Kees Tabak vertelt

Op de 171e Fotografenavond in Café Kalkhoven bij de Westerkerk was Kees Tabak te gast. We kennen hem vooral van zijn foto’s van popartiesten – Madonna, Blondie, The Rolling Stones, Herman Brood – maar hij heeft meer gemaakt. Op de tafel liggen diverse boeken. Op zijn scherm van zijn laptop zien we elke tien seconden een nieuwe foto verschijnen, van popartiesten.

Kees Tabak: ‘Ik zag ooit een paar foto's van een Cubaanse visser in zijn hutje aan de kust. Daar hingen allemaal foto’s van Madonna. Daar hingen ook mijn foto’s tussen.’ De foto’s van Madonna maakte hij in 1984 voor de Nieuwe Revu. ‘Ik wist niet wie Madonna was. Een cultmeisje, een discomeisje uit New York, dat wist ik. Ze deed ’t goed bij het poseren. Haar broer was erbij, een danseres, iemand van de platenmaatschappij. Ik had een plaat opgezet. Ben nog met haar gaan eten in een Indonesisch restaurant. Veertien dagen later had ze haar eerste grote hit.’

Rietveld Academie

Kees Tabak kwam uit het verre Lochem naar Amsterdam. Hij kwam uit een arbeidersgezin, had de technische school gedaan. Het leven zou toch iets meer kunnen zijn dan dat, dacht hij. Op zijn 17e, 18e was hij al in Amsterdam geweest. Had hij de sfeer geproefd van de grote stad en de bandjes.  ‘We waren met een groep jonge mensen uit Lochem die elkaar omhoog stuwden. Er is een kunstenaar bij, een journalist, ik was de fotograaf. We hebben nog steeds contact. Een van hen was Peter van Bruggen. Hij was journalist,  ook bekend van het radioprogramma Het Weeshuis van de Hits. De vader van de vriendin van Van Bruggen had een drukkerij. ‘Misschien iets voor jou’ zei Peter. ‘Misschien kun je je daar muziekfoto’s leveren.’  Kees Tabak: ‘Amsterdam was hartstikke magic. Ik was meteen om. Dat ga ik doen dacht ik.’

Maar duurde een tijdje voor hij echt zijn draai had gevonden. Er waren omzwervingen - anderhalf jaar in Den Haag – hij deed fotocursussen. In 1974 begon hij aan de Amsterdamse Rietveld Academie. ‘Een geweldige periode. Kees Heemskerk en Jan Versnel waren de docenten Fotografie. Ik heb weinig geleerd. Jan Versnel was een echt technische fotograaf. We moesten van hem een ei op een witte ondergrond fotograferen. Nou ja … Maar toch, het was een supertijd.

Halverwege zijn studie, het was 1976/’77, sprak hij weer eens met Van Bruggen. De punk begon op te komen. ‘Jij moet de punk gaan volgen’, zei Peter. Tabak kocht een paar plaatjes en zag er wel wat in. Bovendien, zijn verkering was net uit. Hij wilde zijn energie ergens in kwijt. Hij ging concerten fotograferen, vooral in Paradiso. In zwart/wit, met een 24 mm lens. Hij laat een foto van Tom Waits in Paradiso zien. De resultaten legde hij neer op zijn Academie. ‘Ze snapten het niet. Ze schoven de foto’s zó, met één zwaai op de grond.’ Tabak vond de inhoud belangrijker dan een perfecte fototechniek. De Academie maakte hij af, maar niet zo zeer met behulp van zijn docenten. ‘Ik had twee geweldige gecommitteerden. Die vonden het goed. Een van hen was Boudewijn Neuteboom.’   

Muziekkrant OOR

Kees Tabak was inmiddels al voor de Muziekkrant OOR gaan werken. Daar kwam hij binnen via Peter van Bruggen. ‘Het was een opstap, je kon experimenteren. Tot ’84 – ’85 kon je alle muzikanten fotograferen. Gijsbert Hanekroot werkte er ook en Anton Corbijn. Het was een geweldige tijd. Opleveren deed het niet zo veel, 50 of 75 gulden voor een foto.’   

