De wereld van de Rotterdamse kunstenaar, 4 - Inge Aanstoot

Afgelopen november 2014 zag ik in Den Haag Inge Aanstoot de Piket Kunstprijs voor Schilderkunst winnen. Korte tijd daarop sleepte ze nog een prijs in de wacht: de Sacha Tanja Penning. Met de eerste prijs verdiende ze 8000 euro en met de tweede 10.000 euro. Inge Aanstoot is een van de grote jonge Nederlandse talenten. Ze kan nu eindelijk stoppen met haar bijbanen en voltijds als kunstenaar aan de slag gaan.

Mythes en symbolen

Ik spreek haar in haar atelier in Rotterdam. Het maakt deel uit van de stichting B.A.D dat zich bevindt  in een voormalig schoolgebouw in de Talingstraat. Het zonlicht schijnt binnen door de ramen. Aan de wand staan twee enorme schilderijen met de achterkant naar voren. Op de schilderijen van Inge Aanstoot gebeurt altijd veel. Inge Aanstoot: ‘Op het doek vertel ik graag verhalen. Ik ben geïnteresseerd in mythes, symboliek, religie. En ook in geschiedenis, daarvan leer je waar het heen gaat.’

Iedereen heeft er mee te maken. Zelfs mensen die heel exact en rationeel zijn, wetenschappers bijvoorbeeld blijken ook hun eigen rituelen en mythes te hebben, aldus Inge. Ze is er al lang mee bezig. ‘Ongeacht tijd en heersende stroming zijn er altijd er altijd dingen die je niet kunt verklaren, en dat is het begin van die rituelen en mythes. Je ziet het bij de Grieken honderden jaren voor Christus, Chinezen in de 6e eeuw en bij de bewoners van Urk in de 21e eeuw. In mythes, rituelen en symboliek krijgt het gevoelsleven vorm. Het heeft soms verregaande gevolgen: mensen laten bijvoorbeeld hun kinderen niet inenten, terwijl er zo veel informatie is over wat de konsekwenties kunnen zijn.’

Bijbelse verhalen

Die mythologie, rituelen en symboliek zitten ook in bijbelse verhalen. Inge Aanstoot is ermee opgegroeid. Ze kon er gefascineerd naar luisteren, net zoals naar goed vertelde sprookjes. Ze was al christelijk van huis uit, maar dat was niet erg streng. Er werd gebeden voor het eten, met Kerst ging ze met de familie naar de kerk en ze ging naar een christelijke school. Maar het verdiepte zich toen ze een vriendje kreeg wiens vader koster was in de kerk. ‘Heel interessant en leuk. Ik ging ook meezingen in het koor van de kerk.’ Het ging haar om de verhalen. ‘Ik onderging de Bijbelverhalen als sprookjes. Een Bijbelverhaal is voor mij even interessant als een mooi verhaal aan de toog van een kroeg.’ Ook in andere religies en culturen verdiept ze zich graag.  

In het laatste jaar van de kunstacademie was er aandacht voor multi-interpretabiliteit en symboliek. Aanstoot: ‘Een vis die je ziet op een zestiende-eeuws schilderij heeft andere betekenis voor een Nederlander dan voor een Japanner. Vis heeft de connotatie met het Ichtus-teken, een verbinding met wedergeboorte. Daar denkt een Japanner niet zo snel aan. Die heeft eerder de connotatie met rauwe vis eten. Dat is op zichzelf interessant. Iedereen haalt er iets anders uit. Zo zal dat ook bij mijn schilderijen het geval zijn. Dat vind ik alleen maar leuk.’   

Grapjes

Ze gaat intuïtief te werk. ‘Niet alles hoeft meteen betekenis te hebben. En ik hoef ook niet per se een boodschap uit te dragen middels mijn werk.’ Wel denkt ze na over haar positie als jonge kunstenaar en durft ze het aan om zich – in haar schilderijen – te meten met grote meesters. Daarnaast zitten er in sommige schilderijen ook nog verwijzingen naar vrienden, met name een grafisch ontwerper en een kroegbaas. ‘Ik waardeer en benijd ze allebei. Het is een soort grapje, maar het past ook in het werk.’   

