De wereld van de Rotterdamse kunstenaar, 9 - Niels Smits van Burgst

Het atelier van Niels Smits van Burgst bevindt zich in een voormalige school vlakbij het Sparta stadion. Niet zo lang geleden was ik er al een keer om een collega van Niels te interviewen. Dit atelier is groter en dat past ook bij de grote werken die hij maakt.

Als ik binnenkom zie ik op een groot scherm een foto van een gebraden haas of konijn. Op de korte wand rechts naast de deur hangt het schilderij waar Niels mee bezig is. Middenvoor in het schilderij ligt de haas op een tafel. Erachter zitten, wat onderuitgezakt een meisje en een jongen. Ze zitten op een balkon. Niels Smits van Burgst: ‘De titel is Scene on a balcony, nr. 3. Het is een jongen met zijn vriendinnetje. Qua compositie gaat die halfronde tafel middenvoor  tegen alle wetten der schilderkunst in. Ik probeer het schilderkunstig zo op te lossen dat het toch kan.’

Decadentie

Die jongen komt vaker voor op Niels’ schilderijen. ‘Hij is een favoriet model.’ Op veel schilderijen van Niels komen jongens voor, meestal in groepsverband. Meisjes zie je een enkele keer. Vaak gaat het om uitgaanssituaties waarbij veel gedronken wordt. De onderwerpen voor de schilderijen vindt Niels in foto’s op het Internet. ‘Ik zoek at random naar plaatjes die jongens van zichzelf en van elkaar schieten. Soms kom ik op sites waar hele reeksen van die foto’s te zien zijn wanneer een groep jongeren naar Lloret de Mar of naar Ibiza is geweest. Ze zitten bijvoorbeeld bij elkaar in een tent en ze doen niets bijzonders, of ze hangen op een terras. Dat de foto’s  ooit gebruikt zouden worden voor een schilderij zou geen verrassing hoeven zijn, ze zijn een verbeelding van onze tijd en de jongens hebben ervoor gekozen de beelden publiek op het net te zetten.’

Het gaat Niels om het tonen van een identiteit. ‘Van mezelf en anderen. Hoe is het om als mens in het leven te staan, in deze decadente westerse maatschappij? Teveel luxe en vrije tijd leidt tot oeverloze verveling. We lijken schaamteloos te vegeteren, onder het genot van een gesprek over de zondebokken voor onze malaise, over seks, over hoe het zover heeft kunnen komen of de nieuwste gadgets.' Niels: ‘Ik probeer het gedrag van groepen mensen te schilderen; het zich willen terugtrekken uit de groep, of juist het zich conformeren aan de groep.’

Meester en gezel

In de ene periode staat het gedrag centraal, in de andere nemen de ‘externe verhaallijntjes’, zoals hij het noemt, de overhand. ‘Als het ene doek te anekdotisch wordt, wordt het volgende weer iets monumentaler.‘ De manier van schilderen verandert continu, dat gaat geleidelijk. Niels: ‘Mensen zeggen dat ze mijn werk kennen van zeven jaar geleden. Maar destijds was het volslagen anders. Dat heeft te maken met de invalshoek waarmee je een thema benadert. Dat verschilt per schilderij. Als een schilderij af is, dan zie ik wat een zwakkere plek is. Zoiets wil ik in het volgende schilderij vermijden. Daarom stel ik de wijze van schilderen, of de benadering van het thema wat bij. Zo zijn er doorlopend kleine verschuivingen binnen het werken.'

Hij haalt er een klein schilderij bij, dat hij tien jaar geleden maakte. Er staat een meester en zijn gezel op. ‘Behoorlijk anekdotisch. Later, in 2008 schilderde ik weer anders.’ Een belangrijke reden was dat hij in 2007 een groter atelier kreeg. Dat gaf hem de mogelijkheid om grotere schilderijen te gaan maken.

Luchtige afbeeldingen

Bovenaan de rechter muur (gezien vanuit de bank waarop ik zit) hangt een reeks portretten. Ze blijken dit jaar gemaakt te zijn. De kleuropbouw lijkt pointillistisch. Niels: ‘Ik krijg te horen dat ik impressionistisch werk. Ik bouw de kleuren weliswaar los op, maar om een andere reden dan Monet. Mijn schilderijen worden diffuser en beweeglijker omdat ik mijn vinger niet kan leggen op de exacte gedragingen van de afgebeelde personen, noch op hun beweegredenen. Door het diffuse lijkt het alsof er veel meer achterzit, zonder dat je precies weet wat. Het is ambigu.’

Waarom schildert Niels zo? ‘Ik heb me lang afgevraagd hoe me op te stellen tussen andere mensen. Toen ik jong was, was wat ik deed en zei, niet passend bij wat andere mensen deden en zeiden. Ik vond dus geen aansluiting. Ik probeerde uit te vinden waar andere mensen hun genoegens uit haalden, om toch een zekere aansluiting te vinden. Daarbij gaat het mij in de eerste plaats om het hoe, minder om het wat en waarom.’ Hij heeft vele, vele luchtige afbeeldingen van feestjes of samenkomsten geschilderd. Niels: ‘Het lijkt luchtig, maar het is niet te peilen, onbetrouwbaar. Is het echt wel zo vriendelijk of kun je het volgende moment in elkaar getrapt worden?’

