De wereld van de Amsterdamse kunstenaar, 70 - Reina van Zwoll

Reina van Zwoll maakt magisch realistische en mythologische olieverfschilderijen. Ik zag een aantal mooie voorbeelden daarvan in een recente tentoonstelling van Locatie Laurier in de Laurierstraat. Reden om haar een bezoekje te brengen in het kunstenaarscomplex Nieuw en Meer, aan de rand van Amsterdam, niet ver van Schiphol.

Ik moet even zoeken voordat ik het vind, haar huis tevens galerie. Het ligt ietsje voorbij de kazerneblokken aan de rechterkant van een pleintje. Reina heet me welkom en als ik rondkijk zie ik aan de muur een koekoeksklok, beschilderde bordjes met bloementaferelen, geschubde vissen-sculpturen, een grote zwaan en Jezus aan het kruis. Hond Laika komt me even begroeten.

De keuken

Reina is op het moment druk bezig met organiseren van een tentoonstelling in Vrij Paleis, vlakbij de Dam, waaraan een twintigtal kunstenaars zal deelnemen, vertelt ze. “Ik ben er de hele tijd mee bezig. Ik heb geen tijd meer om zelf een nieuw werk ervoor te maken. Maar het wordt top.”

We zitten in de keuken, ietsje verderop is de woonkamer/atelier en rechts daarvan is de slaapkamer. Dan is er ook nog een ondergrondse ruimte, die ik straks zal zien, Reina’s eigen museum, ‘Gallery On the Edge’. Ze heeft muziek van Leonard Cohen aan staan.

Ze vertelt hoe ze hier 30 jaar geleden kwam wonen. “Er woonden hier in Nieuw en Meer nog helemaal niet zo veel mensen, veel stond nog leeg. Nu zit het helemaal vol. Dit huis was een krot, ik heb het helemaal opgeknapt. De kelder stond vol water, het stonk er en het was vies. ‘Hier moet ik iets van maken’ dacht ik.  Het bed stond in het begin hier, in de keuken. De keuken heb ik het eerste bewoonbaar gemaakt, met de hulp van een paar lieve exen. Overal in huis stonden pannetjes om regenwater op te vangen, het dak lekte aan alle kanten. Er zijn nieuwe ramen ingekomen en het gat naar de kelder hebben we groter gemaakt. Iedereen verklaarde mij voor gek.”

Happy Times

Er waren twee kinderen, haar dochters Kolja en Ruby, van 5 en 1,5. De dochters zijn groot geworden, de ene is journalist, showmaster en reisleider en de andere psycholoog en yoga-docent. “Het waren happy times toen. De kinderen op het terrein liepen bij elkaar over en weer. Ik had mijn eigen huis, ik voelde mij vrij. Vanuit de keuken zijn we telkens een beetje opgeschoven. Op het complex hadden we, behalve van een paar kunstenaars, gezelschap van een wit paard, een paar geiten een uil en  vleermuizen. Wanneer ik ‘s avonds na het naar bed brengen van de kinderen, samen met m’n hond en kat buiten op het stoepje voor de deur zat, vlogen de vleermuizen boven mij, oehoe-de de uil op het dak naast mijn huis en kwam het witte paard steevast rond die tijd bij de deur langs om een broodje te halen.”

