd worden. Help je mee met de crowdfunding? Dan komt opnieuw #CuypersinBeeld! Doneren kan rechtsstreeks via http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven.

Cuypershuis Kasteel de Haar-IMG_2016De opstelling van de maquette met het tongewelf van Kasteel de Haar in 't Cuypershuis te Roermond. Foto Cuypershuis 2017.


Terug in de tijd

We gaan lang terug, Cuypers en ik. Toen ik afstudeerde op de romaanse Sint Servaaskerk in Maastricht, ontmoette ik hem voor het eerst. Hij had dit monument immers ingrijpend gerestaureerd. In het begin kritisch en afwijzend, kwamen we er met de werkgroep achter dat hij dat zo gek nog niet had gedaan. Cuypers was in de kerk vooral aanwezig door de dominante uitmonstering. Op dat punt was het zeker geen liefde op het eerste gezicht. Ook ik had inmiddels zoveel ontpleisterde middeleeuwse kerken gezien dat ik dacht dat het zo hoorde. Maar meer en meer werd duidelijk wat voor een indrukwekkend historisch document zich in de Sint Servaaskerk ontvouwde. Het groepje jonge kunsthistorici dat in 1984 het Cuypersgenootschap oprichtte om deze uitmonstering te behouden ging dan ook niet voor de schoonheid van dit oeuvre - dat kwam later pas - maar voor de cultuurhistorische waarde. 'Je hoeft het niet mooi te vinden', hielden we tegenstanders voor, want daar gaat het niet om: het is tastbaar verleden, het legt getuigenis af van een tijd die achter ons ligt en dat doet het overtuigend.

De rest is geschiedenis, heet het dan. Het Cuypersgenootschap heeft de uitmonstering niet kunnen redden, maar wel veel andere gebouwen en uitmonsteringen uit de negentiende en twintigste eeuw. Ondertussen namen twee bestuursleden, Wies van Leeuwen en ik, de uitnodiging van Kees Peeters aan voor een promotieonderzoek dat we op 29 maart 1995 met succes verdedigden (ik 's ochtends, Wies 's middags).

Voor mij naderde toen het moment waarop ik dacht: nu wordt het tijd voor wat anders. En dat andere werd een praktijk als zelfstandig onderzoeker. Vreemd genoeg slaagde Cuypers er toch telkens in een voet tussen de deur te krijgen. Bij Monumentenhuis Limburg kwam een opdracht binnen voor Valkenburg en wie kom ik tegen: Pierre Cuypers! Ik doe onderzoek naar een van de oudste verkeerspleinen in Nederland, in Roermond, en wie komt op mijn pad met het eerste stedenbouwkundige ontwerp op die plek: Pierre Cuypers. Daarna volgden Graeterhof in Swalmen, het familiegraf op de Oude kerkhof in Roermond, het grote onderzoek naar 't Cuypershuis (Rien de pareil), de Cuyperscode ...

Cuypers' huis en werkplaatsen te Roermond circa 1900. Rien de pareil, het onderzoek naar het Cuypershuis, werd uitgevoerd in 2006-2007. Op deze foto is het complex circa 1900 vastgelegd. Herkomst Cuypershuis Roermond.

_______________

In deze tijd begon Joseph Cuypers mijn aandacht te trekken. Bij het schrijven van Rien de pareil verraste hij me met zijn heldere opstelling tijdens de crisis tussen zijn vader en Frans Stoltzenberg junior, 'a road to disaster' die Joseph en zijn moeder lang aan zagen komen, maar waarvoor zijn vader doof en blind bleef. Ook de manier waarop Joseph in 1907-1908 het complex verbouwde en weer later uitbreidde bracht me dichter bij hem. Een volgende stap bleek - tot mijn niet geringe verbazing - De genade van de steiger, het onderzoek naar monumentale kerkelijke schilderkunst tijdens het interbellum.