Hij kreeg een studio op de Egelantiersgracht. Naast OOR kwam de Nieuwe Revu erbij. Tabak had al snel drie / vier artiesten per dag. ‘Ik was nog heel verlegen, kom je ineens in aanraking met allerlei artiesten. Mijn Engels was slecht. Maar ik had het druk en kreeg het beter in de vingers. Ik fotografeerde heel veel punkbandjes. Onder andere een punkbandje uit Hazerswoude.’ Kees laat ons de foto zien. Jonge jongens die stoer de camera inkijken. ‘Barry Hay van de Golden Earring zag die foto en vroeg of ik een keertje langs wilde komen. Dat was de eerste grote job die ik kreeg.’ Inmiddels fotografeert hij de Golden Earring al meer dan 35 jaar. ‘We zijn vrienden geworden.’

De punktijd

De foto’s van artiesten kon hij inmiddels kwijt aan drie bladen en soms meer. Behalve OOR en Nieuwe Revu waren dat de Veronica Gids of de VARA Gids, de Telegraaf soms. We horen het verhaal van de foto van Prince die de hele wereld over ging. ‘Het was 1981. Prince deed het Kerstconcert in Paradiso. Het was ’s ochtend 11 uur. Alle fotografen stonden, als gewoonlijk, op een kluitje bij elkaar. Ik dacht: het wordt niks, ik ga iets anders doen. Ik loop door alle mensen heen, naar links. Laat Prince dat nu ook doen!’ En daar kwam het moment: Prince likte aan de gitaarhals. ‘Ik was de enige die dit vastlegde. Ik heb de timing van een sportfotograaf. Zo’n Klaas-Jan van der Weij, waanzinnig! Soms moet je een beetje geluk hebben.’   

Het was de punktijd. Meisjes pisten op de wc een spuit vol en spoten het leeg op de artiesten op het podium. We zien een foto van een pistool te midden van het publiek. Een punkgrap. ‘Dat zou niet meer kunnen. De persoon zou stante pede verwijderd worden.’ De fotograaf Max Natkiel was ook actief en richtte zijn lens speciaal op het publiek. ‘Je kon toen nog het hele concert fotograferen. Op gegeven moment werd dat gelimiteerd. Je kon er maar een / twee nummers bij zijn. Ik moest gaan denken aan andere dingen. Je kunt je carrière niet aan twee nummers ophangen. Ik moest ook een beetje kunnen leven.’ Bij OOR waren ze boos. ‘Maar de verdiensten waren laag, dat wisten ze ook wel.’    

Alice Cooper

Kees Tabak ging minder popfoto’s maken. Het MTV-tijdperk was aangebroken. De budgetten gingen voortaan grotendeels naar TV-filmpjes, voor de fotografen bleef er niet zo veel over. Voor de bladen, ook glossies ging hij Nederlandse artiesten en BN’ers fotograferen. Voor Nouveau een serie dubbelportretten. Loes Luca met Marcel Musters, Conny Palmen met Boudewijn de Groot. Aanvankelijk bedacht de redactie de combinaties, maar na een tijdje deed hij het zelf.  Ook werkte hij een tijdje voor de sigarettenfabrikant Rothmans. Hij fotografeerde campagnes, bijvoorbeeld een kledingreportage in Alaska voor Pall Mall en een tocht door Marokko op de motor voor mensen die een prijs van de fabrikant hadden gewonnen. Ook veel ‘advertorials’.

Maar toch kroop het bloed waar het niet gaan kon. Voor een popartiest was er altijd plaats. Tabak had inmiddels een studiootje op het Ouderkerksplein. ‘Veel artiesten kwamen eerst bij mij en gingen daarna naar de hoeren.’ Op gegeven moment was Alice Cooper, de glamrock zanger in de stad. Kees Tabak was laat, hij had ineens een andere klus gekregen. Maar Cooper was er nog. ‘What should I do?’ vroeg Cooper. Tabak dacht na, hij had geen idee. ‘On your knees’, zei hij ineens. ‘Hij deed ‘t. Het is een beroemde foto geworden.’ In 2011 maakte hij een reportage op Lowlands. We zien het boekje op tafel. Vrolijke kleurenfoto’s. Met U2 ging hij mee naar Australië. ‘Dat ging via de Sunshine Agency. Iemand van de Cipa in Parijs had het idee gekregen om voor de LP The Joshua Tree vrije publiciteit te genereren. Ze checkten nog bij Anton Corbijn. ‘Kees is goed’, zei Anton en toen mocht ik mee.’ We zien de foto’s. U2 te midden van kale bomen en takken. ‘Dat was in een afgebrand bos.’

