De wereld van de Leidse fotokunstenaar, Willem Overtoom

Willem Overtoom schildert met licht. Dat doet hij niet met een kwast, maar met zijn fototoestel. De laatste 28 jaar maakte hij om de drie/vier jaar werkreizen van meest een half jaar naar Midden – en Zuid-Amerika en Azië. Hij was ook aan het werk in Europa, Jamaica en kort in drie staten in Amerika.

Hij gaat niet te werk als een fotojournalist of documentaire fotograaf, maakt ook geen series, kiest wat hij simpelweg mooi vindt, wat hij wil laten zien. Soms moet hij heel snel zijn, want een specifiek licht dat ergens op valt – een rots, een waterval, een rijstveld – kan, door de voortschuivende wolken bijvoorbeeld, verdwenen zijn. Naast licht zijn vorm en compositie belangrijke elementen. Hij werkt met eenvoudige middelen, manipuleert niet, en kiest zijn uitsneden zo dat de essentie overblijft.

Peintre et sculpteur photographique

Ik ben bij hem op bezoek in zijn huis in de binnenstad van Leiden. In de boekenkast staan vele fotoboeken. Aan de muur diverse foto’s, onder andere een beroemde foto van de Cubaanse fotograaf Raúl Corrales, waarop we na de overwinning van Fidel Castro een groep revolutionairen in overwinningsstemming op paarden richting Havana zien trekken, een wit paard voorop en veel wapperende vlaggen. “Ik heb hem tijdens het fotofestival in Perpignan van Corrales zelf kunnen kopen voor tweehonderd gulden.” Een Japanse geisha, gemaakt door Fred Rohde. Meer foto’s in de gang en de kamer achter, van onder meer Teun Voeten, een 60 x 50 grote Polaroidfoto van Toto Frima, Toto Frima zelf door Willem Overtoom en Sara Blokland, die een foto maakte van een video van zichzelf.

Ook in de gang een foto van zijn andere ‘lijn’, de ‘literaire fotografie’, de Eros-serie en een paar Changing Light series, waarin hij probeert onzichtbare gevoelens en emoties vast te leggen. In de woonkamer achter de bank hangt daar een voorbeeld van.  Willem: “Ik ging tot 2002 jaren achtereen naar het jaarlijkse fotofestival in Arles, ‘Les Rencontres de la Photographie’, daar kwamen meer Nederlanders, onder andere Marlo Broekmans, Cindy Marler, Bert Teunissen, Manfred Wirtz en Toto Frima.  Ik werd daar ook bevriend met de fotoverzamelaar Bert Hartkamp. Ik nam zijn aankopen in Arles mee naar Nederland. Hij heeft ook twee foto’s van mij gekocht. De curator van de Bibliothèque National de France  in Parijs, Claude Lemagny, kwam tot zijn pensionering, altijd op het Fotofestival van Arles, waar hij dagen achtereen portfolio reviews hield. Ik liet hem mijn Eros foto’s zien. Hij gaf me aanwijzingen en kritiek. Hij zat altijd achter zijn tafel, en sprak altijd Frans, maar op gegeven moment ging hij staan, pakte een foto van mij en begint die foto aan iedereen in het Engels uit te leggen. Hij noemde me een ‘peintre et sculpteur photographique’. Vijf werken uit die serie bevinden zich in de collectie van de Bibliothèque National, afdeling Photographie et Timbres-poste.”

De Lakenhal

Willem Overtoom heeft ook jaren met olieverf geschilderd. Dat was rond 1970. “Ze noemden me de Hollandse Belg. Mijn werk had in de verte wel wat weg van Margritte, Raveel en Reinier Lucassen." Hij laat een kleine portfolio op zijn telefoon zien. Een schilderij van een meisje van 15 met de contour van haar in het blauw verdwenen gezicht die haar schapenwolkdroompjes rangschikt, Margritte-achtig inderdaad, en een schilderij van de moeder van zijn zoon en een van zichzelf, apart, met de weg in het leven die ze voor zich hebben. 

En vervolgens kijken we naar de reisfoto’s, de slotgracht van Ankor Wat. “Sommigen zeggen ‘Dat lijkt het Gein van Mondriaan wel’”. Een monnik bij een boom in Myanmar. Grote waterkruiken ook in Myanmar. “Op elke hoek staat zo’n waterkruik.” En bij de kruik katoenen koffiefilter om het water te zuiveren. Een selectie van tien landschapsfoto’s, 90 x 135 cm groot, hingen in een tentoonstelling in Stedelijk Museum De Lakenhal Leiden. Dat museum heeft toen twee van die serie van hem aangekocht. “Ze zijn al drie keer op zaal te zien geweest.” Een paar jaar geleden, in 2007, zag ik zijn tentoonstelling A Wanderers Passion met wel 65 foto’s in Ars Aemula Naturae van zijn reis naar Cambodja, Thailand, Laos en Myanmar in 2003/04.

