De wereld van de Haagse kunstenaar, 2 - Frans de Leef

Frans de Leef is een echte Haagse kunstenaar. Samen met zijn broer Jan bouwde hij een indrukwekkend oeuvre op van gezeefdrukte stadsgezichten.  Frans en Jan de Leef werkten altijd samen. De website van de gebroeders De Leef (http://www.gebroedersdeleef.nl/) opent met een mooi citaat uit het AD.

'Jan en Frans de Leef. Onafscheidelijk, alsof ze elkaars spiegelbeeld waren.

Eerst als compagnons in de loodgieterij, later als kunstenaars. De zeefdrukken van de gebroeders De Leef zijn inmiddels een begrip in Den Haag. In het kleine atelier in de Hendrik van Deventerstraat verdwijnen de muren achter hun gedeelde verleden. Prenten van het Gemeentemuseum, de vuilverbranding, zwembad De Regentes, samen kleurden ze het geheugen van de stad (AD, 14/06/07, Peter Koop).'

Jan de Leef overleed helaas op te jonge leeftijd in 2002. Frans is op het eind van zijn zeefdruk loopbaan. Hij is bijna 65 en bepaalde materialen als indirectfilm en de doorhem gebruikte drukinkten zijn niet meer verkrijgbaar. ‘Ik ga wel door, maar niet meer met zeefdrukken, ik ga schilderen en aquarelleren.’ In Marcello’s Art Factory gaf Frans de Leef afgelopen zondag 24 november een presentatie, een college, kun je wel zeggen,  over het zeefdrukken. Het werd als volgt door Marcello’s Art Factory aangekondigd:

Hoe werkt dat nou, dat zeefdrukken?

‘Jan en Frans de Leef maakten samen tientallen bijzondere Haagse stadsgezichten in zeer gedetailleerde zeefdrukken. En wat voor zeefdrukken! Waar de meeste zeefdrukkers tussen de 5 en 8 drukgangen gebruiken voor hun kunstwerken was voor de broers Jan en Frans 50 drukgangen (of meer) heel normaal.’

De zaal zit vol. Aan de muren hangen de zeefdrukken. Frans staat voor een tafel met vele vellen papier, een schuin aflopend ‘t-shirt-tafeltje’ en een enkel rood vel, dat een sjabloon blijkt te zijn.

Frans begint zijn verhaal en pakt een groot zeef. ‘Wat heb je nodig voor zeefdrukken? Een zeef, die heb je in verschillende formaten. Er zit gaas in van nylon. De draden staan loodrecht op elkaar, als je goed kijkt zie je minuscule kleine gaatjes.’

Nina Simone

‘Wanneer begon ik er zelf mee? In 1982 leerden mijn broer en ik het van een reclamedecorateur. Maar nu ik even nadenk, was ik er eigenlijk al vroeger mee begonnen. Toen ik zestien was. We woonden in de Schilderswijk, in de Hobbemastraat. Om de hoek, van het Om en Bij stond een bord aan een lantaarnpaal met daarop ‘De Schilderswijk’.’

Naar aanleiding daarvan maakte ik mijn eerste zeefdruk. Ik timmerde een houten raamwerk in elkaar en bespande dat met stof van het nachthemd van mijn moeder. Met vetkrijt tekende ik er het gezicht van Nina Simone in. Ik deed er schellak over en na droging waste ik het uit met terpentine, daarna drukte ik het af met etsinkt op een A4-tje. Op alle lantaarnpalen met het bord ‘De Schilderswijk’ kwam dat portret te hangen met daaronder de tekst ‘Blank getto’.’

Chirurgisch scalpel

‘Maar we gaan verder met het procédé. Je hebt het papier, de zeef en het sjabloon. Wat je niet wilt drukken houd je dicht. Voor wat je wel wil drukken gebruik je een ‘filler’, een lichtgevoelige emulsie. Ikzelf werk met ‘indirectfilm’. Het belangrijkste instrument is een klein pincet-achtig apparaatje, een chirurgisch scalpel. Wat niet belicht is spoel je weg.’

