De wereld van de Rotterdamse kunstenaar, 19 - Marc Müller

Als je Marc Müller’s atelier binnenkomt denk je in eerste instantie in de werkruimte van een architect te zijn. Aan de muren grote plattegronden, bij het raam passers, linialen en zwarte potloden van verschillende hardheid. In het midden, op de tafel staan kartonnen structuren, gridachtig, het lijken maquettes van wooneenheden voor een nieuw stadsdeel.

De grote plattegrond links aan de wand met de titel ‘Department of Empiristic Doubt’ is gereed. Het lijkt een stad te zijn, een stad aan zee, met rechts armen van een havenhoofd. Dat zou je kunnen denken, en dat vindt Marc Müller prima, “dat is aan de toeschouwer”. Drie jaar is hij nu aan het tekenen en het bouwen van zijn structuren.

Onafheid

Vijf grote plattegronden heeft hij nu en daarnaast een aantal kleinere. Het is voor hem niet duidelijk wat het is, het is niet in eerste instantie een plattegrond van een stad. Toen hij ermee begon,  zag hij het als een horror vacui, dat hij zo snel mogelijk moest dichttekenen. Maar die behoefte om het helemaal vol te maken verdween na een tijdje.

Marc Müller: ”Ik begin met een lijn en vervolgens een structuur. Je ziet een bepaalde logica in de lijnen en vlakken. Er blijkt een ritme in te zitten. Daar ga ik dan vervolgens tegen in werken, want te veel logica wil ik niet. Ik wil geen uitgewogen compositie. Het moet me blijven verrassen. Het moet loskomen van een bedoeling.” Dan pakt hij zijn gum om dingen te laten verdwijnen. “De enige bedoeling die ik op dat moment heb, is afbreken.” Maar dan gaat hij toch door tot hij niets verrassends meer toe te voegen heeft. Het werk is nog niet af. “Maar dan denk ik: Het is goed. We laten het bij deze onafheid.”

Het werk aan de plattegronden is intensief. Ter afwisseling maakt hij kartonnen bouwsels, gridachtige structuren van karton, waarin patronen van de tekeningen terugkomen. Müller: “Ik maak veel verschillende dingen tegelijk. Die bouwsels gaan op dezelfde manier als de tekeningen, ook daar breek ik dingen weer af, druk ik onderdelen uit elkaar en bouw ik vervolgens weer op. Ik zoek de samenhang. Ik vind het leuk om die bouwsels te maken. Zij zijn vergankelijker dan een maquette en ik ben er qua tijd minder mee bezig dan met het tekenen.”

Het Dromenpaleis

Bij het maken van zijn werk wil hij het niet-weten en de twijfel, twijfel in constructieve zin, waarborgen. Hij kwam op het idee van het maken van de plattegronden en de bouwsels na het lezen van een boek ‘Het Dromenpaleis’ van de Albanese auteur Ismail Kadare. “Dat is een vrij kafkaesk verhaal over een project om de dromen van de bevolking te analyseren om daarmee eventuele plannen voor actie tegen het bewind te voorkomen. Dat wordt opgezet en uitgevoerd binnen een ministerie. De protagonist in het verhaal komt bij het ministerie te werken en werkt zich met dit project omhoog. In het boek worden ruimten en gangen beschreven van een Speer-achtig gebouw. Dat verhaal bleef erg bij me hangen. Naar aanleiding daarvan begon ik een doolhofachtige plattegrond te tekenen die ik daarna wat opgeblazen heb.”

Müller’s centrale thema ligt in het verlengde van de vraag naar de conditio humana. “Waar bevindt de mens zich. Waar heeft die zijn plek? Ik wil de mens niet vastpinnen, maar vanuit verschillende invalshoeken ermee spelen. Het belangrijkst voor mij is dat ik het niet begrijp, dat het een mysterie blijft.” Müller leest graag filosofische auteurs: Merleau Ponty, Heidegger (“vooral vanwege zijn taal”). Hij is geïnteresseerd in de theorieën over kwantummechanica van bij voorbeeld de fysici Werner Heisenberg en ziet graag populair-wetenschappelijke documentaires op dit vlak. Ik zie ook een boek van Michel Houellebecq, ‘Mogelijkheid van een eiland’.