De Ploeg

Op de vensterbank staat een groot abstract beschilderd ei op een houder. Het blijkt gemaakt te zijn door Willem’s moeder. “Zij was uiterst creatief. Ze maakte van alles, beschilderde zijden doeken, maar maakte ook bijzondere kerststallen bijvoorbeeld.” Ook zijn vader had iets met kunst. Hij verzamelde kunst. “Hij wilde als jongen graag leren tekenen, maar dat werd ‘doodgeslagen' op de middelbare school. Ik heb overigens diezelfde tekenleraar gehad. Toen hij 45 was, we woonden in Bergen, begon hij met het verzamelen. Eerst schilders van de Bergense School, later die van De Ploeg uit Groningen, die toen nog niet zo in trek was. Pa had een grote collectie van De Ploeg, onder andere van Altink en Wiegers. Hij verzamelde met twee broers van mij, allebei radioloog. Pa had een voorgevoel: dit kan het worden. Hij kocht schilderijen voor 3000 gulden die nu 30.000 euro waard zijn.” Willem heeft een grote gouache geërfd van een van hen, Engelbert L' Hoëst. “Voormalig lid van het Amersfoortse genootschap De Ploegh, die zijn werkzame leven in Frankrijk woonde en pas toen hij al in de 80 was terugkwam. Twee jaar voor zijn dood heeft hij op zijn 87e nog een fraaie overzichtstentoonstelling in Museum Flehite gehad.”

Stedelijk Museum

Pa bewaarde ook Willem’s eerste kunstwerken. Hij was toen een jaar of vijf. Hij laat het op zijn telefoon zien. Tekeningen op stukjes kladblokpapier werden door de zusters van de bewaarschool op stroken pakpapier geplakt om mee naar huis te nemen. Het was nog een zuinige tijd toen, Willem is van 1945. Ik zie beertjes in een boot, een trein en landschapjes met perspectief, hoogst opmerkelijk voor een vijfjarige. “Toen ik tien was, woonden we in Amsterdam. Ik mocht naar de Vrije Expressie op de zolder van het Stedelijk Museum. Ad Pieters had dat opgezet, op instigatie van de toenmalig directeur Willem Sandberg. Op gegeven moment zei hij tegen Pieters: “Leuk werk van die kinderen. Je moet dat ergens in het museum hangen.” En zo exposeerde Willem Overtoom al op zijn elfde in het Stedelijk Museum, met een linosnede van een op je afkomende olifant.

Om naar de zolder te kunnen gaan had de kleine Willem een jaarabonnement op het Stedelijk gekregen. “Mijn school ging om 12.00 uur al uit en de club begon pas om 14.00 uur. Dan ging ik door  de zalen van het museum zwerven. Ik snapte het nog niet allemaal.” Een paar jaar later, hij was 16 en inmiddels toegelaten op de Academie der Katholieke Leergangen in Tilburg, was hij weer in het Stedelijk. “Ik was een paar jaar niet geweest. Een feest van herkenning werd dat, maar nu gelardeerd met de kick van allerlei kwartjes die er ineens vielen. Een stuk ouder keek ik met andere ogen, leek het wel, ik had het gevoel dat ik op blokken schuimplastic als het ware door de zalen liep te zweven. Het zelfportret van Jan Sluijters kwam ineens binnen, Le Violoniste van Chagall paste helemaal, en ook zijn La femme enceinte (Maternité), het was allemaal bij elkaar een absolute ‘topervaring’.”

Vluchtelingenkamp

Een broer van Willem ging naar de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. “Maar die heeft geen tijd meer voor zijn schilderkunst. Hij is nu decorbouwer en heeft een klusbedrijf, hij bouwt en verbouwt.” Naast de twee genoemde radiologen, die kunst verzamelen en waarvan er hele aardige landschappen fotografeert heeft hij ook nog een broer die tropenarts is die in zijn jonge jaren veel voor OOR gefotografeerd heeft. Willem is de oudste van zeven, zes heren en een dame.