De verhalen vindt ze in kranten, tijdschriften en internet. Of iemand vertelt het. Op dit moment is ze bezig met een schilderij met dieren. Ze las interessante dingen in de National Geographic, zag een documentaire van David Attenborough en checkte ook nog even Wikipedia. ‘Het was een film over een slak waarbij zowel de vrouwtjes als de mannetjes een penis hadden en op die manier zorgden voor de voortplanting.  In de 17e eeuw ontdekten Jan Swammerdam en Boerhaave met hun microscoop allerlei nieuwe diertjes en levensvormen. Het ontdekken van die slak ligt in het verlengde daarvan.  Ook in mijn belangrijkste bijbaan de afgelopen negen jaar, in een natuurdrogisterij, wilde ik weten waar al die ingrediënten vandaan kwamen.’

Sleutelwerk

Met haar werk in de natuurdrogisterij gaat ze – voorlopig voor een jaar – stoppen. Dankzij het geld dat ze met de twee prijzen won. Aan de laatste prijs, de Sacha Tanja Penning, is ook nog een presentatie in de Rotterdamse Kunsthal verbonden. Die komt er nog aan. Emily Ansenk, de directeur van de Kunsthal en Joop van Caldenborgh, kunstverzamelaar zaten in de jury, voorgezeten door Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum. Aanstoot: ‘Dat maakte het winnen van die prijs nog extra waardevol.’

Gevraagd naar haar sleutelwerk noemt ze er twee. Feverpitch uit 2011 en Caught in the Act uit 2012. ‘Feverpitch heeft bij TENT gehangen. Het was een doorbraak, schildertechnisch, qua compositie en qua onderwerp. Ik ben in dat werk losser en intuïtiever, gevoelsmatiger gaan werken. Daarnaast was het inhoudelijk goed onderbouwd met als thema religie/gevallen helden/gouden kalveren.’ In Caught in the Act begon ze autobiografisch te werken en mat ze zichzelf aan haar helden: David Hockney, Leopold Rabus en Egon Schiele.

Atelier

Inge Aanstoot ging in 2005 naar de Willem de Kooning Academie en studeerde in 2009 af. Ze is dus al zes jaar kunstenaar. ‘Ik studeerde af toen de subsidies verdwenen. Ik had nog net een jaartje WIK (een kunstenaarsuitkering) kunnen krijgen, maar ik verdiende op dat moment mijn eigen geld.’ De afgelopen twee jaar heeft ze behoorlijk wat tijd moeten besteden aan de bijbaantjes, waardoor er minder tijd was voor de kunst. Dat is nu even voorbij. Ze hoopt dat dat een behoorlijke lange tijd wordt.  

Tweeënhalf jaar geleden verkreeg ze haar huidige atelierruimte, bij stichting B.A.D. Van het B.A.D pand maken ook vier woningen deel uit en sinds niet te lange tijd woont ze er ook. Inge Aanstoot: ‘Het is een plek met veel geschiedenis. Sinds 1991 zitten er hier kunstenaars. Ik ben er weleens geweest als student toen ik voor het blad van de kunstacademie een kunstenaar die hier zat interviewde. Er gebeurt hier veel vanuit het collectief. Er zitten hier mensen met hele andere beroepspraktijken. Dat maakt het leuk om met elkaar daarover te praten, we zijn als het ware elkaars klankbord. We hebben een goede band met elkaar. Eenmaal per maand vergaderen we en verdelen we taken. We hebben een grote tuin erbij, dat is leuk om bijvoorbeeld te barbecuen. Er zijn af en toe exposities, lezingen, feestjes waarbij soms andere kunstenaars worden uitgenodigd voor performances.’

Galerie

Er zijn drie gastateliers – en zelfs nu even vier vanwege een kunstenaar die net vertrokken is. Op dit moment verblijven daar een Engelsman, een Spaanse, een Duitse en een Nederlander. ‘Een tijdje terug hadden we een paar Spaanse kunstenaars. Ze waren Spanje ontvlucht vanwege de crisis. We denken wel dat wij het zo slecht hebben, maar als je die verhalen uit Spanje hoort, dan zitten wij nog goed hier.’

Ze zit bij de Haagse galerie Vonkel – en vroeger ook bij galerie Jaap Sleper in Utrecht, maar die is gestopt. Daar is ze heel tevreden mee. ‘Binnenkort hebben we een groepstentoonstelling bij Vonkel en over een tijdje is er de KunstRAI. Daar kijk ik al naar uit.’

http://www.ingeaanstoot.nl/
https://www.vonkel.nl/ 

 

 

Circa:
Nee

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0