“Ook Philip Dick lees ik graag. Hij speelt met de tijd. Als je hem leest weet je op gegeven moment niet meer over welke tijd het gaat of het een droom is of niet en wie de protagonist is. Is het een roes? Komt het door de drugs die ze nemen? Het is heel amusant om dit te lezen. Ik maak af en toe notities, schetsjes, die vervolgens een tijd blijven liggen. Na een tijdje kijk ik daar weer naar en dan begin ik ineens op papier te tekenen. Met een liniaal maak ik strepen, dat breidt zich uit, er komt een ritme in en dan ga ik daar weer tegenin werken.” 

Mathematische patronen

Müller: Alle menselijke activiteit wordt door de wetenschap in functies gecategoriseerd en vervolgens gekwantificeerd. Francis Bacon was er in de zestiende/zeventiende eeuw al mee bezig. In zijn programma ter vernieuwing van de natuurgeschiedenis wilde hij alles vastleggen, categoriseren en verklaren. Ik wil liever dat er vragen over blijven. Je doet iets, je weet dat het werkt, maar niemand weet waarom. Dat vind ik interessant. Vandaar de titel ‘Department of Empiristic Doubt’.

Rechts hangt ook een plattegrond. Daar is hij nu nog aan bezig. Die ziet er anders uit met meer ronde vormen. “Maar je ziet ondergronds wel weer dezelfde mathematische patronen.” Aan de linkermuur hangen rechts evenwel andere tekeningen, van planten, opgroeiend, verwelkend, het lijken zonnebloemen. Müller: “Soms begin ik inderdaad ineens planten te tekenen. Het zijn momenten van impulsiviteit die ik toe wil laten. Ik krijg wel opmerkingen dat men die planten niet zo goed snapt. Ik heb de behoefte die tekeningen met het andere werk samen te brengen. Ze horen erbij als zelfstandig narratief. Planten hebben voor mij iets romantisch en iets organisch. Overigens groeien die plattegronden van mij ook organisch.”

Experimenteren

Müller experimenteert graag met materialen. Ik zie twee kleiner werken, omlijst, een mooie vorm gemaakt van grafiet die van het potlood is gevallen. Het is met lak vastgelijmd. Voor de liefhebbers: hij gebruikt graag potlood 8B, de Progresso van Kohinor en de 9B van Castell, die is wat harder. Het papier is 240-grams tekenpapier, geen speciaal papier.

Marc Müller heeft de AKI in Enschede gevolgd. Hij had toen al belangstelling voor architectuur. “Dat is de rode draad. Dat heeft met de mens te maken. De mens heeft architectuur nodig om te overleven. Toen ik op de AKI zat was ik aan het denken om vervolgens iets in de architectuur te doen. Dat heette architectonische vormgeving. Ik kon bijvoorbeeld naar de Academie voor Bouwkunst of naar de Technische Universiteit Delft, afdeling architectuur. Maar ik wilde uiteindelijk toch de autonome kant houden, dus bleef het bij de AKI.

In 1998 studeerde hij af. Vervolgens werkte hij twee jaar bij Atelier Van Lieshout. “Een hele interessante periode om mee te maken.” Vervolgens wilde hij weer eigen werk gaan maken. Hij kreeg een startstipendium en daarna een basisstipendium van het Fonds BKVB. Daardoor kon hij werk realiseren. Hij maakte meubelachtige installaties, kreeg een opdracht in Stadsgalerij Heerlen, nu het Glaspaleis, deed mee aan de Sonsbeek StimuleringsPrijs en realiseerde zo een project 'Rook-Arena' bij de GGZ in Assen.

Hij kreeg steeds meer opdrachten, vaak van privé personen, maar hoe meer opdrachten hij kreeg, hoe vaker hem gevraagd werd concessies te doen. “Dat vond ik vervelend, op gegeven moment had ik genoeg van die discussies. Tijdens een residence in Londen, dacht ik: Ik kap er voorlopig mee. Ik ga terug naar het tekenen, waar ik al op de Academie mee bezig was.” En dat doet hij nog steeds.

Hoe is het leven als kunstenaar? Müller: “Het is geen gemakkelijk leven, maar wel aangenaam. Ik kan me intensief bezighouden met wat me interesseert. Eigenlijk wel een luxueus leven, want ik kan doen waarvan ik houd.”

Afbeeldingen: 1) Archimedean point, 2) Studioshot, 3) Loch, 4) Kopfschläger, 5) Gestell installation view, 6) selection, 7) z.t. plant, 8) Dept. of ontological wellness, 9) studioshot, 10) Hütte, 11) Gestell detail, 12) z.t. (doppelspalt), 13) interpretation, 14) studioshot

http://www.marcmuller.nl/10.html  

Circa:
Nee

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0