Op dat moment kwam ik erachter dat hij bevriend was met Antoon Derkinderen die het vak monumentale kunst toevoegde aan het curriculum van de Rijksacademie in Amsterdam. De twee kunstenaars waren het gloeiend met elkaar eens over het belang van academische vorming, wilde dit genre op een hoger plan getild worden. De grootste verrassing stond me nog te wachten, en dat was uiteraard het onderzoek naar het kerkelijke meesterwerk van Joseph Cuypers, de nieuwe Bavokathedraal in Haarlem. Wat dat heeft gebracht kun je elders op deze site lezen.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * of de verkorte titel in de voorgaande teksten wijst naar de volgende bronnen die opgesteld zijn met behulp van Zotero:

  • Bakker, M.S.C. “Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel VI · dbnl”. DBNL. Geraadpleegd 13 februari 2017. http://bit.ly/2kZ7zHp.
  • Berens, Hetty, en Jan Bank. P.J.H. Cuypers (1827-1921): het complete werk. Rotterdam: NAi Publishers, 2007.
  • Collage maquette kasteel De Haar: de afdruk van het glasnegatief komt van het Cuypershuis. De foto rechtsonder is ontleend aan het artikel van Wies van Leeuwen in: Heijenbrok, Jacqueline, Guido Steenmeijer, Katrien Timmers, en Cor Bouwstra. Tien eeuwen Kasteel de Haar: wat een weelde. Zwolle: WBOOKS, 2013, p. 200. Op foto's die overgenomen worden uit boeken berust geen auteursrecht.
  • Cuypers, (toeschrijving), Joseph. Gedenkschrift bij de Onthulling van het Gedenkteken voor Dr. P.J.H. Cuypers nabij de Munsterkerk te Roermond op den 103den verjaardag zijner geboorte aangeboden door de NV Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co 16 Mei 1930. Roermond, 1930.
  • Harrevelt, van, Loes. “De wereld binnen handbereik. Fotografie in het archief van P.J.H. Cuypers”. In P.J.H. Cuypers (1827-1921): het complete werk, bewerkt door Hetty Berens en Jan Bank, 123–39. Rotterdam: NAi Publishers, 2007.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette C. M. van. Arbeid en Bezieling: de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum. Nijmeegse kunsthistorische studies, d. 3. Nijmegen: Nijmegen University Press, 1997.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Grafmonument familie Cuypers te Roermond (2005)”. VanHellenbergHubar.org, 14 maart 2015. http://bit.ly/1PHUGJ4.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 1 de stad in het klein, Ohé en Laak 2007. http://bit.ly/Cuypers4all
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 2 Icoon van de natie, Ohé en Laak 2007. http://bit.ly/Huis-Cuypers-dl2
  • Krogt, van der, Peter, en René van der Krogt. “Roermond - Pierre Cuypers”. Vanderkrogt.net, 2008. http://bit.ly/2kCF68w.
  • Nieuwe Bavo te Haarlem: koster Stephan van Rijt wees mij op de glasnegatieven in de collectie van de Haarlemse kathedraal.
  • Schiphorst, Lidwien. “Een toevloed van werk, van wijd en zijd”: de beginjaren van het Atelier Cuypers - Stoltzenberg, Roermond 1852 - ca. 1865. Nijmeegse kunsthistorische studies 13. Nijmegen: Univ. Press, 2004.
  • Weers (repro), C.G. “Reproductie van een fotoportret van P.J.H. Cuypers (1858)”. Collectie online gemeente Roermond, 1927. http://bit.ly/2jfuRuW.
  • Wikipedia. “Calotypie - Wikiwand”. Wikiwand. Geraadpleegd 14 maart 2017. https://www.wikiwand.com/nl/Calotypie.
  • Wikipedia. “Collodion process - Wikiwand”. Wikiwand. Geraadpleegd 14 maart 2017. https://www.wikiwand.com/en/Collodion_process.
  • Wikipedia. “Daguerreotypie - Wikiwand”. Wikiwand. Geraadpleegd 14 maart 2017. https://www.wikiwand.com/nl/Daguerreotypie.

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2

 

Jaar:
1977 / 2017
Circa:
Nee

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0