Op gegeven moment was de tropenarts gestationeerd in een vluchtelingenkamp in het grensgebied van Thailand en Cambodja. Het was 1987. Willem had even genoeg van zijn werk als ontwerper en interieurarchitect bij twee meubelfabrieken en als docent audiovisuele en beeldende vorming op een middelbare sociale academie. “Na twintig jaar veel te intensief, teveel op anderen gericht te zijn, was ik compleet op, en stortte volledig in. Van mijn begeleidende psychiater kreeg ik het dringende advies mijn creatieve mogelijkheden aan te spreken, en de rest van mijn leven voor mijzelf te gaan werken. Voor ik mijn leven weer opnieuw zou gaan inrichten, werd me ook geadviseerd een flinke reis te gaan maken. Ik ging mijn broer opzoeken in het vluchtelingenkamp en een paar weken in Thailand rondtrekken om voor het eerst echt voor de fotografie te gaan.” De foto’s die hij in die zes weken maakte werden meteen tentoongesteld en zelfs een beetje verkocht (aan Bert Hartkamp bijvoorbeeld). Veel mensen reageerden positief. “Wow! Dit vind ik leuk. Leuker dan tekenen, schilderen en ontwerpen. Ik koos definitief het pad van de fotografie. Maar niet als een documentaire fotograaf of fotojournalist, maar als autonoom fotokunstenaar, op de manier van een schilder.”

Yin en yang

Hij zoekt mooie situaties uit. “Ik laat ook zien dat het mooi is. Ik krijg reacties als: ‘Ik ben daar ook geweest, op precies dezelfde plekken. Ik heb het niet gezien’. Kennelijk heb ik er een neus voor.” Ik zie een foto van een hoge rots waar het licht mooi opvalt. “Ik zag die rots, er kwam ineens dat licht en ik schoot de foto. Ik wist meteen dat het goed was. Maar ik moest steeds denken, ‘ik hoop dat het goed gelukt is’. Ik maakte in die tijd nog dia’s, die ik pas in Nederland liet ontwikkelen. Ik deed al die nog niet ontwikkelde dia’s in een tupperwaredoos dat ik tussendoor bij een fotozaak in Bangkok af kon geven om ze in een koelkast te bewaren.”

Hij exposeerde zijn Zuidoost Aziatische foto’s op de Chinese Kunstacademie van Kuala Lumpur. “Er was mij door de directeur, een belangrijke Chinese Inktschilder, gevraagd een lezing over Chinese traditie in de landschapsfotografie, hoe die man daar op kwam wist ik niet. Pas toen de directeur vijf prenten voor de collectie van zijn academie kocht en ik daarna mijn werk weer eens goed bekeek, begreep ik hoe de Chinezen kijken en wat ze zien. Ik had zelf geen idee dat er zo veel yin en yang, feng shui, rust, evenwicht, veel zeggen met weinig in mijn werk zat. Een Chinees vertelde me: ‘Jij kunt die foto’s niet gemaakt hebben, jij bent geen Chinees.’ Welbeschouwd een groot compliment. In Thailand zei iemand me: ‘Volgens mij ben jij een boeddhist. Toen ik hem later mijn werk liet zien, zei hij: ‘Zie je wel.’” 

Digitale reis

Acht maanden was hij in Zuid-Amerika. Hij had 265 rollen volgeschoten. Hij stuurde ze naar Nederland, naar het VakLab van de Universiteit Leiden om ze te ontwikkelen. “Die hadden een ‘hangmachine’. Dat is de mooiste manier om je dia’s te laten ontwikkelen.” Hij is vervolgens twee / drie maanden bezig geweest om (met twee man)  de ontwikkelde film te knippen, de dia’s in te ramen, te selecteren, te rubriceren en in sheets te stoppen. “Ik nam een keer de Zuid-Amerika portfolio mee naar mijn ouders, voor ik naar het Fotofestival Visa pour l‘Image in Perpignan vertrok. Mijn vader zei: ‘Mooi werk zit erbij, maar wanneer ga je weer schilderen?’, waarop mijn toen 83 jarige moeder zei: ‘Hou daar toch eens over op Zie je niet dat die jongen schildert met licht?’”

In 2008 maakte hij zijn eerste ‘digitale reis’. En de volgende in 2011 en 2014. “Ik heb me lang tegen digitaal verzet. Maar ik ben blij dat ik die keus toch gemaakt heb. Ik vind het geweldig. Ik schiet nog steeds krap, net als in de tijd van de dia’s, maar te makkelijk toch veel, dat maakt het selecteren lastig.” Nu denkt hij over de volgende reis. Die zal in 2017/18 plaatsvinden. “Ik wil proberen een visum voor een half jaar naar Indonesië te bemachtigen om naar de ‘outer islands’ te kunnen gaan.”

 www.image-in-image.com 

Flickr https://www.flickr.com/photos/willemovertoom/Faceb 

YouTube: Schier Hier en Verweggistan https://www.youtube.com/watch?v=XeXbIEiD-B8&feature=youtu.be
Globetrotters Footprints https://youtu.be/9JiGsipXXUU

Circa:
Nee

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0