Zijn website heet genreschilderkunst.nl. Behoort hij tot de moderne genreschilders?  Niels: ‘Toen ik besloot mensen te gaan schilderen, wilde ik inderdaad deze kant op. Jan Steen is een bekende genreschilder. Maar vaak, zeg maar altijd, is er moraal in zijn schilderijen. Allerlei elementen staan voor bepaalde deugden en ondeugden, met het bijbehorende waardeoordeel. De uitzondering is Adriaan Brouwer (1605-1638). Die trok zich niets van die moraalregels aan en schilderde bijvoorbeeld kotsende mensen op een eerlijke, oordeelvrije, niet-moralistische manier. Die kant wilde ik op, maar minder verhalend.’

Le champ des vaches

Hij heeft drie sleutelwerken. Het eerste bestaat uit zes losse delen, en is vijf meter lang. Het is gemaakt in 2013/2014. We zien een jongeman met een doek op zijn rechterschouder met ontbloot bovenlijf en zijn broek een beetje naar beneden, en voor zich allerlei verfspullen. De jongeman lijkt wel een beetje op de kunstenaar. Het werk heet ‘Six masturbation scenes’.  Niels: ‘Het gegeven is op zichzelf niet interessant. De persoon is in zichzelf gekeerd. Er is suggestie van beweging door de opeenvolging in de serie, maar per doek zie je niets. Ik toon wat er rest na uitschakeling van het anekdotische.’

Het tweede sleutelwerk is heel anders. We zien een landschap van vijf meter breed in drie delen. Het is van 2015 en heet Le champ des vaches. We zien een grasveld zonder koeien. Niels: ‘Het schilderij heeft bijna geen onderwerp. Ik heb het weiland niet grassig gemaakt. Het is als een muur; er is geen doorkijkje, geen uitweg. Dat zie je ook in mijn andere werk; er is een muur, een groep mensen of een berm die het schilderij afsluiten. Het is daardoor letterlijk uitzichtloos. Er is geen revolutionaire  gebeurtenis, er is geen gevecht gaande, er is geen vooruitgang mogelijk, het is moedwillig onbeduidend. Er volgt alleen meer, op een andere manier; er rest alleen voortgang.’

Op het derde sleutelwerk zien we een blinde muur en allerlei jongens ervoor. Het heet ‘Act in a garden; to all that lies ahead’ (2015). Niels: ‘Geen enkele blik van de jongens is te vatten; ik sta en ik kijk ernaar; dit is wat andere mensen laten zien; ik heb het niet verzonnen. Er mag verder ook niks gebeuren in zo'n schilderij -ik voeg dus toch een regel in- op dit schilderij lukte het mij voor het eerst om een wannabe-anekdote volledig op te lossen in verf.’

Op de bank

Niels Smits van Burgst is kunstenaar sinds 1993. Hij studeerde op de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag op de afdeling Grafisch ontwerp / Typografie. Zijn leraren waren de ‘nazaten’ van de beroemde Gerrit Noordzij. ‘Ik ben afgestudeerd met abstract, ruimtelijk werk. Ik had een goede cijferlijst, maar voor het vak typografie wilde  de betreffende docent mij alleen een voldoende geven als ik nooit meer typografie zou bedrijven. Die voorwaarde en de consequentie heb ik graag aanvaard. Het eerste jaar als kunstenaar ben ik doorgegaan met conceptueel / ruimtelijk werk. Dat resulteerde in voor mij onacceptabel decoratief werk, er zat geen verhaal van hedendaagse realiteit in. Omdat ik juist een reëel verhaal wilde vertellen, ben ik mensen gaan schilderen. Daarnaast schilderde ik ook landschappen.

Hij ontdekte dat mensen geen noemenswaardige diepte hebben. ‘Het enige dat je kunt benoemen is het platte beeld; de rest is een hypothese.’ Hij liet mensen, modellen,  voor zich poseren. ‘Ze zaten hier op de bank, terwijl ze niks deden en zo schilder ik ze ook.'

De markt

'De kunstwereld blijkt alleen maar een markt te zijn. Je hebt trends waar velen achteraan lopen, kunstenaars en recensenten. Rotterdam was lang een conceptueel bolwerk. Daar paste mijn werk niet zo in. Eenvoudig gezegd zit het zo: een kunstenaar maakt zijn ding, hij of zij verkoopt het, of het stapelt zich op. Het is natuurlijk het mooiste als het verkocht wordt. Dat gebeurt bij mijn werk bij vlagen. Succes is van allerlei factoren afhankelijk, het heeft ook met geld te maken, het is een markt. Ook voor recensenten is het een markt. Maar persoonlijk ben ik nooit bezig met geld of de markt.’

Circa:
Nee

Tags

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0