Araun Gordijn’s verbeelding van het Amerikaanse succes, in het bijzonder de auto

Araun Gordijn’s verbeelding van het Amerikaanse succes, in het bijzonder de auto

Aan de muur bij Araun Gordijn in een mooi ruim huis, even buiten het centrum van Gouda, zie ik een van zijn befaamde auto-schilderijen, in groot formaat, maar ook een landschap. Araun Gordijn is nationaal en internationaal bekend vanwege de sfeer van de jaren ’50 die hij in zijn werken met zijn Amerikaanse auto’s, landschappen en architectuur weet op te roepen.

Araun Gordijn groeide op in die jaren vijftig in de Bilderdijkstraat in Amsterdam. De stoeprand voor de deur vol met geparkeerde auto's, waaronder indrukwekkende Amerikaanse exemplaren. Met zijn vriendjes liep hij erlangs om ze te bekijken, ook als ze langsreden. “De meeste mensen hadden geen auto.  Je kon nog in de Bilderdijkstraat je auto heel goed kwijt. Mijn generatie heeft de opkomst van het fenomeen voor iedereen een auto meegemaakt.” Zijn vader begon met een Ford Prefect en stapte later over op een Volkswagen kever.

Vader Gordijn

Vader werkte in de elektrotechniek. Het bedrijf nam hij in 1955 over van zijn vader, de opa van Araun. Zijn opa kocht het huis aan de Bloemgracht met de naam op de gevel ‘Huis in de Maan’, oorspronkelijk daterend uit de 17e eeuw. In 1913 liet hij het verbouwen tot familiehuis met op de begane grond bedrijfsruimte voor elektrische installaties, in die jaren een opkomende tak van bedrijvigheid. De etages erboven waren toegankelijk door middel van een trap met een buitenportaal, versierd met Jugendstil tegels. Op de eerste etage woonde zijn opa, en werd zijn vader geboren.  Op de tweede verdieping woonden drie nooit getrouwde tantes. Op de derde een oom met vrouw en kind.  

Zijn vader was een voorbeeld voor Araun, onder andere in hoe ondernemen werkt. Hij laat mij een foto van hem zien met pet op en een harmonica in zijn handen.  “We waren gereformeerd, maar al wel redelijk liberaal.” In jaren ’70 beleefde het bedrijf een dip, maar kwam daaruit toch uit tevoorschijn dankzij de vraag uit de industrie.

Na WO II kwamen de kinderen. Araun in 1947, zijn broer in 1950. Tekenen was van jongs af aan een belangrijke bezigheid. Als tienjarig jochie tekende hij zittend op een klapstoeltje in de drukke straten van het Amsterdamse centrum. Reizen zat er ook al vroeg in. Als zesjarige ging hij met de step / autoped over het IJ- naar Amsterdam Noord, een behoorlijke afstand voor die leeftijd.

Naar de Rietveld Academie

Toen hij in de derde klas van de lagere school zat, verhuisde het gezin naar Amstelveen. Met een paar (teken)vriendjes ging hij naar Amsterdam om te tekenen. Daar leerde hij de driedimensionale werkelijkheid in de tweede dimensie op het platte vlak te brengen. Op de middelbare school zat hij altijd te tekenen en te schilderen. Het was duidelijk: Araun wilde verder in de kunst. Met zijn ouders bezocht hij enkele kunstenaars in hun atelier. Was het kunstenaarsbestaan wel levensvatbaar? Maar ten slotte zei zijn vader: “Je kunt gaan studeren bij de Rietveld Academie, als je daar ook een vak leert.” Hij was al lang blij en koos voor de afdeling ‘Gebonden grafiek’. Dat bleek een ander woord voor reclame te zijn. “Dit bleek niets voor mij. Toen switchte ik naar de Beeldhouwafdeling, dat was de enige afdeling waar je vrij kon werken.”

Om wat bij te verdienen was hij, samen met een medestudent, onder andere brandwacht in de diepste ruimten van internationale vrachtschepen en nachtportier in het gebouw van het Sociaal Fonds Nijverheid, gelegen naast het Rembrandthuis in Amsterdam. “We liepen er ’s nachts rond met schijnwerpers. Een beetje sinister. In het gebouw waren kluizen met geld.”