Annie Leibovitz

Aloys: Had je zelf muzikant willen zijn? ‘Er is niks leukers. Vanaf de jaren ’60 ben ik met muziek bezig. Zelf spelen werd niks. Maar de rock & roll heeft me altijd aangesproken. Muzikanten zijn aardige mensen. Dat ligt wat anders bij de BN’ers. Daar is een andere attitude. Hoe kom ik het beste over, is daar de gedachte.

In 2003 verscheen het boek ‘American Music’ van Annie Leiboviz. ‘Ik ben altijd fan geweest van wat ze deed, vooral voor Rolling Stone Magazine. Ik heb een heleboel liggen van dit soort foto’s, dacht ik. Ik heb nog wat extra foto’s erbij gemaakt en heb een uitgeverij gevonden voor een boek in de trant van Leibovitz. Dat werd het boek Dutch Music.

Aloys: Hoe krijg je iemand zo ver dat-ie als het ware voor je ‘open gaat’? ‘Je moet langer dan 15 minuten werken. Je moet communiceren en ook jezelf zijn. Het is belangrijk je voor te bereiden. Maar de voorbereiding ligt in ook in alles wat je jaren lang gedaan hebt. Vrouwen kunnen opengaan, maar ze weten onmiddellijk of ’t seksueel is. Daar moet je attent op zijn. Als studie heb ik elke week iemand gefotografeerd en ik heb foto’s in tijdschriften bekeken. Hoe staan de benen, hoe staan de handen? Zo heb ik leren regisseren. Mensen zitten aan een onzichtbaar touwtje, leer je als je fotografeert. Als ik zeg, naar links, doen mensen dat. Als ik buiten mensen fotografeer doen ze een van de twee dingen. Ze bukken, zodat ze niet in de weg staan, of ze doen de handen omhoog, tegen ‘het onzichtbare lijntje‘ aan. Fotograferen geeft een macht die je nooit mag misbruiken.’   

Digitalisering

In ’97-’98 kwam de digitalisering. ‘Daar moest ik flink induiken. Het was onomkeerbaar. Ik werk nu wel sneller. Maar je moet dezelfde aandacht geven aan de personen. Het voordeel is dat je meer tijd hebt om te communiceren. In het begin was het overigens een drama, die digitalisering. Maar op gegeven moment had ik het te pakken. Fotoshop 1 en 2 waren er al. Ik deed een paar cursussen. Ik begon met Fotoshop 3. Toen kon ik mijn eigen beeldbewerking doen. De reclamebureaus hadden het niet in de gaten. Het was toen een dag fotografie, twee dagen fotoshoppen. Dat was kassa. Dat duurde tot 9/11, toen was het afgelopen. De prijzen gingen schrikbarend naar beneden. De verdiensten werden veel lager.’

Hij deed veel reclame en stelde het boek Dutch Music samen. Multicultureel Amsterdam-Noord legde hij vast in ‘De Noordelingen’. En via een reclamebureau begon hij een project voor het Longfonds, mensen vastleggen die COPD, chronische longziekte, hadden. Aloys: ‘Eerst bij Rothmans voor het roken en nu tegen het roken.’ Tabak: ‘’Daar liggen wel wat jaartjes tussen hoor. Vroeger was roken heel gewoon. Ik rookte zelf ook. Natuurlijk wel grappig: mijn achternaam en het Longfonds. Ik voel me nederig als ik bij de zieke mensen ben. Ik probeer het zo mooi mogelijk te maken.’

Aloys: ‘Je hebt wel eens gezegd: een foto zonder mensen is als een huis waarin niet geleefd wordt.’ ‘Ik fotografeer altijd mensen, en als er geen mensen zijn zoek ik altijd naar iets levendigs. Ik zit in een  goede periode. In feite zit ik in mijn nadagen. Ik ben blij met elke opdracht. Elke foto moet goed zijn. Ik ben nog steeds dolenthousiast aan het werk. De nervositeit is er inmiddels wel vanaf.’

Foto: Kees Tabak

Tags

Reageren