De wereld van de Haagse kunstenaar, 26 – Saskia E.M. van Dijk

Ik kwam Saskia E.M. van Dijk tegen bij de opening van de tentoonstelling van cursisten van de STADSACADEMIE in Opkamer Escamp. Saskia is docent STADSACADEMIE en ISKETCH, beiden een onderdeel van het collectief I&ART, dat opgezet is door drie mensen die voorheen doceerden aan het Koorenhuis.  

Saskia is naast docent zelf beeldend kunstenaar, vertelde ze. We maakten een afspraak voor een stukje.

Een dikke hommel

Insecten is het ene trefwoord in Saskia’s werk.

Beginnen we met de insecten. Zij maakt zinken dozen met daarin gebreide insectenvormen, afgeleid van hommels, libellen, rupsen, sprinkhanenen dergelijke. De van glasruiten voorziene dozen zijn gemaakt van oude etsplaten, waarop de structuren nog duidelijk zichtbaar zijn. Door middel van solderen zijn ze in elkaar gezet.

‘Op een voorjaarsdag liep ik in de duinen en keek ik geboeid naar een dikke hommel. Hier ontstond het idee om insecten min of meer op ware grootte te gaan breien en ze te groeperen in zinken dozen met een glazen bovenvlak.’

Gekleurde naaigarens

‘Hierbij had ik museale collecties als leidraad in mijn hoofd. Ik was geboeid geraakt door die biologische verzamelingen met dozen waarin insecten in rijen waren gerangschikt met de erbij behorende etiketten. Anderhalf jaar later realiseerde ik mij dat ik vroeger bij mijn vader grote kasten zag met lades, vol met torren en kevers.’

De hoofdvorm van de insecten werd gemaakt met gekleurde naaigarens. Het breien gebeurde met stopnaalden. Voor de afwerking van details maakte ze gebruik van materialen, zoals nylondraad, cellofaan, dun ijzerdraad en dun papier. In feite was er sprake van een gemengde techniek want naast het breien kwamen in het werkproces diverse technieken samen.  Deze manier van werken leverde de door haar gewenste vervreemding op.

Kauri schelpjes

Een ander trefwoord in Saskia’s werk is Mali. Mali en gemengde technieken. Drie keer was ze in dat land, de laatste keer in 2003, en het maakte grote indruk op haar. ‘Wat me daar aantrok was de cultuur, de kleuren en de soberheid. Mensen hebben er weinig nodig, ze hebben ook natuurlijk niet veel maar het is wel een ‘blij’ volk … (destijds, vóór de opstanden). Ik houd zelf wel van soberheid. Ik liet het land op mij inwerken.’

Uitgangspunt waren concrete vormen van voorwerpen en situaties. Bijvoorbeeld kauri schelpjes. Deze, en andere voorwerpen vormden vertrekpunten voor een volgend onderzoek naar vorm, kleur, ruimte, structuur en gelaagdheid die leidden naar een uitgekristalliseerd product met een eigen tastbare ‘huid’. ‘Ik teken of schilder nooit iets na, behalve om het te bestuderen, ik gebruik het als abstrahering.’

Beperking

Van 1995 tot 2005 tekende ze vooral. En nu tekent ze weer, en schildert ze. ‘De schelpjes komen terug in een andere context. Ik teken opnieuw voorwerpen uit Mali, bijvoorbeeld Afrikaanse armbanden, maar dan een deel vervagend.  Mijn vader is dementerend, dat zal er alles mee te maken hebben dat delen vervaagd zijn, waarschijnlijk mijn manier van verwerken. Het is een verhaal, mijn verhaal, middels het tekenen.

Ik probeer momenteel met zo min mogelijk kleuren te werken. Je kunt een kleurendoos met 85 kleuren opentrekken, ik vind het  interessanter om vanuit de beperking te werken, met een paar kleuren. Ik probeer, door inventief gebruik, tot een beeld of vorm te komen. In een werk gebruik ik wel verschillende materialen: houtskool, gouache en pastelkrijt.

Ook in het insectenwerk heb ik alleen maar wat draadjes, ijzerdraad, papier en wat cellofaan.’ 

KABK

Saskia tekent en schildert al lang. ‘Wij hadden vroeger thuis een ‘schilderkelder’. Mijn vader was graficus, hij maakte etsen. We werken anders: hij was vrij realistisch, ik ben losser,  abstraheer meer. Hij was docent aan de Haagse Koninklijke Academie voor de Beeldende Kunsten, op de avondopleiding. De opleiding waar ik ook op gezeten heb, ik heb één jaar avond opleiding gedaan, toen ben ik overgestapt naar de dagopleiding en in 1988 ben afgestudeerd. 

Over het Haagse kunstleven is ze  redelijk positief. ‘Ik heb ook een korte tijd in Amsterdam gewoond. Daar is eigenlijk voor mij een te groot cultuuraanbod. Je kunt niet alles zien als je zelf ook nog aan het werk wilt …...’

Dakota

‘Met het Koorenhuis heb ik het leed van de forse bezuiniging op de subsidie van dichtbij meegemaakt. Het is jammer dat het zo gelopen is en dat veel kleine initiatieven in Den Haag er de brui aan hebben moeten geven. We hebben een geweldig GEM en het Gemeentemuseum.

Het gebouw op zich vind ik al zeer de moeite waard en we hebben genoeg galeries om regelmatig mooie dingen te zien. Ook het Filmhuis, allerlei festivals en bijvoorbeeld het Paard. Jammer is de kaalslag bij de kleine theaters, maar er zijn ook nieuwe bijgekomen zoals Dakota op Zuid.’

Wie haar insecten nog wil zien: tot eind augustus is er in het Museon de tentoonstelling Imitatie, nadoen is een kunst, met werk van vier kunstenaars die werken naar de natuur, waaronder dat van Saskia van Dijk.

http://www.semvandijk.nl/
http://bit.ly/2BK9iac
http://bit.ly/2E5ANAe

 

Circa:
Nee

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0