‘Dan gaat de zeef er over heen. Je zet in de hoeken vier stukjes lood neer om het papier en het sjabloon op hun juiste plaats te houden.  Krant erop en dan met de roller er overheen. De emulsie gaat in de zeef. Dan is het te hopen dat het goed is opgebracht en begint het drogen.’

’t Goutsmits Keurhuys, 44 drukgangen

Aan de hand van één voorbeeld,  ’t Goutsmits Keurhuys aan het Binnenhof, verduidelijkt Frans het drukproces. ‘Ik begin met het maken van zoveel mogelijk foto’s’ De hele voorgevel meet ik op. Dan, met de foto erbij, teken ik de gevel uit. Ik breng het perspectief erin, met een touwtje vanaf een bepaald punt erbij. Op basis daarvan maak ik de eerste sjablonen.’

‘Met het scalpel snijd ik het eerste stuk uit het sjabloon uit. Ik begin met de lucht. Blauwe lucht, mijn broer en ik hielden van mooie blauwe luchten. Die worden uiteindelijk niet helemaal blauw. Af en toe zie je ook iets wits erin. Dat gaat op emulsie. Wordt belicht en uitgespoeld. Dat gaat op een plankje, zeef erover en rollertje. En hebben we de eerste drukgang op papier.’ 

‘Dan gaan we naar de volgende drukgang op een verse zeef. We maken het grijs van de voegen van de stenen. De volgende: een los filmpje voor de zijkant. De volgende: we drukken de stenen. De volgende: we schilderen de steentjes dicht, drie maal omdat de stenen drie verschillende tinten hebben. Dan pakken we het straatje beneden en dan met gele kleur , het ‘wit’  van de kozijnen. Dan, en elke keer met een nieuwe drukgang, de gordijnen, de lamellen, de bovenramen en het dakkapelletje.’

De Gruyter

‘En dan zijn we ongeveer op de helft. Drukgang nummer 20, ramen groen, deur en regenpijp, nummer 21, het wapen op de gevel, 22,  de deur, 23, transparante inkt om schaduwen te maken, 24, over het wapen een ‘transparantje’, 33, leiwerk op het dak, 34, reflectie in het raam. In totaal 44 drukgangen.’Met een zeefdruk waren mijn broer en ik twee maanden elke dag bezig. In de week maakten we tien drukgangen.’

Het college is afgelopen. Zijn er nog vragen in de zaal? Had je met je broer nog een bepaalde werkverdeling ? Was hij specialist in het ene en jij meer in het andere? ‘We waren heel goed op elkaar ingespeeld en we beheersten beiden alle onderdelen van het werk. Natuurlijk, er waren verschillen : mijn broer was een kei in perspectieftekenen. Ik had meer de intuïtie en de snelheid. We hadden nooit ruzie, of, eigenlijk gezegd maar één keer. Dat ging over een zeefdruk van de winkel van De Gruyter op de Beeklan. Het ging over de kleur van de blauw groene tegels in de gevel. Uiteindelijk kreeg ik mijn zin.’ 

Wat wordt je laatste zeefdruk ?

‘De deur van het Nutshuis aan de Riviervismarkt. Ik had de man van het Fonds dat daar zit een zeefdruk beloofd. Maar dat was ik helemaal vergeten. Ik kwam hem een tijdje geleden tegen en toen schoot dat door mijn hoofd. Ik vertelde dat hem en vroeg waarom hij er niet meer naar gevraagd had. ‘Dat durfde ik eigenlijk niet meer te vragen.’’Ik ga ‘m voor je maken. Het wordt de laatste.’

Tot slot deelt Frans aan eenieder een genummerd exemplaar van een zeefdruk van het voormalige Artifac pand aan de Prinsessegracht uit. 

http://www.gebroedersdeleef.nl/

 

 

 

Circa:
Nee

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0