De wereld van de Amsterdamse kunstenaar, 1 - Phil Bloom

Vorige week was ik bij de opening van de nieuwe tentoonstelling van Phil Bloom in de Kers Gallery in Amsterdam. In de jaren zestig was Bloom een hot topic op mijn middelbare school in Den Bosch. Dagen, zo niet weken was zij – in de pauzes en zelfs tijdens de les - onderwerp van gesprek. En dat allemaal  naar aanleiding van een uitzending van het programma Hoepla van de VPRO. Zelfs de premier, Piet de Jong, had zich ermee bemoeid. 

Phil Bloom bleek in de tussenliggende jaren gewerkt te hebben aan een gestage carrière in de kunst met schilderijen, tekeningen, foto’s, films, video’s en performances. Bij Kers zie ik grote olieverf schilderijen met haar voornaamste iconen: Bambi, het hertje, maar ook herten met enorme geweien, Mickey, Kuifje en de Roze Olifant, de heilige Indiase god Ganesha. Het is gezellig druk en vele oude bekenden schudden haar de hand.

Verre Oosten

Een paar dagen later spreek ik met haar over haar werk. ‘Mijn schilderen is eigenlijk schrijven. Ik werk al sinds 1980 aan een doorlopend verhaal met een paar hoofdpersonen. Ik was vijf jaar in Amerika, toen was Micky Mouse de hoofdpersoon, vervolgens de onschuld in de vorm van het hert Bambi. Daar kwam vervolgens de olifant Ganesha bij.

Ze ging, behalve naar Amerika, naar vele plaatsen en landen, Antwerpen, Lapland en  Rusland waar ze twee films maakte, India en Japan. In het Verre Oosten verbleef ze vijf jaar.  

Haar werk is vastgelegd in een drie dikke boeken in cassette. Over elke tien jaar is er een boek. De cassette boeken zijn nog te koop, in combinatie –indien gewenst – met een linoprint.

Uit het cassetteboek:

‘Al jaren werk in met herten, met alle soorten, alle maten. Ik schilder en teken ze, ik verzamel ze, ze figureren in installaties, films en fotografie. De angst voor het onvermijdelijk einde, voor het voorbijgaan van de dingen, voor het ‘verlaten van het nest’, ik zie het in het menselijk leven en in de natuur. En toch is er voortgang, is er een onzichtbare slinger die nooit stilstaat. En daar ontstaat mijn werk, met het hert als oer-wezen. Generaties streven en het leven van vandaag wordt uiteindelijk geschiedenis – maar de herten blijven bestaan, ze zijn een constante factor en stille getuigen van alles wat ooit was. Uiteindelijk draait alles in het leven om beweging, om het ‘weglopen’ het ‘je verwijderen van’. Het is de beweging die we ‘lemniscaat’ noemen, de eeuwige cirkel van leven en dood. Mijn film LEMNISCAAT legt een wandeling vast richting oneindigheid, dicht tegen deze ongrijpbare droomwereld van het oneindige aan, in een landschap dat aan de tijd ontsnapt lijkt, ingeklemd.’  

Roze

De schildertechniek met olieverf heeft ze al tientallen jaren. De techniek die ze gebruikt is ‘alla prima’, oftewel nat-in-nat.  ‘Ik begin met roze, de achtergrond was altijd roze.  Roze heeft iets vriendelijks, iets positiefs ondanks het zwarte allemaal. In mijn werk zie je altijd de betrekkelijkheid van het leven, met de natuur en de dieren, en de dood. Er zit ook altijd een flinke dosis humor in.’  

Rond 2000 hing er bij Arti et Amicitae een heel groot schilderij van vier meter hoog en negen meter breed waar alle hoofdpersonen op voorkwamen. ‘Dat is later in delen uit elkaar gehaald en verkocht aan diverse geïnteresseerden.’    

Phil’s kunstopleiding begon in 1965 in Den Haag op de Koninklijke Academie voor de Beeldende Kunsten en vervolgens op de Vrije Academie. In 1967 – het Hoeplajaar -  ging ze naar Amsterdam, naar de Rietveld Academie en in 1976 naar de Rijksacademie en van 1977 tot 1980 studeerde ze bij het New Yorkse Pratt Institute, waar ze haar druk-technieken verder ontwikkelde.

‘Als ik zo terugkijk zie ik dat ik geweldig veel opleidingen heb gedaan. Bij de Rietveld ben ik afgestudeerd op schilderen en druktechniek. Eigenlijk ben ik grafisch ontwerper.’ 

Droom van Phil (uit het Cassette-boek)   

‘Er is een droom, die ik al droomde toen ik een meisje van zes, zeven was. En die nog steeds terugkeert in mijn nachtelijke avonturen. Het is een droom waarin ik me op de rug van een paard heb gehesen. Een robuust en groot en donker paard. Op dat paard rijd ik in draf van mijn ouderlijk huis in Berkel en Rodenrijs in volle vaart over de klinkers van de hoofdweg. Ik zet mijn enkels in de flanken van het vurige beest, en spoor het aan om nog meer haast te maken dan het al maakt. We vliegen door het landschap in ziedende vaart, en stevenen af op de kerk. De katholieke kerk, waar mijn ouders op zondag de hostie in ontvangst namen. De poort van de kerk staat open. En in volle galop draaf ik, gezeten op dat paard, dwars door de kerk heen. We klateren over het gangpad, en stevenen recht op het retabel af, waar het sacrament ten overstaan van de kerkgemeenschap ten uitvoer wordt gebracht. Met paard en al vlieg ik dwars door de achtermuren van de kerk. Dan houdt de droom, die me nu al zestig jaar bezoekt, even plotseling weer op als hij is opgedoemd vanuit de mist van mijn onderbewuste.’

Het laatste cassette-boek is te koop bij Phil Bloom, zie haar site:

www.philbloom.com

 

 

 

 

Circa:
Nee

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0