Kraakpanden

Voordat ze hier terecht kwam woonde ze in diverse kraakpanden. Ze was punk toentertijd. “Het was een mooie tijd, begin jaren ‘80. We gingen van kraakpand naar kraakpand. We hadden geen cent te makken. We, mijn zusje Marja en mijn vriendin Veronique en ik, speelden gitaar in de stad met een hoed erbij om geld binnen te krijgen. Bob Dylan en dergelijke liedjes. Toen we in het NRC-gebouw zaten, we hadden een giga ruimte, namen we elke zwerver mee naar binnen. Het was een koude winter. De ramen waren kapot, de riolering gebroken, het water dat eruit gelopen was lag bevroren in de gang. Het zouden zogenaamde halve gekken zijn, maar iedereen was zo lief. We sliepen samen onder glaswol, een rol die we gevonden hadden op straat, hutjemutje, man/vrouw/man/vrouw. Je warmde je aan elkaar, verder niets. We gingen overdag naar de K. Appel en de Mensa in de Damstraat. Daar kreeg je (vaak gratis) eten. We gingen zingen en dansen in de Fat City Disco. We mochten elke avond gratis naar binnen omdat wij de partystarters waren. Wij begonnen met dansen en de rest volgde. Wij zaten daar avond na avond. En we douchten ons en deden de was in het Marnix Zwembad. Het leven was een sprookje.”

Dochters

In ’83 werd haar oudste dochter geboren. “Ik woonde in het souterrain van een kraakpand, een mooi pand, met gebroken spiegels met gouden randen. ‘Je bent nog op tijd voor een abortus’ zei een arts. Maar dat wilde ik helemaal niet. Alhoewel ik totaal niet met zwangerschap bezig was, was ik ineens onverwacht uitzonderlijk blij. Het is nu een fantastische dochter.”

Ondertussen tekende en schilderde ze, dat deed ze al van jongs af aan. “Op driejarige leeftijd won ik een tekenwedstrijd waar ook kinderen van 7 jaar aan meededen. Op school moest ik met tekeningen van mij klassen rondgaan. Ik schaamde mij dood. Ik moet vanuit mijzelf schilderen. Toen ontmoette ik, in de jaren ’80, een leraar van de Rietveld. Ik kreeg een sleutel van zijn huis en een plek om daar te schilderen, geweldig. Hij schilderde modellen. Ik werd model van hem, ook op de Rietveldacademie.”

Olieverfschilderijen

Ze maakt al jaren olieverfschilderijen met een magisch realistisch of mythologisch thema. “Ik ben drie maanden bezig met een schilderij. Ik moet me afsluiten, wat soms moeilijk is. Ik schilder in de kamer, maar soms denk ik ‘Wat zou ik graag in de gevangenis werken!’ Zet mij maar in de bak, eenzame opsluiting (wanneer mijn dochter weleens een verkeersbon kreeg, zei ik, ‘zet het maar op mijn naam, ik ga het wel uitzitten’). Alle tijd om te schilderen, je krijgt je natje en je droogje. Er moet wel muziek erbij, en af en toe lekker lezen. Voor mij is de bak een droomwereld, wel voor korte tijd natuurlijk. Dan kan ik mij goed concentreren, hier ben ik zo afgeleid.”

Ze heeft nu even geen relatie dat bevalt haar momenteel wel. “Dat kost je zo veel tijd. Ik val op die gekke, gecompliceerde maar ook wel weer heel erg leuke types. Ik ben veel tijd van mijn leven bezig geweest met “leven” … Al die relaties. Altijd wel liefde.” Zie ook de tekst linksboven op haar site (‘Brief van Amrit’ http://reinavanzwoll.nl/), waarop ze op de donkere aspecten ingaat. “Misschien wilde ik die donkere kant van het leven leren kennen.”

Domineesdochter

Ze is een domineesdochter. “Mijn vader was dominee in nota bene Kampen. Hij was een leuke en lieve man. En een leuke dominee. Toen ik zes was is hij doodgegaan. Mijn moeder was bedroefd, maar wilde haar status volhouden. Ik zou nog wel eens rustig met mijn moeder willen praten. Ik vond hem leuk, maar die kerk vond ik achterlijk. Wanneer je met je volle bewustzijn de achterlijkheid ervan inziet en je het toch leuk moet vinden en, wanneer je dat niet vindt, je dan als moeilijk bestempeld word, dan klopt er gewoon iets niet. Dat was een dingetje.....want verder hadden wij het als gezin erg leuk met elkaar.”