Bergambacht

Eenmaal afgestudeerd (1969) vertrok hij in 1970 met zijn vriendin Joosje, die op de Rietveld een jaar later haar MO-akte Tekenen haalde, naar een woning in Bergambacht, een plaats vlakbij de rivier de Lek in Zuid-Holland. Achterin de tuin bouwde hij een keet om zijn ruimtelijke objecten te maken. “15 jaar hebben we daar gewoond. Ik ben daar ook wel altijd blijven tekenen, maar ik kwam met de ruimtelijke objecten naar buiten.” In deze tijd gaf hij ook les bij de Werkschuit in Amsterdam en wat later bij de Werkschuit in Gouda. Daarnaast ook gastlessen op de Rietveld Academie. 

Na 15 jaar eindigde de relatie met Joosje en ontstond het eerste kantelpunt. Hij ging samenwonen met Olga, en kwam daarmee in een gezin met een 13- en 15 jarige dochter. In plaats van objecten ging hij grote, abstracte schilderijen maken, met neon taferelen en dripping paint, omkaderd in sculpturale lijsten. Hij won daarmee de Kunstprijs van Gouda voor de Schilderkunst  en was driemaal laureaat voor de Europese Prijs voor Schilderkunst in Oostende / België. Een tijdje later maakte hij neoklassieke tempels, van hout. In Italië maakten de steenhouwers van Carrara er een marmeren versie van. Ik zie een voorbeeld ervan op de kast staan. Uiteindelijk hield de relatie met Olga geen stand. Een van de opmerkingen van Olga zou evenwel profetisch blijken te zijn: ‘Je bent altijd zo bezig met auto’s, waarom doe je daar niet meer mee? Ga het uitbuiten.’

Naar Amerika

Toen kwam het tweede kantelpunt. Diverse reizen door de Verenigde Staten vormden zijn inspiratiebron. Ooms en tantes uit het verre Amerika kwamen af en toe op bezoek en deden kleurrijk verslag over luxe en bedrijvigheid die bij ons in Nederland nog moesten komen. Schoorvoetend deed de televisie z'n intrede en liet voor het eerst beelden zien bij al die prachtige verhalen.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw reisde hij voor het eerst door het land dat hem fascineerde, mogelijk gemaakt met een reisbeurs van het toenmalige ministerie van CRM. Hij legde de reis af met een Greyhound bus van de oost- naar de westkust en weer terug. Reizen met zo’n pendelbus had zijn beperkingen. In Los Angeles was een staking  van openbaar vervoer, en ondanks zijn krappe budget, huurde hij toch maar een auto. “Dat heb ik toch maar gedaan. Het gaf me de kans om vijf dagen, van het eerste daglicht tot zonsondergang, bijna onafgebroken de stad rond te rijden. Ik zag in deze vijf dagen meer dan de overige vijf weken in de Greyhound. Twee jaar later reed ik met een eigen huurauto in Amerika. Het continent ontrolde zich via de Blue Highways, de zo genoemde binnenwegen, waar nog een schat aan auto-gerelateerde architectuur van decennia terug te vinden was.”

De ideale maatschappij

Hij ging nog vele malen daarna naar Amerika. Amerika bleek heel gastvrij. Hij ging van de ene plaats naar de andere, en bezocht ook autosloperijen, voor de Amerikaanse auto’s waarin hij in die tijd dagelijks mee rond reed. Regelmatig logeerde hij bij familie of kennissen. Hij verdiepte zich in Amerikaanse literatuur. “Niet alleen ik, maar vele generatiegenoten, opgegroeid in de jaren vijftig, hadden iets met Amerika. In onze ogen vertegenwoordigde het de ideale maatschappij. Alles leek daar beter. Al op jonge leeftijd hoorde ik Hiltermann ’s zondags op de radio praten over Amerika. De familie die overkwam had het over een vriezer in de koelkast, terwijl wij het nog met een kelder deden. Amerika stuurde een capsule in de ruimte en uiteindelijk landden er mannen op de maan. Vreemd genoeg vonden Amerikanen die op bezoek waren dat Europa op sommige vlakken beter was. Zo leefden in Amerika veel mensen op krediet. En als je nu de infrastructuur en het publieke domein (met onder meer gezondheidszorg)  bekijkt, hadden ze wel een beetje gelijk.”

Op basis van de foto’s die hij in Amerika maakte, hij koos de mooiste negatieven uit de contactvellen, kwam Amerika in zijn nieuwe serie schilderijen terecht. Zeer realistisch, met focus op wegen, auto’s, en benzine stations. Aanvankelijk waren er in de voorstelling nog wel mensen op te zien, maar dat werd geleidelijk minder. “Het best is dat als je naar zo’n schilderij kijkt, je het vermoeden krijgt dat iemand net weggelopen is.”

