De wereld van de Rotterdamse kunstenaar, 11 - Robin Kolleman

Op een zonnige zomerdag in juli was ik op bezoek in het atelier van Robin Kolleman. Ze zit in een grote ruimte, een voormalig klaslokaal. Daarnaast heeft ze nog een lokaal, kleiner, waar ze zaagt en schuurt. Bijvoorbeeld aan paspoppen die een eerste leven als etalagepop achter de rug hebben, maar bij haar een nieuw leven krijgen als kunstwerk.

‘Dat geeft zo veel stof en gruis, zelfs met een mondkapje op dringt het toch binnen’, zegt ze. Niet zo lang geleden had ze één lokaal ter beschikking, een souterrain, niet al te hoog, waardoor het gruis en stof bleef hangen en sommige beelden zelfs niet helemaal rechtop konden staan. Ze is blij dat ze nu deze nieuwe behuizing heeft. 

De Aanblik, De Aanraking en De Aantasting

Tegenover ons zie ik een aantal beelden, daarnaast op een tafel en in de hoek sculpturen gemaakt van een witte buigzame substantie, waarin je mensen in allerlei houdingen kunt zien. Vanuit  welke gedachte maakt Robin dit werk?

Robin Kolleman: ‘Ik onderzoek het grensgebied van het fysieke, sociale verkeer.  Waar liggen de grenzen? Er zijn grenzen hoe dichtbij je bij iemand kunt komen. Maar dat verschilt per persoon.‘  Ze tikt met haar vinger tegen mijn arm. ‘Van de kleinste aanraking kun je al schrikken. Maar ook van aankijken. Soms is een blik dodelijk.  Je komt in iemands persoonlijke ruimte. Dat kan allerlei soorten reacties opleveren. Een assertief persoon stuurt de ander eruit, maar niet iedereen is even assertief. Bovendien heeft een ieder andere grenzen. De meeste mensen gaan er onbewust mee om. Ik onderscheid drie vormen van contact: De aanblik, de aanraking en de aantasting. Anders gezegd:  Schoonheid, erotiek en de dood.’

Niet aanraken

In 1995 had ze een tentoonstelling, “Niet aanraken”, met een aantal installaties en video’s. Op een aantal etages van een gebouw waren daar onder meer te zien: “a rhythm”, “a look”, “a voice” en “a memory”.  Dat laatste was een dichte witte cirkel op de vloer dat bestond uit vederlicht losliggend wit flockpoeder. De cirkel vulde met een diameter van ongeveer vier meter bijna de hele kamer. Invallend licht werd door het witte pluizige materiaal gereflecteerd en verstrooid. Het was niet mogelijk er omheen te lopen zonder de strakke contour aan te tasten.  “A memory” is een eerste sleutelwerk, vindt ze.

A rhythm” werd op een monitor getoond. Het was een zwart-wit video van het kuiltje in een vrouwelijke hals tussen de sleutelbeenderen. Het kuiltje kwam door het ademhalen langzaam omhoog. Een kalme rijzende en dalende beweging van de huid zonder geluid. Een uur lang. De sleutelbeenderen bleven als een horizontale lijn gefixeerd in het midden van het beeld, terwijl de huid er in verticale richting overheen gleed. 

Op een andere monitor zag je “a voice”. Ook een video van een uur. Je zag de met wisselende heftigheid omhoogtrekkende en omlaag vallende bewegingen van de buik van een vrouw door een transparant rood voorzetscherm. Synchroon met het beeld was de ademhaling te horen. Geforceerd kort lucht innemend en lang uitademend. Robin: ‘Het is een zangademhaling. Wanneer je bij een ander bent neem je  onbewust het ademhalingsritme van die ander over.’

Robin: 'Bij deze tentoonstelling formuleerde ik voor het eerst de bovengenoemde drie begrippen, die nu nog steeds leidend zijn in mijn onderzoek en ontwikkeling vandaar de  keuze voor mijn eerste sleutelwerk.'

Epos 7, Renamed Ophelia

Ze doet het niet meer, de video’s en de installaties. ‘Je had te maken met een deadline. Dat gaf veel druk. Daar wilde ik van af.’ Maar het thema is er nog steeds, nu in beelden. Hoe kwam ze op het thema terecht? ‘Door eigen ervaringen en wat ik zag en hoorde bij andere mensen. Het ontwikkelde zich gaandeweg nadat ik afgestudeerd was van de kunstacademie.'

We bekijken de beelden in het atelier. ‘Epos 2, The death of Aphrodite’. Het heeft gestaan in Istanboel, op een beeldhouwkunst Biennale in het Duitse Bredelar en in de Oude Kerk in Amsterdam. Op een steen een dansende dame op balletschoenen met een doodshoofd dat omhoog kijkt. ‘Een optimistisch beeld. Heel elegant maar tegelijkertijd super pijnlijk, met haar ‘near death shoes’. Het geeft aan: hoe levend je ook bent, de dood draag je bij je. Hersencellen hebben geen herstelvermogen. Vanaf je geboorte ben je op weg naar je dood.'

Op de grond ligt een dame in stukken, een soort trekpop. Het is Epos 7, Renamed Ophelia. Het verhaal van Ophelia is het mythische verhaal van de onmogelijke liefde. Kolleman: ‘Ook weer de dood en het leven. Ik zocht een liggende pop, dat was nog niet eens zo makkelijk. Aanvankelijk wilde ik haar in het water leggen, in een net. Maar dat was het toch niet. Ik heb haar vervolgens in stukken gesneden en de schedel eraf gehakt. Die poppen hebben allemaal van die vierkante krachtige kaaklijnen, dat wilde ik niet. Het gezicht heb ik daarom verzacht, vrouwelijker gemaakt. Het hoofd heb ik ietsje omhoog gebracht, met een glimlach erop. Je vraagt je toch heel even af: slaapt ze?'