Met haar zusje Marja reisde ze naar Griekenland en Turkije. “We gingen liften zonder geld. We leefden van de lucht.” Op haar achttiende vertrok als au-pair naar Turkije, in het dorpje Yenikoy, bij Istanboel. Toen ze terugkwam, in Eindhoven even, vertrok ze, met haar zusje Marja, naar Amsterdam en ging daar in kraakpanden wonen.   

Iets religieus

We gaan een beetje rondkijken, ook in de voorruimte, de werkkamer en de slaapkamer. Een groot ouderwets hemelbed met een hert erop. In de werkkamer een lamp die haar dochter gemaakt heeft en schilderijen en kunstwerken. Ook Maria’s en Jezus Christus. “Misschien toch iets religieus in mij, waarschijnlijk genetisch.” In de keuken op een kastje diverse portretten. “Veel mensen die dood zijn gegaan, onder andere mijn broertje, mijn zusje en mijn nichtje. Een heel goede vriendin, een ex. We waren thuis met vijven, behalve mij twee jongens en twee meisjes. Ik heb wel een issue met de dood.” Rechts het schilderij ‘Struggle for Life’ waarin diverse hoofden proberen boven water te blijven in een kolkende blauwzwarte zee.

Museum ‘On the Edge’

Ze gaat even naar beneden, naar haar ondergronds museum ‘On the Edge’, om daar een paar kaarsjes aan te steken. Voorzichtig daal ik de ladder af. ‘Stoot je hoofd niet’. Dan ben ik in de ruimte, een flink bunkerachtig vierkant met rood hoogpolig tapijt, kaarsjes aan, een sofa, drie kussens om op te zitten, een koperen wereldbol, en een stemmig muziekje aan (’Ave Maria’). In de hoeken gouden lijnen die boven en beneden uitlopen in krullen. En om me heen magisch realistische en mythologische schilderijen, onder andere een bijbels tafereel met Christus in de vorm van een dalende duif, een schilderij met een engel achter een man, twee paljassen, het werk ’01-09-1976’ met een langbenige vrouw, een doodshoofd, een kindje dat met een wolk uit een vuilnisvat komt, een Amsterdams paaltje met drie kruisen (‘Amsterdammertje’) en een scheefstaand bushaltebord met de tekst ‘Amsterdam – Oud-West’. Aan de balk halverwege hangen diverse commentaren van bezoekers. ‘Bijzondere sfeer’, ‘Wat een mooie, inspirerende plek’.

Parallelle wereld

Weer boven zegt ze naar aanleiding van mijn commentaar, “Er zijn meer dingen in het leven. Ik heb een bewustzijn van deze wereld en van een parallelle wereld.”

Het leven vieren

We ronden af. Wat is haar filosofie? “Moeilijk, ieder mens heeft zo zijn eigen filosofie, het klinkt al gauw hoogdravend daar wat over te zeggen. Er is de tentoonstelling binnenkort en daarnaast mijn werk. Het is leuk mensen bij elkaar brengen en er een feest van te maken. Sowieso staat feest bij mij hoog in het vaandel. We moeten het leven vieren. Maar ik heb zeker ook een serieuze kant. Als ik nog een week te leven zou hebben, zou ik feesten en lachen en lol hebben. We hebben lol nodig, de tinkeling van het leven. Lol heeft ook iets sarcastisch, het lachen om het leven met alle hoogtepunten en alle ellende, er de draak mee steken. Mensen lachen te weinig. Ik zeg maar wat, alles is relatief en weerlegbaar.”

Afbeeldingen

1) de ingang van het huis, 2 - 3) binnen, 4) zonder titel, 5) amsterdam street live, 6) angel, 7) opening expositie, 8) carried by hands, 9) feest, 10) light, 11) struggle against insanity, 12) narren, 13) Reina van Zwoll, 14) insanity     

http://reinavanzwoll.nl/
http://www.galleryontheedge.nl/

Circa:
Nee

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0