Boeken en tentoonstellingen

Het sloeg aan. En Araun gaf het nog een duwtje mee door mee te werken aan interviews in bladen als Viva, Vrij Nederland, Haagse Post en diverse automagazines. En mee te werken met Jos Smit van Art Unlimited, die met kunst op ansichtkaarten de boer op ging en daarnaast elk jaar één kunstenaarsboek uitgaf. “We kwamen overeen dat hij een boek over mijn Amerika-werken maakte, oplage 2000, waarvan we beiden de helft voor ons rekening zouden nemen qua verkoop. Van mijn 1000 exemplaren had ik al snel 800 verkocht, aan relaties en benzinemaatschappijen, Texaco alleen nam er 400 af.” Na dat eerste boek volgden andere boeken, met overheidsgarantie, maar dan in eigen beheer uitgegeven. Zijn werk werd op vele plaatsen tentoongesteld, zo ook in Manhattan, New York, in een chique galerie. Daar verkocht hij zijn schilderij van een Harley-Davidson, bouwjaar 1950. Het verzoek om meer Harley’s te schilderen, sloeg hij af, om niet in herhaling te vallen.   

In 2015 werd bij hem de diagnose Parkinson vastgesteld. De Parkinson manifesteert zich bij hem niet zozeer in tremor, maar in rigiditeit, stijfheid. Omdat het niet meer lukt precieze rechte lijnen te schilderen heeft hij een aangepaste schildermethode gevonden, waarmee hij nu vooral landschappen maakt. Ik zie een voorbeeld hangen in de garagebox. Het resultaat mag er zijn.

Wat is zijn ervaring van het kunstleven?

“Het is een hard vak, dan gaat het met name om de stress die je kan ervaren. Het is een vak dat je niet echt kunt leren. Je bent kunstenaar of je bent het niet. Ik ben betrokken geweest bij het afnemen van toelatingsexamens op de Rietveld Academie. Veel mensen willen naar de kunstacademie. Maar voor sommige jonge mensen is het niet de juiste keuze. Vooral mensen die te gevoelig zijn of mensen die psychologisch niet zo gebalanceerd zijn.

Kunstacademies stonden in mijn tijd te ver af van de maatschappij. Er werd niet nagedacht over hoe een kunstenaar geïnteresseerden voor zijn / haar werk zou kunnen bereiken. Denken over doelgroepen was niet aan de orde op de vrije academies. 

Verder ben ik lid van kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae geweest, en toen ik naar Gouda verhuisde werd ik lid van Pulchri in Den Haag.”

Tot slot: wat is zijn filosofie?

“Zoals ik al zei: kunstenaar is geen vak, ook geen techniek, eerder een soort filosofie. Ik heb strontgeluk gehad dat mijn ouders, die toch vrij behoudend dachten, besloten: ‘Laat ‘m toch naar de Rietveld gaan.’”

Afbeeldingen

1) Hudson coupe 1950 in Barstow Californië.  /  Olieverf 80x100 cm, 2) Citroën DS.  /  Kerkgebouw te Ronchamp, Frankrijk /  Architect Le Corbusier.  /  Aquarel 50x70 cm, 3) Fiat Topolino in Salt Lake Desert, Nevada  /   Aquarel 33x33 cm, 4) Pontiac Backyard  /   Aquarel 50x70 cm, 5) Chevrolet wagon 1959 en VW Carman Gia in Venice L.A.  /  Aquarel 50x70 cm,  6) Hudson 1950 in 7 am ochtendlicht. /  Aquarel 25x35 cm, 7) Portretfoto  Araun Gordijn, 8) Trailerpark Salton Sea, Californië. Cadillac coupe 1950 met Marylin Monro ‘lookalike’.  /  aquarel 50x70 cm, 9) Panhard 1958 bij PURFINA Station, Architect Sybold van Ravesteyn  /  Olieverf 70 x90 cm, 10) Texas Town.  /  Olieverf 70x100 cm, 11) Plymouth coupe 1960  /  Aquarel 50x70 cm, 12) Twee Tatra’s bij het huis in Bloemendaal Noord-Holland ontworpen door architect Dudok.  /  aquarel 50x70 cm, 13) Transport Chrysler Bussinns coupe 1947,  L.A. Californië.  /  Aquarel 32v42 cm, 14) Bandenbos /  Olieverf 120x160 cm, 15) Stapelingen in het bos /  Olieverf 120x180 cm, 16) Araun Gordijn in Amerikaanse auto     

https://www.araungordijn.nl/

https://lnkd.in/eVdDqh5V 

Circa:
Nee

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0