Epos 6, Geloof, hoop en liefde

En dan een beeld dat een tweede sleutelwerk is: Epos 6, Geloof, hoop en liefde. Het is nog niet geëxposeerd. Je ziet een dame in burka, maar dan wel een doorschijnende burka.  Ze kan niets zien want op de plaats van haar ogen is het niet doorschijnend. Robin: ‘Iemand met burka in het westen geeft haar ziel, haar geloof, bloot. Zij ziet de niet-sympathieke, zelfs soms afkeurende blikken door het venstertje van gaas. Daarom heb ik de burka transparant gemaakt. In islamitische landen is dat niet het geval, daar zal de vrouw in burka zich juist veiliger voelen.’

Op het hoofd van de dame zit een meeuw met pek en veren besmeurd. ‘Ik kreeg commentaar dat met die meeuw de PVV het beeld kwam inlopen. De PVV heeft immers een meeuw in haar logo. Ik heb even getwijfeld. De PVV zegt de partij van de vrijheid te zijn. Terwijl ze die vrijheid juist ontzettend mishandelt. Maar toen dacht: ik moet het juist doen, want het laat zien dat we de vrijheid uitlachen.

Het burka beeld Epos 6, Geloof, hoop en liefde, is een illustratie van de ontwikkeling die Robin Kolleman doormaakte van de gerichtheid op het individu en het persoonlijke naar meer maatschappelijke onderwerpen. Kolleman: ‘Dit ga ik voortzetten. Tegelijkertijd is er tevens een langzame ontwikkeling van uiterst figuratief naar abstract te zien. Dat wil ik weer wat terugbrengen, wat minder abstractie is gewenst. Maar de maatschappelijke inhoud zal ik de komende jaren versterken. En dan thema’s die blijvend zijn, die over 30 jaar nog steeds spelen. Geweld tegen vrouwen bijvoorbeeld, martelingen en ander oorlogsgeweld.'

Japanse papierklei

Waar de abstractie al wel te zien is, is in de ‘lijnkunstwerken’ die van Japanse papierklei zijn gemaakt. ‘Ik zag het van een Japans meisje dat een tijdje in Nederland was. Het is bijzonder materiaal. Het vergt veel voorzichtigheid en precisie. Op de tafel liggen diverse vrouwfiguren in een lijn, aan de muur hangen er een aantal, en ze zet er een op de grond, die blijft staan. Ik zie een balletdanseres, een zwangere vrouw, een vrouw met een haakje aan de nek, ‘De houding van de IS’, iemand die onthoofd gaat worden. Naar gelang de zoninval verandert nemen de lijnwerken andere vormen aan. ‘Ik bedenk de invulling al makend.’

We zouden bijna de verbandgaas-werken vergeten zijn. Robin Kolleman is ook wat dat materiaal betreft waarschijnlijk de enige in Nederland. Op dit moment staan er twee verbandgaas-kunstwerken op een tentoonstelling in galerie Vanessa Quang in Parijs op de tentoonstelling Sin e Angulo. Een globe met de ‘aardbol’ als een massieve bal van verband. ‘We hebben de aarde uitgeput. De aarde heeft bescherming nodig.’ En een mens bestaand uit uitvergrote cellen van verbandgaas.

No Photo/ Fragments of agony\ agitation

In 2011 maakte ze de tentoonstelling No Photo/ Fragments of agony\ agitation, bestaande uit 21 lichaamsdelen van verbandgaas, waaronder hart, huid, longen, nier, oog, oor, hersenpan, aderenstelsel. Het was onder meer te zien in Italië, in Brescia en het Nederlands Fotomuseum. Ze laat me een verbandrolletje zien. 'De werken zijn massief verband; ik begin dus niet met een kern. Zelfs het eerste rolletje verband rol ik eerst helemaal af. Het kost veel kracht om het verband te winden. Ik krijg er pijn in mijn handen van. Het werkt bijna meditatief. Je kunt je gedachten naar andere dingen brengen. Ik werk er nog steeds mee.’ Later ontdekte ze bij toeval nog de link van No Photo met Ex Voto, een voorwerp, vaak een lichaamsdeel, dat katholieken plaatsen bij het beeld van een heilige, vaak in een bedevaartsoord. Door veel te bidden hopen ze dat genezing optreedt.  

Lange tijd heeft Robin een halve baan erbij gehad als curator bij het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. In dat centrum is een aantal galeries. Daarna had ze  een eigen stichting om tentoonstellingen op locatie mee in te richten. Het voordeel van het curatorschap is dat ze veel kunstenaars heeft leren kennen. Ook heeft ze heel veel samenwerkingsprojecten gedaan. Onder meer 14 jaar met Stichting B.a.d en met de Brusselaar Charley Case, die haar nu vroeg mee te doen aan de net genoemde tentoonstelling in Parijs. Drie jaar geleden besloot ze zich vrijwel uitsluitend te concentreren op haar eigen werk. Het resultaat is dat haar werk zich sneller ontwikkelt.

Ze is nu druk met de voorbereidingen van een solotentoonstelling in Galerie Hommes en met een werk voor de buitenexpositie op de Avenue Concordia in Rotterdam. We lopen de andere atelierruimte in. Ik zie een beeld van twee personen: Adam en Eva. Het is binnenkort voor iedereen te zien.

http://www.robinkolleman.nl/index.htm

Circa:
Nee

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0